13 jours, 13 nuits

Quo vadis, Afghanistan?

13 jours, 13 nuits

Martin Bourboulon is een popcornregisseur die zich met 13 jours, 13 nuits aan een geopolitieke tragedie waagt. Zijn film over de evacuatie van Kaboel mist de zorgvuldigheid en het humanisme die het onderwerp verdient.

Toen Joe Biden begin april 2021 aankondigde dat hij een einde zou maken aan de ‘forever war’, leek het er even op dat Amerika eindelijk schoon schip zou maken in het Midden-Oosten. De evacuatie van Amerikaanse troepen uit Afghanistan die in de zomer volgde was echter net zo rommelig als de schandalige invasies waarmee George W. Bush ruim twintig jaar eerder de regio ontregelde.

Amerika kwam, zag en liet de Afghanen een laatste keer aan hun lot over. Het gaf de Taliban ruim baan om Kaboel te bestormen en hun Islamitisch Emiraat Afghanistan met geweld op te eisen. Ondertussen probeerden duizenden Afghanen, vooral degenen die voor westerse naties werkten, tevergeefs het land te ontvluchten. De schrijnende beelden van wanhopige burgers die zich aan opstijgende Amerikaanse vliegtuigen klampten, zijn het zoveelste symbool van Amerika’s grandioze mislukkingen op het wereldtoneel van de 21ste eeuw.

Met de thriller 13 jours, 13 nuits verbeeldt Fransman Martin Bourboulon hoe het de Franse ambassade afging tijdens de evacuatie. Wanneer zo’n vijfhonderd Afghanen voor de hekken van de Franse green zone verschijnen om aan een zekere dood onder het nieuwe regime te ontsnappen, wil commandant Mohamed Bida (Roschdy Zem, veel te goed voor deze ondermaatse film) zich over deze bannelingen ontfermen, terwijl de Franse ambassadeur zich al in kogelvrij vest heeft gehesen om op de eerste militaire vlucht van Kaboels luchthaven te stappen. Wat volgt is, grof gezegd, Quo vadis, Aida? (2020) in Afghanistan: een wanhoopspoging om een massa onschuldige burgers te redden van de oprukkende vijand.

Die vergelijking met Jasmila Žbanić’ meesterlijke reconstructie van het bloedbad van Srebrenica pakt niet in het voordeel uit van Bourboulons zesde speelfilm. Žbanić’ verbeelding van de genocide van 1995 vormde de apotheose van een oeuvre waarin zij het blijvende trauma in haar moederland steeds opnieuw onderzoekt. Bourboulon is daarentegen vooral een regisseur van volksvertier, bekend van de Daddy or Mommy-­komedies (2015 en 2016), het gezapige Eiffel (2021) en het historische spektakeltweeluik The Three Musketeers: D’Artagnan en Milady (2023). Dit geopolitieke onderwerp voelt in zijn handen als cinematografisch ramptoerisme. Alsof de popcornregisseur zich opeens een geweten aanmeet.

Dat wreekt zich vooral in de scènes waarin massa’s Afghanen door de militaire barrières rondom het vliegveld willen breken. Waar Žbanić de slachtoffers van het falen van de Dutchbat-missie waardigheid geeft met een uiterst secure cinematografie en zorgvuldige mise-en-scène, schroeft Bourboulon het pathos op met aanzwellende muziek die hij als een deken over zijn slordige totaalshots legt. Hoewel het de Fransen met de evacuatie van Afghaanse burgers een tikje beter afging dan de Amerikanen, symboliseert deze mislukte film vooral het totale falen van de westerse inmenging in Afghanistan.