Filmfestival Marrakech: The Python Theorem
"Deze film gaat nóóit in Israël vertoond worden", verzucht een Israëlische collega over Terry Gilliam’s The Zero Theorem, terwijl we wachten op een groepsgesprek met de iconoclastische regisseur. Waarom zitten we hier dan toch met zijn allen? Juist ja: Monty Python.
Het is een tekekend moment voor het filmfestival van Marrakech, dat dit jaar aan zijn dertiende editie toe is. Het festival, ondersteund door de kroonprins van Marokko, meet zichzelf de allure aan van een festival als Cannes en weet de grootste sterren bereid te vinden naar Marrakech af te reizen voor masterclasses, hommages of als jurylid — dit jaar geven onder meer Sharon Stone, Martin Scorsese, Paolo Sorentino, Mads Mikkelsen en Nicolas Winding Refn acte de presence. Maar, en daar wringt het: niet omdat hun films in de competitie of het hoofdprogramma te zien zijn. En dus heeft het festival wel de hijgerige sterrenjacht van Cannes, zonder dat het daarbij óók over de beste films ter wereld gaat.
En dus zitten we hier nu te wachten op een rondetafelgesprek met Gilliam waar zeker de helft van de tafel (tien journalisten in totaal) het eigenlijk liever niet over de film zou willen hebben. Want een paar weken eerder werd bekend gemaakt dat Monty Python weer eens bij elkaar zou komen voor een kleine reeks optredens, en gisteren gingen de kaarten in de verkoop; in recordtempo waren ze uitverkocht. Gilliam lijkt de vraag te verwachten, geeft zijn antwoord met een kwinkslag en weet het gesprek vervolgens gedecideerd via zijn eindeloze pogingen om Don Quichote te verfilmen (zijn "fabrieksinstelling", noemt hij het inmiddels — komend jaar probeert hij het opnieuw) naar The Zero Theorem te sturen.
Gelukkig maar, want daarover valt veel te zeggen. Bij zijn wereldpremière in Venetië werd de film lauwtjes ontvangen, en ook bij de galavertoning gisteravond vertrokken veel mensen voor het einde van de film. Ook in Nederland zal de film waarschijnlijk de bioscopen niet halen, op festivals als het IFFR of (waarschijnlijker) Imagine na. Want inderdaad: The Zero Theorem is (deels moedwillig, deels uit onkunde) chaotisch, onnavolgbaar en enigmatisch, zozeer dat het navertellen van de plot binnen de kaders van dit verslag ondoenlijk is. Maar de film is wél pure Gilliamesque dystopie, in de traditie van zijn Brazil en 12 Monkeys. Een film vol Grote Ideeën — over de hedendaagse communicatieloze communicatiemiddelen; over de banden tussen religie en surveillance; over de zin en onzin van het leven — met een glansrol voor Christoph Waltz.
In het interview is Gilliam verrassend openhartig over de achtergronden, die neerkomen op: geen geld, geen tijd, geen voorbereiding. "Het geld heeft deze film ontworpen", grapt hij over de kenmerkende art direction, die antiek en hypermodern verweeft. De film werd gemaakt in krap een jaar, en Gilliam vond het uiteindelijke verhaal pas in de montagekamer. Gilliam, optimistisch als altijd: "Ik weet niet of ik dat nog eens zo zou willen doen, maar zo’n manier van werken, waarbij je constant met verrassingen en problemen wordt geconfronteerd, houdt de creativiteit wel gaande!"
Wanneer we na twintig minuten interview door de persmedewerker weg worden gedirigeerd, schuift Gilliam aan bij de volgende tafel. Terwijl mijn collega’s en ik afdruipen, hoor ik hem alweer een riedel over de razendsnel uitverkochte Python-optredens afsteken. Wij begeven ons naar de shuttle-busjes, op naar de volgende vertoning, en naast me verzucht een Braziliaanse collega: "Jammer dat we niet wat meer over Monty Python hebben kunnen praten."
Joost Broeren