MUBI Spotlight: Crin blanc

  • Datum 26-03-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Elke maand presenteren MUBI en de Filmkrant een bijzonder online filmprogramma. April trappen we af met een speciale double bill: vanaf vandaag een maand te zien, Crin blanc, morgen gevolgd door Le ballon rouge, twee kinderklassiekers  met volwassen thema’s die ons doen nadenken over het moment ‘Toen het kind kind was’.

Er is een moment waarop je kind bent. En er is een moment waarop je geen kind meer bent. En alles daartussen is leven. Een eindeloze stroom van ervaringen en momenten die vaak pas achteraf betekenis krijgen. Is het daarom dat de kindertijd voor filmmakers zo’n dankbaar onderwerp is? Omdat film ook zo’n stroom is? En omdat film naar z’n aard herinnering is?

Crin blanc (1953), het minder bekende broertje van Albert Lamorisses Le ballon rouge (1956), maar wel altijd in double bill met die film vertoond, is een film die in die stroom duikt. Het verhaaltje van de 40 minuten durende film is simpel. Ergens in de Zuid-Franse Camargue, "waar de Rhône uitstroomt in zee", leeft een kudde wilde paarden, aangevoerd door een wit paard, "fier en ontzagwekkend", dat zich niet temmen laat. Een groep veehandelaren heeft z’n zinnen op het paard gezet, net zoals de jonge vissersjongen Folco die met z’n grootvader en broertje (de zoon van Lamorisse, later de hoofdrolspeler in Ballon) in de moerassen woont. Als Folco eenmaal vriendschap met het  paard gesloten heeft, wordt het niet meer als leider van de kudde erkend, waarop een lange vlucht volgt waarin jongen en paard op elkaar aangewezen zijn.

Hoewel Crin blanc over een kind gaat, en sinds z’n verschijnen een kinderfavoriet is, gaat de film misschien wel eigenlijk over dingen die een kindergemoed te boven gaan. Maar ze vallen niet meteen op, omdat de film zo onbezonnen en tegelijkertijd ongecompliceerd gefilmd is, met bijna, ja, kinderlijke blijdschap en verwondering over het landschap en de kracht van het paard en de vrijheid en de ruimte. Je ziet de film en wilt zelf door het moeras gaan rennen, de wind in je haren, de zon op je kruin. Je ziet de film en je wordt de wind die door die witte manen strijkt. Je herinnert je het moment waarop je zelf als kind nog kon vliegen met de wind in je rug. En als je als kind nog nooit gevlogen hebt, dan verinnerlijk je je de herinnering die de film oproept, zodat het vanaf dat moment jouw eigen herinnering wordt. Dat alles is geen psychologie, maar schuilt in de simpele systematiek van Lamorisses beelden. Vol oog voor beweging en de muzikaliteit van de montage.

Als je eenmaal door die visuele melodie bent opgetild, dan komt bij de volwassen toeschouwer natuurlijk toch het denken. Over wat het betekent om zo’n goddelijk paard te willen temmen. Het gaat de veehandelaren niet alleen om de goede prijs die ze voor het sterke dier kunnen krijgen, maar ook om iets veel fundamentelers: de macht van de mens over de natuur. Het ongetemde, misschien wel ontembare mag niet vrij blijven rondlopen. De vrijheid is een bedreiging voor de orde, zelfs in de Camargue van de jaren vijftig waar de horizon nog bestond. 

De jonge Folco is de enige die het paard kan temmen, omdat hij nog tussen jongen en man is. In die zin is de manier waarop hij het respect van het paard wint ook een initiatierite: nadat hij zijn touw om de hals van het paard geworpen heeft moet hij zich met gevaar voor eigen leven door de moerassen, het riet, over zand en door de vloedlijn laten slepen tot het paard uiteindelijk, even uitgeput, tot stilstand komt. Hij heeft het dier niet aan zich onderworpen, zoals de veehandelaren probeerden, maar hij heeft zich een gelijke betoond. Samen weerstaan ze de volwassen wereld, maar alleen omdat Folco volwassen is geworden door zijn eigen kleine rite de passage te ondergaan.

Zowel in Le ballon rouge als in Crin blanc zit een melancholische, zelfs mystieke ondertoon die je onder de bijna documentaire beeldentaal niet verwacht. Beide films reiken naar een transcendentale staat. Naar een overgangssituatie. Je zou het moment waarop de kinderen in de film geconfronteerd worden met de grenzen van vrijheid en verbeeldingskracht, met loslaten en verlies, bijna kunnen omschrijven als een ontmoeting met de dood.

Aan het einde van Crin blanc zwemmen jongen en paard samen weg in de oceaan, volgens de voice-over naar een mythisch land waar mens en paard in harmonie samen kunnen bestaan. Maar met volwassen ogen is dat land achter de zee een stuk minder sprookjesachtig. Het is een grootse wanhoopsdaad, ze zwemmen hun einde tegemoet, maar met een overtuigingskracht en een geloof in hun eigen vrijheidsvlucht die ons als toeschouwers doet geloven dat er een wonder gaat gebeuren. Dat ze het wel zullen halen. Die slotbeelden zijn, net zoals alle beelden van gevangenschap en vrijheid en de film, niet alleen maar metaforen, maar ook sleutels en voertuigen die de toeschouwer naar zijn eigen vrijheid voeren.

Dana Linssen

Filmkrant-lezers kijken drie maanden gratis op MUBI.com, waar Crin blanc vanaf vandaag 30 dagen te zien is.