Robert Jan Westdijk over HET ECHTE LEVEN
Het draait om de maker
Robert Jan Westdijk (foto Angelique van Woerkom)
"Het is niet zo maar een film in een film. Eigenlijk is de film in de film de film." Aan het begin van het gesprek excuseert Robert Jan Westdijk zich. Hij staat pas aan het begin van het PR-circus en voorgebakken antwoorden heeft hij nog niet klaarliggen.
Ook al is de film zelf vrij makkelijk te volgen, op het moment dat de regisseur moet uitleggen waar zijn film over gaat raakt hij al snel verstrikt in het Droste-effect dat een film in een film met zich mee brengt.
Het idee voor het echte leven kreeg Robert Jan Westdijk tijdens de productie van zijn tweede film, siberia (1998). Destijds ontdekte hij de schoonheid van wat hij nu de randen van de film noemt. "Ik keek door de video-assist en zag ineens de gripper in beeld lopen. Ik dacht: Wat zou er gebeuren als ik een acteur vervang door één van de crewleden?" En je hebt altijd die momenten waarop ‘actie’ wordt geroepen. Daarvoor moet de camera op snelheid komen. Vaak wordt er dan nog snel iets recht gezet, de acteurs halen nog even adem. Pas dan kom je tot de kern van het shot, de reden waarom iedereen bij elkaar is gekomen. Als er vervolgens weer ‘stop’ wordt geroepen, hoor je soms nog net iemand roepen; ‘Dat was dus helemaal niks’, of, ‘Dat was geweldig!’ Ineens besefte ik: ‘Dat zijn de momenten van waarheid.’"
Een tweede bepalend moment was de montage van diezelfde film. De editor had al een ruwe voormontage gemaakt. In een bepaalde scène zat een shot waarover Westdijk niet te spreken was. "Er waren een stuk of zes verschillende takes gemaakt en ik was ervan overtuigd dat er een betere tussenzat. Bij de vijfde deed de acteur eindelijk wat ik wilde. Ik zat daar in de montagekamer en dacht, ‘Ja, ja, ja’ Op dat moment stopte de acteur: ‘Dit is helemaal niks.’ Ik zat daar in de montagekamer: ‘GODVERDOMME!!’ Ik zat echt te krijsen tegen het scherm. Ineens schreeuwde de monitor terug: ‘Zak, wat heb je nou gedaan!’ Dat was ik zelf, drie maanden daarvoor tijdens de opname. In een laatste flits zag ik nog net de acteur schrikken. Want normaal gesproken doe ik dat niet, boos worden op een acteur. Maar dat ik drie maanden later op precies dezelfde, intense manier reageerde op het mislukken van een take… Dat is een mooi verhaal."
Mindfuck
Het heeft Westdijk een jaar of tien gekost om die ‘randen van de film’ op een natuurlijke manier te verwerken in een verhaal. "Je kunt je voorstellen dat het een enorme puzzel was. Ik had de obsessieve gedachte dat ik eerst een treatment moest maken, waarin zou staan wat zich voor en wat zich achter de camera zou afspelen. Ik heb phileine zegt sorry als een tussendoortje gemaakt omdat ik anders gek zou worden."
De bevrijding kwam anderhalf à twee jaar geleden. "Op dat moment dacht ik; Fuck it, ik ga gewoon dat verhaal schrijven. Associatief overspringend van de ene scène in de volgende ontstond het verhaal vanzelf, al schrijvend."
In het echte leven draait alles om Martin, een regisseur die een film wil maken over Milan, gespeeld door Martin zelf. Die Milan is iemand die een spelletje speelt met zijn geliefde, gespeeld door de vriendin van de regisseur. Hij vraagt haar verliefd te worden op een ander. Als één van zijn crewleden via een spiegel per ongeluk in beeld komt, besluit de regisseur hem in te zetten als acteur. Als deze Dirk vervolgens zijn eigen liefdesleven meebrengt in de film, is de verwarring compleet. Het is vooral Martin (of is het toch Milan?) die verstrikt raakt in zijn eigen spelletje. Is het nou de actrice die vreemdgaat, of toch de vriendin van de regisseur? Doet ze dat alleen in de film in de film, of ook in ‘het echte leven’? Wat is echt, wat is fictie?
Het is geenszins de bedoeling van de regisseur, de echte regisseur, om een spelletje te spelen met de kijker. "Het is geen ‘mindfuck’. Als ik een film maak wil ik twee dingen. Ik wil een verhaal vertellen. En ik wil wat meer. Iets dat op beeldende kunst lijkt. Een reflectie op mijn vak. Maar ik ben geen snob. Ik wil dat het publiek de personages kan blijven volgen. Ik wil dat het voelt: ‘Nu valt er voor mijn ogen een relatie uit elkaar.’ Of dat het zich afvraagt: ‘Houden ze nou wel zo veel van elkaar als ik dacht, of als ze zelf dachten?’ Als de mensen de weg kwijtraken tussen die verschillende vormlagen…, dat is niet zo belangrijk. Zolang ze er emotioneel maar bij blijven. En dat is met deze film haalbaar, denk ik."
Zusje
het echte leven is uiteindelijk een mix van de rushes van de mislukte film van Martin, gecombineerd met het materiaal van de making-of van diezelfde film. "Maar bedenk dan wel dat ook die behind-the-scenes is gemaakt in opdracht van Martin", benadrukt Westdijk.
In zijn ogen verschilt het echte leven niet zoveel van zijn debuut. "zusje bestond uit homemovie-tapes gevonden op de markt. Daar had ik een raamvertelling bij verzonnen, omdat ik me afvroeg of het publiek die videobeelden wel zou pikken in de bioscoop. Vandaar dat ik begin met een 35mm shot van iemand die op de markt wat bandjes vindt. Maar verder bestaat de film vooral uit een verhaal dat geknipt is uit dat ‘gevonden’ materiaal. Op dezelfde manier zou je het echte leven als een documentaire kunnen zien die door Martin van al het restmateriaal is gemaakt, om uit te leggen aan zijn omgeving waarom er is gebeurd wat er is gebeurd. Het enige zwakke punt van het verhaal is dat de producenten niet ingrijpen."
Er zijn meer raakvlakken met zijn debuut. Zo is Martin een verwijzing naar Martijn, de broer van Daantje in zusje. En in beide films heeft het meisje uiteindelijk de touwtjes in handen. "Dat is een constante in mijn werk." Ook opvallend is dat in beide gevallen de hoofdpersoon niet degene is die het meest in beeld is. "Bij zusje zit je voor 80, 90 procent naar Kim van Kooten te kijken. Maar uiteindelijk draait het voor mij om de maker. Ook in het echte leven ligt de focus uiteindelijk op de regisseur, op Martin die verstrikt raakt in zijn eigen spel."
Westdijk vindt al die overeenkomsten niet zo verwonderlijk. "Het zijn de twee meeste persoonlijke films die ik heb gemaakt. zusje is de reflectie op de homemovies die ik heb gemaakt toen ik van de filmacademie kwam zonder eindexamenfilm. De jaren van frustratie uitten zich in het ontwikkelen van een beeldtaal, de homemovie, die ik daarna in een speelfilmvorm heb gegoten. Je zou kunnen zeggen dat het echte leven is ontstaan als een reflectie op de speelfilmervaring die ik daarna heb opgedaan."
Grappig is dat Westdijk achteraf merkte dat hij die ‘randen van de film’ ook al in zusje tegenkwam. "Tijdens het maken van de making-of zag ik een moment waarop Kim uit haar rol valt. Ze lijkt te breken en ze zegt: ‘Sorry, Robert Jan, maar dit kan ik niet. Ik ben geen actrice.’ Even later zie je haar bijna huilend zitten. De camera zoomt wat schokkerig uit en je denkt naar een echte, verdrietige Kim te kijken. Ineens komt er een tekst en blijkt het toch een take uit de film te zijn. Eigenlijk kun je van elke filmproductie een verhaal als het echte leven maken. Maar meestal zie je niet meer dan de bloopers op de DVD."
Westdijks echte leven
"Helemaal niet en helemaal wel", is zijn antwoord op de vraag in hoeverre hij zelf op Martin lijkt. "Ik ben al 22 jaar met dezelfde vrouw. Zij zit niet in het filmvak en dat is waarschijnlijk geen toeval. Ik had de angst dat bepaalde trekken van mijn karakter zouden leiden tot wat je nu in deze film ziet."
Maar er zijn wel degelijk overeenkomsten. Westdijk noemt het gevoel voor humor van Martin en vooral de obsessie om dat ene specifieke beeld te willen vangen. "Ik heb wel eens een scène gedraaid waarbij de acteurs bij een deur stonden te vechten. De één sloeg de deur dicht en de ander kwam daar op een pijnlijke manier met zijn vinger tussen te zitten. Daar stond ik naar te kijken en riep: ‘Geweldig, geweldig!’ Ik had op dat moment niet in de gaten dat iemand echt pijn had. Dan kan ik zo opgaan in wat ik zie, dat ik de zorgzame werkelijkheid uit het oog verlies."
Westdijk is wel minder pretentieus dan zijn alter ego op het doek. "Althans, dat hoop ik dan maar. Er zitten van die beelden in, die we op de set filmacademieshots zijn gaan noemen. Zoals een close-up van een sleutel die in het slot verdwijnt. Dat zijn shots die Martin wilde maken." Daar zit een risico in. Dat filmacademieshot, wie heeft dat nu verzonnen? Martin, of toch Robert Jan Westdijk zelf? "Dat hebben ze ook allemaal tegen me gezegd op de set. Het is wel jouw naam die er straks onderstaat. Sommige dingen heb ik daarom weggelaten. Maar die liefdesopdracht, die brief waarin Martin tegen zijn vriendin zegt een ander te zoeken… dat is de grootste pretentieuze bullshit die er is. Dat is een element dat ik zelf niet zo boeiend vind. Maar ik heb het wel nodig om het verhaal te kunnen vertellen. Martin neemt het serieus. En daarom moet ik het ook serieus nemen."
Zo bestaat de kans dat de regisseur Robert Jan Westdijk verstrikt raakt in zijn eigen film. Of sterker nog. Het is al gebeurd. Tijdens de aftiteling zien we actrice Sallie Harmsen de deur openen van een kledingkast. Aan de binnenkant van die deur zit een spiegel. En wat zien we daar? Jawel, één van de crewleden. In dit geval de focus puller. Westdijk bezweert dat dit geen opzet is, maar een echte toevalstreffer. En zo blijkt, al is het maar heel even, de film in de film geen film te zijn, maar het echte leven.
Jeroen Stout
het echte leven verschijnt 25 september en wordt volgende maand besproken.