ALL THE INVISIBLE CHILDREN

Scheve maten & übersentiment

  • Datum 04-10-2010
  • Auteur
  • Gerelateerde Films All the Invisible Children
  • Regie
    Mehdi Charef, Emir Kusturica, Spike Lee, Kátia Lund, Ridley Scott, Jordan Scott, Stefano Veneruso, John Woo
    Te zien vanaf
    01-01-2005
    Land
    Frankrijk/Italië
  • Deel dit artikel

Acht filmmakers laten zien hoe kinderen overal ter wereld kopje onder gaan in armoe, onderdrukking en intolerantie. Met zeer gemengd resultaat.

Goed, Emir Kusturica kan een stevig potje zingen. Maar over het algemeen zijn filmregisseurs nou niet het meest muzikale volk. Willen ze dan toch iets goeds doen voor de wereld, zeg maar zoiets als ‘Do you know it’s christmas time’ en ‘We are the world’, dan kunnen ze beter geen liedje maken maar een episodefilm. Zo’n thematisch verantwoorde opeenvolging van kortfilms die als geheel zelden méér is dan de som der delen. Kusturica, Spike Lee, Ridley Scott, John Woo en vier minder grote sterren aan het firmament waagden zich eraan en noemden hun benefietconcert all the invisible children, omdat het gaat over al die kinderen die wereldwijd kopje onder gaan in armoe, oorlog, intolerantie en onderdrukking.
‘Hoe is het om te zwerven over een stoffige weg en te wachten tot de regen komt?’ vragen gaststerren Tina Turner en Elisa zich af, waarop zeven antwoorden volgen die in beeldspraak vaak net zo plat zijn. Vooral wanneer de cineasten temidden van alle ellende zoeken naar kwetsbare momenten van kinderlijke onschuld, verzanden ze in clichés. Zo vindt het Afrikaanse kindsoldaatje Tanza in Mehdi Charefs gelijknamige episode een katapult, en wordt oorlogsfotograaf Jonathan in het deel van oom en nicht Scott weer efkes kind door met zijn vriendjes in een roeiboot te stappen.

Romakitsch
Minstens zo storend is dat begaafde regisseurs als Kusturica en Lee zich er zo gemakkelijk van af maken. Bij Kusturica denk je aan hysterisch surrealisme in een scheve balkan-maatsoort, en ja hoor, daar zijn ze weer, de bolle buiken en gouden tanden met hun tuba’s en accordeons. Zelfs terwijl ze de zakken rollen van argeloze toehoorders weten Kusturica’s gypsies hoe ze een feestje moeten bouwen — zijn romakitsch heeft de huilende zigeunerjongen definitief van de troon gestoten. Weinig nieuws onder de zon ook in Spike Lee’s documentair ogende, maar daarom niet minder sentimentele relaas van een lief meisje uit een HIV-besmet crackgezin. Knap geacteerd, dat wel, en dat doen eigenlijk alle kinderen in de film.
Sommigen spelen in feite zichzelf. Zo plukte Stefano Veneruso voor ciro de rolex-stelende kids zo van de Napolitaanse straat. Maar die authenticiteit is niet wat deze episode de beste van de hele film maakt: dat ligt aan de wervelende stijl, die zonder angst voor mooifilmerij de cadans van de percussiesoundtrack volgt, en aan het script, dat zijn portret van zomaar een Napolitaanse jongen niet opoffert aan het sociale commentaar. Hadden de andere cineasten en scenaristen dat ook maar gedaan. En tegenover het kindercliché van de kermiscarroussel staat het prachtige schaduwspel dat ciro als een sierlijke vechtkunstenaar met zichzelf speelt.
Het ergste deel werd (wijselijk?) bewaard tot het laatst. Niemand durfde zo stroperig en slijmerig te werk te gaan als John Woo met diens song song & little cat, over twee Chinese meiskes die in maatschappelijke klasse verschillen, maar niet in eenzaamheid. Lieflijk galmende pianopingeltjes die te teer zijn om het geruzie van ouders te overstemmen, zalmroze kindertinten in soft focus, Woo haalt het allemaal met grootse gebaren uit de kast. Dan kan de reprise van Tina en Elisa’s duet er ook nog wel bij.

Kevin Toma