Exit 8

Witbetegeld vagevuur

  • Datum 01-04-2026
  • Auteur Devi Smits
  • Thema Filmkrant 489
  • Gerelateerde Films Exit 8
  • Regie
    Genki Kawamura
    Te zien vanaf
    09-04-2026
    Land
    Japan, 2025
  • Deel dit artikel

Exit 8

Een man zit vast op een metrostation in Tokio. Het claustrofobische Exit 8 overtuigt met minimale middelen, al werkt het zijn metafoor wat al te netjes uit.

“Ik denk dat we dood zijn.” De protagonist van Exit 8 dwaalt al even door Tokio’s eindeloze metrogangenstelsel wanneer een eenzame voorbijganger deze mogelijkheid oppert. Als kijker is die gedachte je op dat moment ook al bekropen – dat we ons samen met de personages bevinden in een witbetegeld vagevuur.

Exit 8 is gebaseerd op de gelijknamige Japanse videogame waarin de speler zichzelf een metrostation uit moet puzzelen door een soort zoek-de-verschillen-plaatje op te lossen. Iedere keer dat je een verandering opmerkt, moet je omkeren, tot je bij de uitgang bent. Gemiste afwijkingen leiden je verder het horrordoolhof in.

Exit 8 laat zich qua concept vergelijken met escaperoomfilms als Cube (Vicenzo Natali, 1997), en deelt met dergelijke films het minpunt dat je als kijker niet meepuzzelt. Wat betekent dat je welbeschouwd een groot deel van de film zit te kijken naar een man die heen en weer struint door een lege gang. En ondanks – of misschien juist vanwege – die eenvoud, is Exit 8 een sterkere film dan veel van zijn genregenoten.

Als knipoog naar die videogamebron begint Exit 8 vanuit een POV. Het naamloze hoofdpersonage (Kazunari Ninomiya) bevindt zich in de metro, even verderop wordt een vrouw met huilende baby uitgekafferd. Ook omdat Ravels Bolero ondertussen klinkt, die de hoofdpersoon in de oortjes heeft, krijgt de hele scène iets komisch. Maar die toon verandert snel wanneer de eerste stappen in het ondergrondse worden gezet.

Exit 8 ontvouwt zich vanaf dat moment tot een kleine, uiterst effectieve horrorfilm. Met minimale plotmiddelen en goed getimede perspectiefwisselingen zorgt regisseur Genki Kawamura ervoor dat de aandacht geen moment verslapt. De horror zit vooral in de sfeer, een existentiële stemmigheid die voortkomt uit het besef er volkomen alleen voor te staan. Met het metrostation als liminale ruimte waarvan het maar de vraag is waar de trappen omhoog je naartoe brengen.

Maar net wanneer je bent begonnen te filosoferen, doet de film je een psychologische handreiking door het metrostation als metafoor voor het vaderschap te presenteren. Het leidt tot een net iets te mooie strik om een film die juist overtuigt wanneer hij niet uitlegt.