Rama Burshtein over Fill the Void

'Kadosh is een van de redenen dat ik deze film wilde maken'

  • Datum 28-03-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Op haar 26e koos Rama Burshtein ervoor om toe te treden tot het charedi jodendom, in de volksmond de ultraorthodoxen. Voor het maken van haar eerste ‘echte’ film Fill the Void moest ze, overigens met de steun van haar rabbi, een aantal religieuze principes opschorten, zoals de strenge scheiding tussen mannen en vrouwen. Het leverde een uniek inkijkje op in een gesloten wereld.

De afgelopen jaren kwamen uit Israël een aantal films die zich afspelen in de ultraorthodoxe gemeenschap. Films als Kadosh en Eyes Wide Open vestigden de aandacht op de repressieve aspecten van dit strenge geloof. Hoe verhoudt u zich tot die films? "Bij Kadosh heb ik van het begin tot het einde gehuild, zo’n pijn deed het me om te zien hoe de gemeenschap wordt neergezet. Het stoort me ook dat de research zo slecht is gedaan, je ziet allerlei rituele handelingen die helemaal niet stroken met de voorschriften. Kadosh is eigenlijk een van de redenen dat ik deze film wilde maken. Het staat iedereen vrij om films te maken over ons, maar ik wil niet dat het gezichtspunt van buitenstaanders het enige is dat het publiek bereikt."

Het gearrangeerde huwelijk staat in uw film niet ter discussie. De spanning komt juist voort uit het feit dat er, ondanks de druk van haar familie, van de jongste dochter uiteindelijk een persoonlijke keuze wordt verlangd. En het lijkt alsof dat de eerste keer is in haar leven. Gaat het vaak zo? "Het klopt dat een huwelijk nooit mag worden afgedwongen, het moet altijd een keuze zijn. Dit verhaal speelt zich af in haar hart. Een meisje van achttien, dat nog nooit een film heeft gezien, nog nooit een roman heeft gelezen, heeft geen mogelijkheden om uit te drukken wat ze voelt. Ze wéét nauwelijks wat ze voelt. Het zou makkelijk zijn geweest om dat aan de kijker uit te leggen, maar liever laat ik het zien. Zoals je het zou zien wanneer je blik toevallig door een raam viel: zonder uitleg en zonder woorden. Want die woorden heeft zij niet. Dus heb ik haar ook niet een vriendin gegeven bij wie ze haar hart uitstort. Je ziet haar in haar onwetendheid over wat haar precies overkomt. Voor de eerste keer vertelt iemand haar dat ze mooi is — een man. Dat slaat in als een bom! Het gaat over een meisje dat een vrouw wordt, in negentig minuten. Ik wil dat de kijker samen met haar die reis maakt."

U hebt jarenlang films gemaakt volgens de ultraorthodoxe voorschriften. Voor Fill the Void koos u ervoor om die beperkingen en conventies te laten varen. Dat is erg goed ontvangen. Hoe kijkt u nu aan tegen het charedi filmmaken? "Het is een waanzinnige filmbusiness, die volledig door vrouwen wordt gerund: ze schrijven, regelen de financiering, regisseren, acteren, filmen, monteren, alles. De vrouwen in deze industrie weten echt van aanpakken. Maar ons publiek gaat niet naar de gewone bioscoop en is erg primitief in hun manier van filmkijken: ze zouden bij wijze van spreken nog steeds in elkaar duiken wanneer er op het scherm een trein komt aanrijden. Je moet dus iets brengen wat heel simpel en heel duidelijk is. Met kunst heeft het niets te maken, het is puur entertainment, gericht op de eigen gemeenschap. En het blijft altijd hetzelfde. Daarom ben ik er acht jaar geleden mee gestopt. De films die ik daar heb gemaakt, tellen ook niet echt als het gaat om filmmaken. Wel is het zo, dat ik daar een eigen filmtaal heb ontwikkeld, waarin alles draait om het karakter, het kader en de belichting. Omdat het maken van een camerabeweging veel te veel afleidt, als je tegelijk ook zelf de scène moet regisseren. Die stijl is het enige wat ik vanuit deze achtergrond heb meegenomen.’

Wat vindt u ervan dat het Israëlische ministerie van Cultuur sinds dit jaar geld wil vrijmaken voor de ultraorthodoxe filmindustrie? "Als de films gericht zijn op een breder publiek, dan moet dat ondersteund worden. Maar als het alleen entertainment is voor de eigen gemeenschap, dan vraag ik me af of het geld niet zou moeten gaan naar mensen die iets willen maken wat iedereen kan zien. Als het een goed script is, dan moet het ook aan de wereld getoond worden. Zo niet, dan niet. Het is tenslotte veel geld, waar meer mensen om vechten. Dus ik ben niet zo’n voorstander van een speciaal subsidieprogramma. Maar de ontwikkeling is nog erg recent. Deze filmindustrie begint nog maar net haar bestaansrecht op te eisen. De films zijn voor de buitenwereld alleen niet interessant, en het is nog niet mogelijk om tegelijk iets voor de eigen gemeenschap en voor de wereld daarbuiten te maken. Het is een ander vocabulaire."

Sasja Koetsier