Verboden beelden Abramović-performance te zien op NFF
Final Cut
De jaren ’70 zijn de tijd van heftige body art, met Marina Abramović als radicaal boegbeeld. Opnames van een vroege performance van haar werden zelfs verboden. Filmmaker Joeri Pruys spoorde de verloren gewaande beelden op en verwerkte ze in Final Cut. De film die zijn wereldpremière beleeft tijdens het Nederlands Film Festival, stelt ook vragen over de huidige omgang met confronterende kunst en zelfcensuur.
Joeri Pruys was twee jaar oud toen zijn vader, cultuurcriticus Simon Mari Pruys (1927-1980), overleed. “Maar mijn moeder heeft veel verteld over zijn werk. Vooral het verhaal over de Marina Abramović-opnames keerde vaak terug. Mijn vader werkte in de jaren ‘70 als redacteur voor het tv-kunstprogramma Beeldspraak van de NOS. Hij stelde voor een dubbelaflevering te maken over body art.”
Als onderdeel daarvan werd Frans Zwartjes gevraagd een performance te filmen die Marina Abramović in het voorjaar van 1975 voor het eerst had opgevoerd in de Oostenrijkse Galerie Krinzinger. In december van dat jaar ging ze op herhaling in het Amsterdamse kunstcentrum De Appel. In Thomas Lips, zoals de performance heet, drinkt Abramović een liter wijn, eet ze een kilo honing, kerft ze met een scheermesje een pentagram in de huid van haar buik en geselt zij zichzelf met een zweep. Het was een van de eerste performances van de toen nog onbekende Servische kunstenaar, die daarna naam zou maken met werken waarin ze de pijngrens – van zichzelf en de kijker – opzoekt en vaak ook overschrijdt.
“Er waren mensen die het werk van Abramović gevaarlijk vonden”, vertelt Pruys. “De omroep besloot het programma te schrappen en zette zelfs een permanent embargo op het uitzenden van de beelden. Het is een van de meest opvallende gevallen van censuur in de geschiedenis van de Nederlandse televisie. Toentertijd schreven de media er volop over. Journalisten vroegen zich af: wat was de reden voor deze censuur? En als het geen censuur was, wat dan wel? Maar er werd verder geen onderzoek naar gedaan en met de tijd dreigde het een vergeten stuk omroephistorie te worden.”
Totdat Pruys veertien jaar geleden besloot de verhalen van zijn moeder gevolg te geven en een documentaire te maken over de inmiddels verloren gewaande Beeldspraak-aflevering. “Mijn eerste belangrijke vondst was een VHS-tape in het omroeparchief”, vertelt hij. “Maar de scène met Abramović was eruit geknipt, het beeld gaat acht minuten op blauw.” Hoe hij het materiaal uiteindelijk boven water kreeg, wil hij niet vertellen – daarvoor moet je Final Cut bekijken.
De beelden zijn om meerdere redenen bijzonder. In het Abramović-retrospectief dat het Stedelijk Museum Amsterdam in 2024 presenteerde, waren enkel zwart-wit foto’s van Thomas Lips te zien. Final Cut bevat het enige bewegende beeld en dan ook nog in kleur – een zeldzaamheid in de performancewereld van toen. De dag dat Abramović optrad in De Appel ontmoette ze bovendien voor het eerst Ulay, de Duitse collega met wie ze daarna bijna twee decennia lang baanbrekend werk maakte. En De Appel, dat in die jaren uitgroeide tot wereldwijd epicentrum voor avant-garde kunst, beschouwde ze sindsdien als een tweede thuis.
Maar alleen een hiaat in de kunstgeschiedenis opvullen was niet genoeg voor Pruys. “Ik wilde het verhaal over het lot van Thomas Lips naar het heden brengen. Want er worden nog steeds dit soort discussies gevoerd over kunst die als problematisch wordt ervaren. Culturele instellingen worden via subsidiestromen achter de schermen beïnvloed door de politiek. Controversieel werk wordt om die reden soms niet vertoond.”
Terwijl Pruys speurde naar een passend hedendaags voorbeeld kreeg De Appel in 2023 een nieuwe directeur, de Palestijnse Lara Khaldi. Onder haar leiding verklaarde De Appel zich als een van de weinige Nederlandse kunstinstellingen solidair met de Palestijnen toen na 7 oktober van dat jaar de genocide begon in Gaza. Parallel aan de Abramović-tentoonstelling in 2024 in het Stedelijk toonde De Appel een solotentoonstelling van Basma al-Sharif, de kunstenaar die zich een jaar eerder had teruggetrokken uit IDFA. “Tijdens een atelierbezoek in Berlijn vertelde ze me hoe de festivalorganisatie volgens haar had geprobeerd pro-Palestina-demonstranten monddood te maken die tijdens de opening leuzen hadden geroepen.”
Een tweede verhaal kreeg Pruys bijna in de schoot geworpen toen hij Stedelijk-directeur Rein Wolfs ging interviewen over de Abramović-tentoonstelling. “In de zijlijn van het gesprek vroeg ik hem naar het relletje dat was ontstaan toen een kunstenaarscollectief het werk Bakunin’s Barricade in bruikleen vroeg als echter barricade bij een demonstratie en het museum dat had afgewezen. Wolfs reageerde als door een wesp gestoken. Daar had ik mijn volgende voorbeeld te pakken van een instelling die weigert een standpunt in te nemen.”
Het Stedelijk verleende overigens alle medewerking aan de productie van Final Cut. “Maar toen ik ze het interview met Rin Wolfs stuurde, heb ik niets meer gehoord. Terwijl zo’n voorval juist een mooie gelegenheid is tot reflectie, het kan het zelfreinigend vermogen van kunstinstellingen stimuleren. Ik hoop dat mijn film iets teweegbrengt en dat ze in de toekomst het gesprek aangaan met kunstenaars en iedereen die betrokken voelt. Wat doe je in het geval van controverse? Sta je ergens voor of trek je je terug?”
Pruys meldde zijn film aan voor vertoning op IDFA maar kreeg een afwijzing. Het Nederlands Film Festival reageerde wel positief en selecteerde Final Cut zelfs voor de Gouden Kalf-competitie. “Wat ik niet had verwacht, want dat festival staat niet bekend als radicaal of activistisch”, bekent de filmmaker. “Maar in de motivatie van de jury is te lezen dat zij zich zorgen maakt over de gevaren van censuur. De artistieke vrijheid moet worden verdedigd en een kritische houding is noodzakelijk.”