DÉLITS FLAGRANTS

Liegen tegen de officier

  • Datum 03-11-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films DÉLITS FLAGRANTS
  • Regie
    Raymond Depardon
    Te zien vanaf
    01-01-1994
    Land
    Frankrijk
  • Deel dit artikel

Verdachte en officier van justitie

‘Mooi’ kan men de winnaar van de Joris Ivens Award 1995 moeilijk noemen. De hoofdprijs van het International Documentary Filmfestival Amsterdam ging dit jaar naar een uitgesproken lelijke documentaire. Délits flagrants speelt zich volledig af in de gangen en kamertjes van het Paleis van Justitie in Parijs, en die zijn grijs en haveloos. Voor de mensen die er komen geldt hetzelfde.

Raymond Depardon, geboren in 1942, geniet grote faam als fotograaf en filmmaker. Tal van exposities en fotoboeken tonen zijn werk, dat bij voorkeur verslag doet van de stilte na het politieke rumoer. Meestal is dat ver van huis, in Azië, Afrika of Latijns-Amerika. De meeste documentaires blijven dichter bij huis. Eerder maakte Depardon films over de gang van zaken op een politiebureau (Faits divers, 1983) en een psychiatrische polikliniek (Urgences, 1987). Délits flagrants is hierdoor het derde deel van een trilogie over de onderkant van de Franse samenleving. Achteraf is het jammer dat het IDFA Depardons oudere film Reporters had geselecteerd, en niet de twee voorgangers van Délits flagrants. Misschien kunnen de drie films bij een andere gelegenheid nog eens in samenhang worden vertoond.

Verhoorkamertjes
Op een paar beelden van de buitenwereld na speelt Délits flagrants zich af in een door neon verlichte bunker. Het Paleis van Justitie lijkt slechts te bestaan uit een ondergronds gangenstelsel en kale verhoorkamertjes. Hier komen de verdachten terecht die op heterdaad zijn betrapt bij zaken als diefstal, mishandeling of oplichting-op-straat. Ze worden voorgeleid aan een officier van justitie, die tijdens een gesprek de definitieve aanklacht formuleert. Op basis van dit verhoor beslist de officier of de verdachte meteen wordt berecht of dat hij naar huis wordt gestuurd en later voor de rechtbank moet verschijnen.
Depardon richt zich met ijzingwekkende consequentie op deze beperkte, maar cruciale fase in de rechtsgang. Met de camera op een statief filmt hij de gesprekken, steeds op dezelfde wijze. Aan de linkerkant van de tafel zit de verdachte, rechts de officier van justitie, allebei en profil. De verdachten komen en gaan, en ook de officieren wisselen een paar keer. Met handboeien aan een gendarme geketend worden de verdachten door de eindeloze, uitgestorven gangen geleid. Soms praten ze met een advocaat of een maatschappelijk werkster, maar dat zijn frivole uitstapjes. Centraal staan de streng gefilmde gesprekken tussen de verdachte en de officier.
Met zijn commentaarloze aanpak ontmaskert Depardon drie partijen tegelijk: het gesjacher van de verdachten, de willekeur van de officieren en het falen van het justitiële apparaat. Als het geen schrijnende werkelijkheid was, was het een absurdistisch rollenspel. De verdachten spelen hun rol afwisselend onnozel of verontwaardigd, de officieren bezorgd of bestraffend. Het doorzichtige gelieg van de verdachten leidt tot hilarische taferelen. Vernederend wordt dat nooit, omdat beide partijen in gelijke mate te kijk worden gezet.
Het beste zichtbaar wordt dat bij de verslaafde vrouw met een liefde voor snelle auto’s. De vrouw werd betrapt terwijl ze met contactdraden een auto wilde starten. Niet om de auto te stelen, maar om het achterportier te ontgrendelen en een tas van de achterbank te kunnen pakken, beweert ze. Pas haar derde gesprekspartner merkt droog op dat ze dan ook gewoon naar achteren had kunnen reiken. Verrek, daar had ze niet aan gedacht. Het is tekenend voor de totale afstomping van de verhoorders, die al lang hebben geaccepteerd dat iedereen tegen ze liegt.

Frustraties
Qua treurigheid ontlopen de mensen aan weerszijden van de tafel elkaar maar weinig. De verdachten zijn bijna allemaal ontheemde buitenlanders en maken een wereldvreemde indruk. De officieren zijn veroordeeld tot een zich eindeloos herhalend kat-en-muis spelletje, met als hoogste streven een handtekening in het dossier. In een meer conventionele documentaire hadden de autoriteiten voor de camera over hun frustraties mogen vertellen. Depardon houdt zich afzijdig, en suggereert dat hij zich beperkt tot een objectieve registratie.
Het belang van Depardon als filmmaker zit in de voorbereiding en de montage, niet in de film zelf. Délits flagrants werd een grootse documentaire door de jarenlange onderhandelingen om op deze lokatie te mogen filmen en de radicale presentatie van het gekozen materiaal. Het materiaal zelf is niet bijzonder: lelijk, statisch en veel van hetzelfde. Juist met dat onbeholpen uiterlijk suggereert Depardon objectiviteit. Het lijkt immers alsof hij alleen maar zijn camera heeft neergezet. De manipulatie vindt echter voor en na de opnamen plaats, op een veel subtielere manier dan de kijker met een sturende camera of geïnterviewden een bepaalde kant op te duwen.
De paradox van Depardon is dat er in zijn films niets gebeurt en dat ze toch zo’n sterke indruk achterlaten. Dat kan alleen als vorm en inhoud gelijkwaardig zijn. Net als na La captive du désert vroeg ik me na afloop van Délits flagrants af wat ik nu eigenlijk had gezien. De herinnering is in beide gevallen gereduceerd tot één beeld. Niet omdat er maar één sterk beeld was, maar omdat de hele film in dat ene beeld besloten ligt. Meer heeft Depardon niet nodig. Alleen de essentie telt.

Mark Duursma