Hope
Schieten. Herladen. Schieten.
Hope
Superlatieven schieten tekort bij dit waanzinnige Koreaanse achtervolgingspandemonium. Kijk alleen geen trailers. Die laten niks heel van het mysterie van Hope.
Al in de eerste minuten van Hope (Hopeu) valt het woord ‘hel’ een paar keer. Stinkende koeienkarkassen, rondslingerende ledematen, uiteengereten gebouwen; iets is hier in het Zuid-Koreaanse stadje Hope Harbor furieus aan het huishouden.
Het duurt bijna een uur voordat er een begin van een antwoord komt op de vraag wat dat ‘iets’ is. Een uur dat je naar adem doet happen, vol kinetische chaos en achtervolgingen onder een strakblauwe hemel. Dan moet de tweede, minstens zo van adrenaline zinderende helft van Hope nog komen.
Zoals vaak begon het met een schot. Gelost op iets wat iemand niet begreep. Want dat is wat we doen. Eerst schieten, dan begrijpen. Of eigenlijk: eerst schieten, dan nog een keer schieten. Er zijn hele scènes waarin het afvuren en herladen van wapens het ritme dicteert. Telkens eindigt zo’n scène met een laatste, allesvernietigend schot. Behalve dat dat schot helemaal niet allesvernietigend is. Keer op keer blijkt dat de ‘monsters’ bestand zijn tegen de kogels. Keer op keer blijft de mens ze afvuren.
Hope is de duurste Koreaanse film ooit en kostte Na Hong-jin zo’n acht jaar om te maken. Na de première in Cannes, waar de film wisselend werd ontvangen, volgde een hermontage. Naar eigen zeggen deed Na geen heel grote ingrepen. Hij poetste het geluid op en knipte en schaafde wat aan de tweede helft om de flow beter te krijgen. Maar die flow is alles in een film als deze en klopt in deze versie van begin tot einde.
De film speelt nadrukkelijk met het idee van heroïek. Politiechef Go Bom-seuk mag in eerste instantie nog het imago van de held uitventen met zijn leren jack, pilotenzonnebril en brillantinekapsel. Maar het duurt niet lang of hij is gereduceerd tot een hoopje paniek dat “shit, shit, shit” mompelt en over zijn eigen benen struikelt. Op dat moment scheurt een politieauto het beeld in, agent Sung-ae stapt in slowmotion uit en schiet als een superheld het ene na het andere magazijn leeg. Maar niet veel later stamelt ook zij zich door haar paniek heen.
Net als in zijn vorige film The Wailing (2016) stuntelt en slapstickt iedereen achter de feiten aan. In een van de weinige scènes waarin meer dan drie zinnen achter elkaar wordt gezegd, vertelt een oude man wat hij gezien heeft in het bos, in een monoloog die een recensent van BFI met veel gevoel voor humor een “literal exposition dump” noemde. Tegen de tijd dat Sung-ae met die informatie bij Bom-seuk komt, antwoordt die: “Wisten we al.” Iemand anders die essentiële informatie kan verstrekken blijkt al die tijd op het politiebureau te zitten, maar daar was niemand om zijn verhaal op te tekenen, behalve een doedelende agent.
In de marges van het beeld sluimert politiek. Het stadje ligt in het grensgebied met Noord-Korea, dicht bij de gedemilitariseerde zone. Langs de weg staan billboards die burgers oproepen verdachte activiteiten te rapporteren. Uitgerekend hier wemelt het van de wapens. Meerdere keren vraagt Bom-seuk geïrriteerd waar die toch allemaal vandaan komen.
Personages verschijnen (en verdwijnen) zonder introductie; leren kennen doen we ze nauwelijks. Een paar keer zoekt de camera hun gezichten op, maar vaker zijn ze nietige figuren in de voortstuwende nachtmerrie die Na creëert. In de tweede helft trekt de film samen met een groep jagers de bossen in. Een diepgroen strijdtoneel van ranke, hoge bomen waar scheurende auto’s worden verruild voor galopperende paarden. Ondertussen blijft Na de versnelling omhoog gooien, waardoor die scènes bijna iets delirisch krijgen.
Net als alle stunts lijken uitgespeeld, haalt Na er in de allerlaatste momenten nog eentje uit, wanneer blijkt dat de menselijke personages die we vrijwel de hele speelduur hebben gevolgd maar een voetnoot zijn in een veel groter verhaal waar ze nauwelijks benul van hebben. Zo is Hope stiekem een les in bescheidenheid. Niet dat iemand het hoort, want iedereen holt alweer naar de volgende catastrofe. Herladen en schieten maar.