Goodbye Julia

Compassie als tegengif

Goodbye Julia

Een leugen kan desastreuze gevolgen hebben, zo blijkt in dit Soedanese drama over schuld en boete in politiek roerige tijden.

Het begint met een leugentje om bestwil: de Noord-Soedanese Mona wil op een middag een jazzconcert bezoeken, zonder toestemming van haar man. Dan rijdt ze onderweg een Zuid-Soedanees jongetje aan. Ze probeert ervandoor te gaan, maar wordt achtervolgd door de woedende vader, tot haar voordeur aan toe. Onderweg belt Mona haar man Akram en liegt dat ze geen idee heeft waarom deze man achter haar aan jaagt. Haar echtgenoot bedenkt zich geen moment en schiet ‘de vijand’ dood.

En daar komen ze makkelijk mee weg. Het is 2005 en in hoofdstad Khartoem is het bijzonder onrustig. Noord-Soedanese Arabieren, de groep waar Mona en haar man bij horen, zijn aan de macht; Zuid-Soedanese inwoners zijn tweederangsburgers die daartegen in opstand komen.

Terwijl Akram met hulp van politievrienden het lijk wegwerkt en de moord verdoezelt, blijft Mona bomvol schuldgevoelens achter. Een vrouw en een gewond zoontje zijn immers hun man en vader kwijt. Mona bidt dat de waarheid nooit boven tafel komt, maar neemt als boetedoening deze Julia en haar zoon Daniel in huis als personeel en probeert hun leven zo prettig en kansrijk mogelijk te maken. Maar het verleden laat zich niet toedekken, zeker niet als het land in almaar roeriger vaarwater terechtkomt.

Mohamed Kordofani, zelf van Noord-­Soedanese afkomst, toont in dit effectieve drama messcherpe scheidingen van ras, klasse, religie en gender. En probeert deze afscheidingen in zekere zin te slechten, met medemenselijkheid als tegengif. Zijn speelfilmdebuut ging in première in Cannes binnen de Un Certain Regard-selectie, waarna de film een wereldwijde, bekroonde festivallieveling werd.

Goodbye Julia is, ondanks de complexe achtergrond waartegen het verhaal zich afspeelt, opvallend toegankelijk. Kordofani koos ervoor zijn drama vorm te geven met producties uit Hollywood en Bollywood in het achterhoofd: hij mikt niet alleen op een internationaal (filmfestival)publiek, maar ook op de Soedanezen zelf. Tegelijk geeft hij met poëtische beelden het script een diepere laag, zoals in een sequentie waarin beide vrouwen letterlijk of figuurlijk achter tralies zitten.

Het perspectief wordt overigens nooit politiek. Kordofani neemt zijn kijker vooral mee in de levens van gewone mensen die worden meegevoerd door de vaart der volkeren en spaart daarbij geen van zijn personages. Zo spreekt Mona’s echtgenoot over Zuid-Soedanese burgers als ‘honden die geen schaamte kennen’, maar zien we de ongewenst kinderloze man wel opwarmen richting Daniel. Beide vrouwen zijn evenmin vrij van opportunisme: als ondergeschikten in een patriarchale maatschappij gaan ze een voorzichtig bondgenootschap aan.