Les enfants du paradis
'Zo eenvoudig is de liefde'
Het is maar goed dat er zoveel mooiste films aller tijden zijn. Les enfants du paradis is er een van. Een film over liefde en melancholie, zakkenrollers en hartenbrekers in de coulissen, kleedkamers en op het schellinkje van een Parijs’ volkstheater.
Door Dana Linssen
‘Zo eenvoudig is de liefde’. ‘C’est tellement simple, l’amour.’ Ze kan het nog zo mooi zeggen, de porseleinen courtisane Garance als ze net de uit melancholie geschilderde mimespeler Baptiste heeft gekust, ergens halverwege Les enfants du paradis, maar zo eenvoudig is de liefde natuurlijk niet, nooit, nooit meer in deze film. Dan niet, als ze samen naar huis lopen door de nacht en alles nog pril is. Of later als ze samen slapen. Of ’s ochtend als Garance zegt dat Baptiste naar de liefde hongert als een kind. Zijn gezicht ligt tegen haar borst, verlicht door het geschitter van de halsketting die ze van een van haar meer gefortuneerde aanbidders kreeg. Garance en haar mannen, zo zou je al dat dwalen en wandelen, al dat trappetje op, trappetje af in de coulissen, kleedkamers en helemaal tot bovenin het schellinkje (dat in het Frans zo mooi ‘het paradijs heet) van het Parijse Théâtre des Funambules in deze film ook kunnen noemen. Tegen de tijd dat regisseur Marcel Carné zijn film opnam (in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog) was het theater al lang gesloopt om plaats te maken voor de stadsvernieuwingsplannen van Georges-Eugène Haussmann. Maar in de eerste helft van de negentiende eeuw was het rondom de Boulevard du Temple, bijgenaamd de Boulevard du Crime een geroes en gewoel van zakkenrollers, messentrekkers en hartenbrekers, clowns, acrobaten en andere dromenverkopers.
Duel
Het is die tijd die Carné en zijn vaste scenarist Jacques Prévert in Les enfants du paradis in de herinnering roepen, ergens midden negentiende eeuw. De film moest het Franse antwoord op Gone with the Wind worden. Maar het werd een heel ander soort epos. Dit is geen grote geschiedschrijving met veldslagen en de wedergeboorte van een natie. Dit is een film waarin een duel de enige keer is dat er pistolen worden getrokken. Dit is een kroniek tegen de vergetelheid van een verdwenen stad in de stad. Een verbleekte plattegrond. Een topografie van culturele herinneringen. Van die periode in de geschiedenis die we nu alleen maar als een opmaat voor industrialisering en modernisme zien. Is het toeval, of alleen maar nostalgie dat ze middenin de Tweede Wereldoorlog naar die periode terug wilden keren?
De eerste keer dat we kennis maken met Garance (de beeldschone, elegante, eigenlijk veel te oud voor de rol, maar immer hypnotiserend mooie Arletty) zit ze als kermisattractie in een tobbe de gratie Gods uit te beelden: de spiegel in haar hand weerspiegelt het water dat net haar borsten bedekt. Dit is een tijd van discretie en suggestie, net als de film zelf. Behalve Baptiste heeft ze nog meer minnaars: acteur Frederick Lemaitre, graaf Edouard de Montray die met zijn geld alles kopen kan, ook haar, en de crimineel Lacenaire met zijn fatterige snor en krullen die kronkelen als zijn gekonkel en die misschien wel de enige redelijke figuur in de film is. Maar in een romantisch verhaal hebben we geen ratio nodig, maar illusie, en dat biedt Les enfants du paradis dan ook in overvloed.
Al moeten we niet die spiegel vergeten. Garance als de levende versie van een beeld wat we van zoveel schilderijen kennen: vrouw met spiegel. Via die spiegel kijken we niet alleen naar haar schoonheid, of naar onze eigen voyeuristische blik, maar ook naar wat er onder het water van eros en thanatos drijft. De onderstromen.
Verzetsstrijders en collaborateurs
De productiegeschiedenis van Les enfants is misschien nog wel beroemder dan het verhaal van de film zelf. Hoe Carné de film deels in het bezette Parijs en deels in Nice opnam. Hoe Joodse onderduikers, verzetsstrijders en Franse collaborateurs gezamenlijk (en zonder het van elkaar te weten) aan de film meewerkten. Hoe Arletty later in opspraak raakte omdat ze een verhouding met een Duitse officier begon. Hoe die clandestiene geschiedenis van illegaliteit en schaduwlevens misschien wel het echte verhaal is. Zelfs Baptiste, de romantische held, is niet eenduidig. Uit opportunisme trouwt hij met de altijd mooi-boze dochter van de theaterdirecteur. Iedereen heeft dubieuze, onhandige, gecorrumpeerde redenen om moreel, financieel en emotioneel te willen overleven.
De 4K-restauratie zal voor veel mensen een nieuwe kennismaking met deze film zijn, die als een lint in de wind door een fictief Parijs danst. Ik verbaas me er over dat ik vergeten was dat hij wel drie uur duurt, en hoe hij weer als een verliefde zucht voorbij vliegt, hoe gelaagd de personages zijn, en hoe schitterend illusoir de belichting. En hoe deze film eigenlijk beter vergeleken kan worden met Singin’ in the Rain dan met Gone with the Wind, omdat hij net als Singin’ in the Rain over de prachtige illusie van de verbeelding gaat. Singin’ in the Rain schreef in 1952 een zingende full colour geschiedenis over de overgang van geluidloze naar geluidsfilm. Les enfants du paradis keek begin jaren veertig terug naar een tijd toen er van film nog geen sprake was, maar waarin de sociale veranderingen die uiteindelijk tot de komst van film zouden leiden in volle gang waren. De enige liefde die in Les enfants du paradis eenvoudig is, is de liefde voor de filmkunst. De rest is net zo complex en rijk geschakeerd als de geschiedenis en de mens die kust en verliest.