Mondria(a)n, en route to New York

Een Mondriaan-venster op de wereld

Mondria(a)n, en route to New York

Heldere compositie en trefzekere keuzes tekenen deze eigenzinnige ontmoeting met een van Nederlands bekendste kunstenaars.

Eerst maar even wat dit portret van Piet Mondriaan (1872-1944) – in het buitenland noemde hij zich Mondrian – niet is. Geen diepe duik in diens artistieke beweegredenen of scherpzinnige analyses van de overbekende rechte lijnen en primaire kleurvlakken. Juist omdat filmmaker en mediakunstenaar Pim Zwier dit meest voor de hand liggende negeert, kan Mondriaan zelf heel dichtbij komen.

Wie eerder werk van Zwier zag, kon zoiets wel verwachten. Ook O, verzamelen van eieren in weerwil van de tijd (2021, regieprijs IDFA) en Metamorfose (2023) waren originele portretten die het midden hielden tussen uit archiefmateriaal opgebouwde documentaires en eigenzinnige visuele composities. Een soort nuchtere poëzie. Of het zo bedoeld is of niet, samen met Mondria(a)n, en route to New York vormen ze een opvallend drieluik.

Ook Mondria(a)n zelf kun je een drieluik noemen. Opgebouwd uit op het eerste gezicht onafhankelijke elementen die als drie over elkaar gelegde lagen en zonder toegevoegd commentaar verbinding maken.

In de eerste plaats de soundtrack, opgebouwd uit fragmenten uit de brieven die Mondriaan tussen 1937 en 1940 – een korte maar belangrijke periode – schreef aan zijn jonge Amerikaanse vriend, de kunstenaar Harry Holtzman. Artistieke bespiegelingen vindt Mondriaan niet nodig, noteert hij, want “we begrijpen elkaar heel goed”. Hooguit een enkele keer schrijft hij iets over lijndiktes of aantallen schilderijen waar hij aan werkt.

Waar hij wel over schrijft is het plotseling uitwijken van Parijs naar Engeland, de invloed van zijn nieuwe omgeving en de hoop naar New York over te steken. We ontmoeten een zachtmoedig iemand met veel bewondering voor de vrijheid van expressie in Amerika. Dit laatste zou ook grote invloed op Mondriaans eigen werk hebben.

Het tijdsbeeld, gevormd door een rijke oogst aan archiefbeelden die we tegelijkertijd zien, is de tweede laag, waarin Mondriaan zelf heel even opduikt. Van jazz in New York en swingend Parijs tot het begin van de oorlog: vluchtelingen en vuur in Londen, een schokkende Duitse naziparade, toegejuicht door een in feeststemming verkerende menigte, onder wie vrolijke kinderen met hakenkruisvlaggetjes.

Als derde element zijn er de lijnen en vlakken, gebaseerd op fragmenten uit werkelijke schilderijen van Mondriaan uit de betreffende jaren. Deze fungeren als kaders rond de historische filmbeelden. Met een betrekkelijk minimalistische, maar ontroerende New Yorkse afronding.

De combinatie van helderheid en beperking is hier de kracht. Het gebruik van die Mondriaan-achtige vensters roept wat vervreemding op, maar werkt uiteindelijk goed. De gelijktijdigheid van heel verschillende zaken – het persoonlijke, de kunst, het wereldtoneel – is een besef dat je hier onverwacht ervaart. Je kan daar uitgebreid over filosoferen of, zoals Zwier doet, het gewoon presenteren. Kijken en zien dus.