Dancing Arabs
Komische balanceeract
Eyad is een Arabier, een moslim én een Israëliër, die graag bij zijn overwegend Joodse medestudenten in Tel Aviv wil horen. Wij zeggen: een moeizame balanceeract, maar Dancing Arabs geeft een mooier en vooral ook humoristischer beeld.
Dancing Arabs opent met een citaat van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwich: ‘Identity is our legacy and not our inheritance; our invention and not our memory.’ Regels die het overdenken waard zijn. Wat is identiteit? Is het eigen, erfelijk of een constructie? Wie ben je in de ogen van anderen en wie wil je zelf zijn? Eyad, de hoofdpersoon van Dancing Arabs, zegt even vergeten te zijn dat hij Palestijn is.
Eran Riklis maakte opnieuw een film waarin hij de gespannen verhoudingen tussen Israëlische Joden en Arabieren op humoristische en menselijke wijze op scherp zet. Hij deed dat eerder met veel internationaal succes in The Syrian Bride (2004) en Lemon Tree (2008).
Dancing Arabs is gebaseerd op de grotendeels autobiografische roman van Sayed Kashua, die ook het scenario schreef. De Palestijns-Israëlische Kashua heeft een persoonlijke column in het Israëlische dagblad Haaretz en schreef een satirisch sitcom, Arab Labor, over een Arabische journalist voor een Israëlisch dagblad (!) die wanhopige pogingen doet geaccepteerd te worden in het overwegend Joods-Israëlische culturele milieu. Vorig jaar publiceerde hij een omstreden column getiteld Why Sayed Kashua is leaving Jerusalem and never coming back. ‘Everything people had told him since he was a teenager is coming true. Jewish-Arab co-existence has failed,’ schreef hij. Hij leeft tegenwoordig in de VS.
Dancing Arabs is gelukkig niet zo bitter. Het verhaal bestaat uit drie delen. In 1982, in Tira, ontmoeten we Eyad voor het eerst: een intelligente Palestijnse jongen die zomaar het antwoord weet op een moeilijke televisiequiz. Hij speelt soms ‘Sharon en Arafat’ met zijn Joodse vriendje en de verwarrende politieke situatie in zijn land levert meer vragen op. Is zijn vader, die in de gevangenis heeft gezeten, nu een held die tegen de bezetter heeft gevochten of een terrorist? En waarom werkt hij dan nu als gewone fruitplukker?
Zes jaar later wordt Eyad toegelaten tot een prestigieuze school in Jeruzalem. En nu moet deze jonge Arabier pas écht leren dansen. Eyad wordt verliefd op de Joodse Naomi en sluit vriendschap met de gehandicapte Jonathan, maar krijgt ondertussen tijdens de geschiedenis- en literatuurles wel allerlei racistische stereotypen over zich heen. Spreekt Eyad Arabisch of Hebreeuws? Wie wil hij zijn? Palestijn of Jood? In het laatste deel, dat zich in 1991 afspeelt, komt de schizofrenie tot zijn ‘logische’ conclusie.
Mooi geacteerd, vooral door Tawfeek Barhom als Eyad en Yael Abecassis, die de moeder van de gehandicapte Jonathan speelt. De film glijdt soepel van het speelse absurdisme van Eyads jeugdjaren naar een aangrijpend einde. Riklis slaagt erin, zonder pamflettistisch te worden of kanten te kiezen, om zijn Arabische en Joodse landgenoten een spiegel voor te houden. En, zonder te verzanden in zoetsappigheid of naïviteit, de oplossing voor zijn dilemma vindt Ayan uiteindelijk in vriendschap.
Barend de Voogd