Philippe Lioret over WELCOME

"Calais is onze Mexicaanse grens"

  • Datum 31-01-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Over een vluchtelingenkamp bij Calais maakte de Franse regisseur Philippe Lioret het grauwe en verontrustende welcome. Lioret: "’De jungle’ noemen de vluchtelingen het zelf."

Een weerbarstige Franse veertiger en een jonge Koerdische vluchteling vormen het middelpunt van welcome, een verhaal dat zich net zo goed in Frankrijk als in Nederland als in het Zuiden van de VS had kunnen afspelen. In rauwe, realistische tonen schetst Lioret de pogingen van de zeventienjarige Bilal (Firat Ayverdi) om vanuit Frankrijk naar Groot-Brittannië te komen, nadat hij drie maanden op weg is geweest om in Calais te komen. Lioret deed maanden onderzoek voordat hij met het project begon. Toen hij hoorde dat vluchtelingen daadwerkelijk probeerden het kanaal over te zwemmen om Engeland te bereiken, besloot hij de film ook echt te maken.

Kijken naar deze film is een vreemde ervaring. Als je het vluchtelingenkamp in de film ziet dan lijkt het alsof je in je eigen land een dictatuur binnenstapt. Was u ook verrast? Natuurlijk was ik ook verrast. Ik kende het probleem via de pers maar als je het met eigen ogen van zo dichtbij ziet, is het echt ongelofelijk. Een niemandsland. ‘De jungle’ noemen de vluchtelingen het zelf. Een van de dingen die ik vooraf deed was met sociologen praten. Die zeiden me dat tussen nu en 2050 meer dan één miljard migranten op weg zullen gaan. Dus het probleem begint nog maar net. Van het zuiden naar het noorden dan. Er zullen meer mensen vanuit Darfur hierheen komen dan vanuit Londen of Parijs naar Khartoum zullen verhuizen.

U heeft zich minutieus voorbereid op het maken van de film. Ja, ik heb veel vrijwilligers en migranten ontmoet door op het terrein tijd met hen door te brengen. De meeste van die jongens zitten daar omdat ze gevlucht zijn voor oorlog. En uiteraard zoeken ze ook een economische oplossing voor hun problemen. Die zoeken ze in Engeland omdat ze die taal vaak beheersen. Daarnaast is het een land waar door het hardvochtige economische en sociale beleid van Thatcher in de jaren tachtig een complete parallelle zwarte economie is gegroeid. En juist omdat dat toen ook al vluchtelingen aantrok, proberen veel nieuwe vluchtelingen familieleden en vrienden van toen terug te vinden: een vader, een broer, een vriend, een vrouw.
Het verhaal van de film over een jonge gast die zijn verloofde wil terugvinden, heb ik niet zelf bedacht. Dat heb ik daar van migranten zelf gehoord. Men heeft me ook verteld over jongeren die het Kanaal proberen over te zwemmen om Engeland te bereiken. Ook dat hebben we gebruikt. Of dat ooit is gelukt weet ik niet. Ik weet wel dat het een flink aantal keren is míslukt. Iedereen daar is uitgeput: de vrijwilligers, hun partners en de vluchtelingen.

Het neerknuppelen door de politie en de politie-invallen in het huis van de vrijwilliger zonder gerechtelijke toestemming. Dat was ook realistisch? Dat heb ik met eigen ogen gezien.

Was u politiek gemotiveerd bij het maken van de film? Het begon vanuit een dramatische interesse. Ik ben eerst en vooral een filmmaker dus zo ben ik het verhaal ook begonnen. Maar ik ben er ook als een citoyen, als een verantwoordelijk burger uit tevoorschijn gekomen. Want we zitten nu met een ongelofelijke wet in Frankrijk — de ‘overtreding bij solidariteit’ — die zegt dat je vijf jaar naar de gevangenis kunt als je een vluchteling helpt.

Vertelt cinema genoeg van dit soort verhalen? Ik weet het niet. Ik hou van dit soort films. De laatste jaren zag ik er een paar, die gingen altijd over het leven van die ‘anderen’ binnen een brede historische context. raining stones van Ken Loach en the three burials of melquiades estrada van Tommy Lee Jones. Calais is onze Mexicaanse grens en als cineast ben ik daardoor geïnspireerd.
Ik geloof heel sterk in de kracht van het drama van film omdat dat beelden bij je oproept en omdat ik daarmee echte, levende personages kan scheppen waarin mensen zich kunnen herkennen. Cinema is een kracht in het heelal. François Truffaut zei — daar heb ik ooit lang geleden eens het geluid voor gedaan — dat achter elke grote film ook een grote documentaire zit.

Hoe kon u terecht op dat terrein in Calais? De toenmalige burgemeester had het scenario gelezen en stond er heel positief tegenover. Hij heeft toen de deuren opengezet, daar heb ik geluk mee gehad. Bij de laatste verkiezingen werd hij weggestemd en de nieuwe burgemeester is een stuk strikter. Zij weigerde zelfs de film te zien omdat ze bang was dat die een negatief beeld zou geven van de stad. Wat helemaal niet waar is. Misschien geeft hij wel een negatief beeld maar dan van de nationale bestuurlijke macht, niet van de stad.
Maar spreek alsjeblieft over de film, want die dreigen we te vergeten in dit hele verhaal. Ik ben bang dat de film dadelijk terechtkomt in een hoek waarin hij niet thuishoort.

Maar de film is toch zeker ook een politiek verhaal? Ja, maar met een menselijke maat.

U gebruikt weinig dialoog, u gebruikt voor een deel non-professionele acteurs, u gebruikt een rauw realistische stijl. Dat lijkt veel op wat we dan maar het neoneorealisme zullen noemen. Toch bleef u met de camera op afstand van de personages. Waarom? Die indruk heb ik niet. Ik dacht dat ik de personages van dichtbij filmde. Voor te veel close-ups moet je oppassen want dan verliezen ze hun effect. Bovendien houd ik niet zo van die expliciete handtekeningen van regisseurs. Naarmate ik meer films maak wil ik mezelf als regisseur juist meer en meer uitwissen. Minder poespas en een zo realistisch mogelijk verhaal zodat de kijker zich kan herkennen in wat er gebeurt. In het dagelijks leven bekijk je de mensen ook niet in close-up. Zelden in elk geval.

De regisseur wissen? Zodat het verhaal vóór de camera wordt verteld en niet erachter. Al te vaak zit daar een auteur met een te beweeglijke camera. Ik probeer het filmen zo eenvoudig mogelijk te houden. Zodat de camera en de regisseur onzichtbaar worden. Jazeker. Het gaat niet om de kunst, het gaat om de acteurs en hoe ze bewegen en wat ze doen. Chaplin zette zijn camera ergens neer en er was niemand die er vervolgens in keek. Het ging helemaal om de bewegingen vóór de camera. Een statisch beeld. Maar geweldig. Een verhaal moet zichzelf vertellen. Zoveel mogelijk.

Ronald Rovers