In the Land of Brothers

Vluchteling, slachtoffer, maar vooral: mens

In the Land of Brothers

Terwijl vluchtelingen voor politiek gewin worden gereduceerd tot crisis, geven filmmakers ze een gezicht en een verhaal: in deze film het zelden getoonde verhaal van Afghanen in Iran.

Nederland wordt angst ingeboezemd over de komst van duizenden mensen die noodgedwongen hun land hebben verlaten. Ondertussen staken miljoenen Afghanen sinds de Amerikaanse invasie in 2001 de grens met buurland Iran over. Velen van hen leven in de illegaliteit en zijn daarmee een makkelijk slachtoffer van uitbuiting en willekeur. Maar ze zijn bovenal mensen die proberen een leven op te bouwen.

Filmmakers Raha Amirfazli en Alireza Ghasemi laten dit in drie hoofdstukken zien, elk tien jaar later dan het voorgaande. Het eerste begint in 2001 met de tiener Mohamed, op het eerste gezicht een blije scholier, die goed presteert, vrienden heeft en verliefd is op Leila. Wat hem onderscheidt van zijn leeftijdgenoten is dat hij na school keihard werkt voor zijn familie in een tomatenkwekerij en dat hij daarnaast door de Iraanse politie tewerk is gesteld.

Het tweede hoofdstuk laat Leila tien jaar later zien, wanneer ze met man en kind werkt voor een welgestelde familie. Haar ongedocumenteerde positie zorgt ervoor dat er geen plek is voor ingrijpende persoonlijke verliezen; het is een hartverscheurend voorbeeld van de ontmenselijking van vluchtelingen. Het laatste hoofdstuk volgt de oudere broer van Leila, Qasem, die ook alweer moet zien om te gaan met een tragisch verlies. Maar als enige van de protagonisten is er voor hem uitzicht op een beter leven.

De film leunt sterk op de uitstekende acteerprestaties van de niet-professionele cast. Ze geven diepte, menselijkheid en kracht aan hun personages. Mohammad Hosseini heeft als Mohamed de meest uitdagende opgave, omdat hij moet navigeren tussen veel verschillende posities (met vrienden, vriendin, familie en het gezag) en in een verhaallijn die bijna ondraaglijk zwaar is. Maar net als Hamideh Jafari (Leila) en Bashir Nikzad (Qasem) blijft hij aan de goede kant van de sentimentaliteit. De heftige emoties worden niet breed tentoongesteld, maar vinden een uitweg in stuurse blikken, de gebroken toon in een antwoord op een normale vraag en een gesmoorde schreeuw, onhoorbaar voor de rest van de wereld.

Het melodrama wordt op afstand gehouden door de kijker mee te nemen in het alledaagse leven van Mohamed, Leila en Qasem, die daardoor meer worden dan alleen slachtoffers: het zijn ook opgroeiende adolescenten, liefhebbende echtgenoten en zorgzame ouders, die het recht hebben gezien te worden, zoals in deze film.