Cannes 2014: Wat een zeikwijf. Wat een slappe zak.

  • Datum 20-05-2014
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Turist

Ruben Östlund maakt films als sociologische experimenten. In Turist zet hij de battle of the sexes met de kracht een lawine in gang. Mannen versus vrouwen en ander alledaags seksisme uit Cannes.

Gelukkig moest-ie lachen. Ik vertel regisseur Ruben Östlund (Play) dat ik na de persvoorstelling van zijn nieuwste film Turist (Force majeure) in Un Certain Régard een heftige discussie had met twee mannelijke collega’s over de film die het a. allebei een geweldige film vonden en b. ervan overtuigd waren dat alle ellende in de film veroorzaakt werd door de vrouwelijke hoofdpersoon. Wat een zeikwijf. Nou ja zeg! En dat terwijl je als je een ‘bad guy’ wilt aanwijzen, dat toch eerder de natuurkracht van een lawine is die de gezellige familievakantie van Thomas en Ebba komt verstoren. Want niks vrouwen en kinderen eerst. Zodra hij ziet dat het ernst is, smeert-ie hem. Vrouw en kinderen achterlatend op het terras. Wat een slappe zak.

Zo extreem had hij het nog niet gehoord, maar Östlund had het wel een beetje verwacht. Zijn film speelt met vooroordelen. Al zijn films zijn sociologische en behaviouristische experimenten en nu zet hij opeens ‘de natuur’ als derde speler in. De Zweedse regisseur deed een hoop research voor de film en ontdekte dat bij scheepsrampen van de Titanic tot de Estonia het percentage mannelijke overlevenden veel groter was dan bij de vrouwen en de kinderen. Het maakt de film een beetje tot een leerstuk. Östlund wil iets onderzoeken en bewijzen tegelijkertijd, namelijk hoe reageren mensen op een ramp, reageren mannen en vrouwen anders en hoe verhouding instinct en sociale conventies zich tot elkaar? Maar hij wil ook het gezin als maatschappelijk verschijnsel aan de orde stellen, en dan vooral zo: waarom denken vrouwen toch altijd dat mannen ze moeten redden?

Precies daarin schuilt mijn probleem met de film. Denken vrouwen dat? Of denken mannen dat vrouwen dat denken?

En hebben die cijfers die hij zo trots aanhaalt misschien nog andere oorzaken? Bijvoorbeeld dat vrouwen en kinderen dat urenlange ronddobberen in het koude water misschien niet konden overleven?

Voor we het weten zitten we over cijfers en percentages en ‘how to lie with statistics’ te praten en dan over het gebrek aan films van vrouwelijke regisseurs in Cannes. Het is dit jaar een beetje een non-topic, afgedekt met Jane Campion als juryvoorzitter, en films van Naomi Kawase en Alice Rohrwacher in competitie en festivalwijd een redelijke vertegenwoordiging van vrouwen.

Maar het gaat natuurlijk over iets anders. Niet over percentages, maar over een veel ingewikkelder vraag, namelijk: maken vrouwen andersoortige films die met de ogen van het dominante mannelijke perspectief bekeken minder snel worden ‘herkend’?

Zit je op grond van je sekse ook als toeschouwer met een ‘male’ of een ‘female gaze’ opgescheept?

Zolang er een dominante mannelijke filmkritiek is die vraag moeilijk te beantwoorden. Feministische filmtheoretici in de jaren zeventig en tachtig beschreven al hoe een vrouwelijke toeschouwer als het ware sociaal geconditioneerd is om zich aan de ‘mannelijke blik’ aan te passen, mee te leven met de held, neer te kijken op de femme fatale.

Misschien zou het in het nadenken en evalueren van een festivalprogramma niet alleen moeten gaan over statistieken, hoeveel mannen, hoeveel vrouwen? Maar ook over de vraag vrouwen mannen en vrouwen filmen en hoe mannen dat doen? Zijn er verschillen in aan te wijzen? En net zo goed als je je af moet vragen waarom er nog steeds zoveel meer mannelijke hoofdpersonen zijn in films van mannelijke regisseurs, zou je je ook moeten afvragen waarom vrouwen precies hetzelfde doen? De hoeveelheid films met iets van ‘meisje’ in de titel is opvallend (Party Girl, That Lovely Girl, A Girl at my Door, Bande de filles). Is het een tegenreactie, of ligt het dichter bij je natuur om eerst je eigen sekse-perspectief te kiezen?

Eigenlijk kunnen we Ruben Östlunds natuurkrachten niet begrijpen zonder eerst ons eigen perspectief te onderzoeken.

Dana Linssen