Raymond Depardon over LA VIE MODERNE

Adieu boerenland

  • Datum 23-02-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Raymond Depardon

la vie moderne is het derde en laatste deel van Raymond Depardons plattelandstrilogie. Nog één keer laat de Franse filmmaker en fotograaf zijn blik glijden over de laatste Franse boertjes die dapper stand houden tegen de moderne tijd. De Filmkrant sprak met Depardon op het festival van Cannes.

Gisteravond tijdens de première zei u dat boeren niet conservatief zijn. De boeren hebben een kracht die we na jaren weer zijn gaan waarderen. Zij weten hoe ze op een natuurlijke en duurzame manier met de natuur moeten omgaan.
Ik realiseerde me dat Frankrijk de Tweede Wereldoorlog in zekere zin nog niet heeft verwerkt. In een beroemde speech roemde maarschalk Petain (die collaboreerde met de Duitsers, JS) de boeren en hun levenswijze. Zij waren de ware Fransen. Tegenwoordig worden boeren gezien als reactionair en conservatief. Dat komt allemaal door Petain. Die speech achtervolgt ons nog steeds. Maar boeren zijn niet reactionairder of conservatiever dan stedelingen. Ik kom op het platteland veel tolerantie tegen. Ze zijn vaak vrijer dan wij. Dat Frankrijk niet aan de oorlog in Irak heeft meegedaan is te danken aan de boeren. Ze zijn van oudsher voorzichtiger.

Die cultuur van de boeren, zeker de kleine boeren, is wel aan het verdwijnen. Absoluut. Dat komt door de vrouwen. Die verlieten in de jaren zestig massaal het platteland. Ze wilden er niet langer wonen. Er zijn veel boeren die moeite hebben om een levensgezel te vinden. Als ik niet was weggegaan, zou ik ook zo’n alleenstaande boer zijn geworden. Het zijn nu ook weer vooral de vrouwen die interesse hebben in de opkomende ecologische landbouw. Er wonen nu weer kleine boeren in Australië, verlaten van alles en iedereen. Zelfs zonder internet. Het zijn de vrouwen die dat willen, die zo willen leven, die dat dus mogelijk maken.

Uw vader was boer. Is dit een terugblik, of een ode aan uw eigen achtergrond? Ik ben nu zover dat ik over mijn schaamte heen ben. Ik ben tot rust gekomen, heb vrede met mijn achtergrond.

Heeft u er geen spijt van nooit uw ouders te hebben gefilmd? Natuurlijk. Ik ben het verplicht aan mijn verleden, aan mijn familie. Daar heb ik spijt van, dat is iets waar ik mee moet leven. Mijn vader zou nu 110 zijn geweest. Ach…
Maar ik zou niet geweten hebben hoe ik dat had moeten doen. Lange tijd liep ik rond met een complex, ik schaamde me voor mijn achtergrond. Ik heb de boerderij verlaten om reporter te worden, veel te jong. En al die tijd heb ik die schaamte met me meegedragen.
Maar ik ontmoette overal boeren, overal waar ik kwam. In Zuid-Amerika, in Chili, in Afrika. Langzaam maar zeker wist ik me van mijn schaamte te bevrijden en ontwikkelde ik een gevoel van nostalgie. Dat gaf mij een enorme energie. Die energie heeft mij in staat gesteld dit onderwerp te verfilmen. Maar toen was het probleem natuurlijk: hoe ga ik deze mensen filmen, wie zijn ze, hoe ga ik het onderwerp aanpakken? Toen herinnerde ik me iets uit mijn jeugd, de gesprekken aan de keukentafel. Die waren een belangrijk element in het dagelijks leven op een boerderij. En zo heb ik de boeren gefilmd. Aan tafel. Het ontroert me ze te zien zoeken naar het juiste woord. Ze willen altijd de juiste woorden gebruiken. Nooit te veel. Voor boeren zijn woorden nog belangrijk. Ze hebben nog een waarde.

Hoe verhoudt la vie moderne zich tot uw profils paysans 1 & 2? Deze film is vooral sober. Ik denk dat ik de vorige twee moest maken om tot deze ‘simpele’ vorm van cinema te komen. Alsof zij schetsen of oefeningen waren die mij in staat stelden deze eenvoud te bereiken. Ik heb geen spijt van die andere twee. Het was ook nodig om geduld te hebben, om het vertrouwen van deze mensen te winnen.

Jeroen Stout