Once Upon a Time in Northern Ireland

Handen die elkaar niet raken

Once Upon a Time in Northern Ireland

In plaats van een geschiedenisles, vertelt deze imponerende documentaireserie de persoonlijke verhalen van de mensen die geraakt werden door The Troubles.

Ergens in het vierde deel van de documentaireserie Once Upon a Time in Northern Ireland, over het dertigjarige conflict dat zo eufemistisch The Troubles wordt genoemd, bladert een geïnterviewde in het boek Lost Lives: The Stories of the Men, Women and Children who Died as a Result of the Northern Ireland Troubles. In dat boek staan, chronologisch op sterfdatum, korte beschrijvingen van alle 3.636 doden die vielen tijdens het conflict tussen katholieken die een verenigd Ierland wilden en protestanten die loyaal waren aan de Britse kroon. “Hoeveel ervan ken je?”, vraagt de interviewer buiten beeld. “27”, antwoordt Billy McManus. “En een ervan is mijn vader.”

Die scène tekent wat deze vijfdelige serie, geregisseerd door James Bluemel en Sian Mcilwaine, zo aangrijpend maakt, namelijk hoe deze The Troubles terugbrengt naar het punt waar het de individuen raakt. Terugbrengen is eigenlijk het verkeerde woord. Juist door het over de individuen te hebben, juist door de enkelingen hun verhaal te laten doen, wordt het gewicht en de impact van de geschiedenis voelbaar.

De serie is chronologisch opgezet, waarbij elk van de vijf afleveringen ook zijn eigen focus heeft. Zo concentreert de eerste aflevering zich rond de wijk Bogside in Derry, waar de vlam in 1969 in de pan sloeg en waar op 30 januari 1972 veertien ongewapende demonstraten werden doodgeschoten op Bloody Sunday. En de derde aflevering focust op de protesten en hongerstakingen in de Long Kesh-gevangenis (waar het indrukwekkende boek Nor Meekly Serve My Time: The H-block Struggle 1976-1981 over verscheen). Per aflevering escaleert het conflict verder, als “een op hol geslagen stoomwals”, zoals iemand het beschrijft. Wat begint als een vrijheidsstrijd, wordt steeds meer een cyclus van vergelding.

In alle afleveringen staan die persoonlijke herinneringen en verhalen centraal. Sober gefilmd in een studio, en gelardeerd met een indrukwekkende hoeveelheid archiefmateriaal, kijken voormalig IRA-leden, Britse paramilitairen, en vooral gewone burgers die op wat voor manier dan ook geraakt werden door het geweld terug op die jaren. Daarmee ontdoet de serie de historie van zijn anonimiteit. Kijkt achter de cijfers, de uniformen, de bivakmutsen, naar de mensen die getekend zijn door wat hen is aangedaan of door wat ze anderen hebben aangedaan.

De serie vormt een interessant tweeluik met A Sense of Loss (1972), waarin Marcel Ophüls ook mensen aan beide kanten van het conflict hun verhaal liet doen. Maar wat in Once Upon a Time archiefbeelden zijn, zijn in Ophüls film nog actuele nieuwsbeelden. Hij filmde zijn documentaire begin jaren zeventig, terwijl de bommen afgingen en de kogels rondvlogen en niemand wist dat die jaren slechts de beginfase waren van een slepende burgeroorlog (die formeel geen burgeroorlog heet). De gesprekken die hij voerde werden aangejaagd door het heetst van de strijd.

Inmiddels is er tijd voor reflectie. Door op het juiste moment de juiste vragen te stellen, maar vooral door op de achtergrond te blijven, openen de makers met Once Upon a Time in Northern Ireland een ruimte die er eigenlijk nooit echt is geweest na het Goedevrijdagakkoord, waarmee in 1998 een einde kwam aan The Troubles. Er was geen waarheidscommissie, geen echte afrekening met het verleden. En dus werd er gezwegen. Een aantal geïnterviewden merkt op dat ze nooit eerder hun volledige verhaal hebben verteld. De serie laat ook zien wat daar de impact van is. Hoe al dat jarenlange zwijgen en wegstoppen zich vertaalt in een samenleving die onder het oppervlak nog altijd niet geheeld is. Waar mensen nog steeds met vragen zitten, met wantrouwen, met pijn en woede.

Op een rotonde in Derry staat een standbeeld. Het heet Hands Across the Divide en toont twee mannen die een hand naar elkaar uitsteken. Toen ik zeventien was reisde ik met een klasgenootje naar Derry, voor een schoolproject over Bloody Sunday. Ik kocht er een ansichtkaart van dat standbeeld, met daaronder de tekst ‘Derry/Londonderry: City of Peace and Reconciliation’. Het lijkt bijna een ironische grap. Als ergens de verdeeldheid zichtbaar is, is het in deze stad, waarvan zelfs de naam gespleten is. Derry is hoe de katholieken de stad noemen, Londonderry de protestanten. En die twee geloofsovertuigingen wonen strikt gescheiden, aan weerzijden van de rivier Foyle die als een breuklijn door de stad loopt.

En dan is er dat standbeeld zelf. Die twee figuren staan elk op een eigen rotsblok en hun handen raken elkaar niet. Het is zo misschien vooral een symbool voor hoe fragiel de vrede in Noord-Ierland is. Men leeft samen, maar in werelden die elkaar nog steeds nauwelijks raken. Once Upon a Time in Northern Ireland eindigt weliswaar met een verhaal over verzoening, maar de serie laat toch vooral zien dat vrede, zoals iemand opmerkt, een “taai proces” is dat nog lang niet is afgerond.


Once Upon a Time in Northern Ireland is sinds 15 maart 2024 te zien op NPO 2 (iedere vrijdag om 22.20 uur) en is terug te kijken op NPO Start.