PROCEDURE 769, THE WITNESSES TO AN EXECUTION

Een stikkende man achter glas

De zus van het slachtoffer vindt dat de doodsstrijd van Robert Harris nog wel wat erger had gekund. De overige 48 getuigen van zijn executie dragen een herinnering met zich mee die ze nooit meer zullen vergeten. Zelfs de zus raakt het beeld van de stikkende man vermoedelijk niet meer kwijt, maar toegeven zal ze dat nooit.

Procedure 769 — uitspreken op z’n Engels — is een indrukwekkende documentaire over een onderbelicht aspect van de doodstraf. Niet voor het eerst houdt een documentaire zich bezig met dit onderwerp. Nieuw is de concentratie op de getuigen: hier worden ze niet gebruikt als informant voor het fenomeen doodstraf, maar zijn ze zelf het onderwerp. De getuigen staan centraal, niet de ter dood veroordeelde. Dat is een opmerkelijke keuze.
Over Robert Alton Harris komen we maar weinig te weten. Zijn misdaad wordt getoond door middel van viezige, vluchtige journaalbeelden. Ze doen denken aan tv-programma’s waarin op sensationele toon misdrijven en ongelukken worden gereconstrueerd. Op 5 juli 1978 overviel Harris een bank in San Diego en kaapte hij een auto om te ontsnappen. De twee zestienjarige jongens in de auto schoot hij dood, kort daarna werd hij aangehouden. Het hoe en waarom van de dubbele moord wordt niet beantwoord. Alleen een onsmakelijk detail — Harris at na afloop de half opgegeten hamburger van een van de jongens op — blijft hangen.
Later wordt daar nog wel iets aan toegevoegd. Harris stond in de media bekend als ‘de lachende moordenaar’, omdat hij op de schaarse tv-beelden uit de gevangenis grijnsde naar de camera. Hij was de eerste geëxecuteerde in Californië sinds 25 jaar. Zijn broer Randall vertelt over hun moeilijke jeugd met de alcoholistische vader. Maar eigenlijk doet Harris er niet toe in deze film. Aan het woord komen de mensen die hem zagen sterven op 21 april 1992: een broer, een neef, een vriend, een psycholoog, een journalist, familieleden van de slachtoffers, staatsgetuigen, de vertegenwoordiger van de gevangenis.

Retorica
Regisseur Jaap van Hoewijk, in 1990 afgestudeerd aan de audiovisuele richting van de kunstacademie St. Joost in Breda, koos in zijn debuutfilm voor een heldere, conventionele aanpak. Procedure 769 bestaat voor het grootste deel uit ’talking heads’, afgewisseld met omtrekkende bewegingen rondom San Quentin. De beruchte gevangenis wordt behoedzaam benaderd: in de regen zien we de troosteloze toegang met stop-signaal, met mooi weer zien we de hoge muren vanaf het water. Er is weinig tijd voor aanvullende beelden, want de elf geïnterviewden hebben veel te vertellen.
Ieder heeft zijn of haar eigen verhaal, en allemaal weten ze dat uitstekend te presenteren. Retorica staat in Amerika in hoger aanzien dan in Europa — zie ook het Oprah-publiek — en voor een film als deze komt dat goed van pas. Het is natuurlijk ook een kwestie van selectie, er is ongetwijfeld veel materiaal gesneuveld in de montage. De verschillende getuigenissen zijn zodanig door elkaar heen gesneden dat ze allemaal chronologisch naar de executie toewerken. Soms zou je iemand iets langer aan het woord willen laten, maar met deze opzet wordt wel effectief suspense opgebouwd.
Geleidelijk neemt de spanning toe: vertellen de getuigen eerst nog over hun relatie met Harris en hun visie op de doodstraf, later gaat het richting gaskamer en executie. Duidelijk blijkt de voorkeur van de autoriteiten: terwijl de familieleden van de slachtoffers in een naburige ruimte worden gefêteerd met lekker eten, wordt de broer van Harris op het laatste moment nog op vernederende wijze gefouilleerd. Toch groeien de beide kampen naar elkaar toe: uiteindelijk blijken alle getuigen nog precies te weten wat er gebeurde op het cruciale moment.

Zelfonderzoek
Procedure 769 heeft een duidelijke spanningsboog, maar vermijdt elke vorm van sensatie. Waar het vooral om gaat is wat het betekent om een gezond mens tegen zijn wil te zien sterven. Hoe ingrijpend is zoiets? Behoorlijk, zo blijkt uit het verhaal van de aangeslagen broer Randall. "Call it innocence or whatever, but we lost it when we witnessed that… we lost it…" Opvallend is dat de pro-Harris getuigen veel meer bereid zijn tot psychologisch zelfonderzoek. Voor het oog van de camera leggen zij hun twijfels en emoties bloot. De anti-Harris getuigen komen niet veel verder dan postuum gescheld en de herinnering dat het na de executie hoog tijd was voor een dutje.
De doodstraf doet het goed op partijtjes. Zelfs binnen Amnesty — toch de makers van de briljante buttontekst ‘Why do we kill people who kill people to show that killing people is wrong? — is de doodstraf een omstreden strijdpunt. Inderdaad is de makers al verweten vooringenomen te zijn en de pro-Harris getuigen teveel ruimte te geven. Dit zijn echter de mensen die bereid waren tot introspectie en dat is waar het de makers om ging. Een anti-doodstraf pamflet is de film zeker niet geworden. De aanpak van Procedure 769 is juist zeer genuanceerd en, zeker voor een debuut, opvallend evenwichtig. Bovendien bevat de film teveel materiaal dat de doodstraf overstijgt en meer in het algemeen leven en dood betreft. Om het met Randall Harris te zeggen: "Shit! No day is a good day to die."

Mark Duursma