Mohamed Ben Attia over Weldi

‘Ik zie IS als een symptoom van een spirituele crisis’

In Weldi gaat een Tunesische vader op zoek naar zijn zoon, die als jihadstrijder naar Syrië is afgereisd. Regisseur Mohamed Ben Attia ziet dat er iets fundamenteler speelt dan sociale factoren. “Het draait om onze opvatting van geluk. We vertellen jongeren dat je succesvol bent als je geld hebt, getrouwd bent en kinderen hebt, maar als ze dat eenmaal hebben, ervaren ze dat het niet genoeg is.”

Een debuutfilm is één ding, maar dan komt de tweede. Plotseling zijn er verwachtingen. Hoe dat werkt, weet nu ook de in 1976 geboren Tunesische filmmaker Mohamed Ben Attia. Drie jaar geleden won hij op het filmfestival van Berlijn met Hedi de prijs voor beste debuut. Hoofdrolspeler Majd Mastoura ging er met de prijs voor beste acteur vandoor. In het amusante, licht-satirische Hedi ontmoet de Tunesische autoverkoper Hedi, nogal een slapjanus, aan de vooravond van een door zijn moeder gearrangeerd huwelijk een vrijgevochten vrouw. Dilemma: keurig trouwen of zijn hart volgen? Doen wat mama wil of het leven in eigen hand nemen?

Wie wil zag in Hedi een metafoor voor de Jasmijnrevolutie, waarin het Tunesische volk de apathie voorbij was en in opstand kwam tegen het autoritaire regime. Maar de film was ook autobiografisch geïnspireerd. Niet dat Ben Attia zich los heeft moeten worstelen uit een gearrangeerd huwelijk, maar toch leek hij in veel opzichten op hoofdpersoon Hedi, zei hij drie jaar geleden toen ik hem interviewde op World Cinema Amsterdam. Vrolijk vertelde de zoon van een arts en een huisvrouw in Tunis dat hij net als Hedi lange tijd als autoverkoper door het leven slaapwandelde (“Ik werkte voor Renault, maar was er niet goed in en verkocht weinig”). Maar er knaagde iets. In zijn vrije tijd ging hij filmworkshops volgen en van het een kwam het ander. Na vijf korte films nam hij na twaalf jaar ontslag bij Renault en stortte hij zich volledig op film. Met als resultaat zijn speelfilmdebuut, waarvoor de Tunesische producent Dora Bouchoucha de gebroeders Dardenne als coproducenten wist te strikken. Altijd fijn als beroemde filmmakers zich aan je film verbinden.

Terug naar de Jasmijnrevolutie van bijna negen jaar geleden, die door Ben Attia euforisch werd ontvangen, zei hij in eerdergenoemd interview. “De eerste dagen na de revolutie waren magisch. We dachten dat alles meteen fantastisch zou worden.” Dat zijn vader sceptisch was en bang dat extremisten de revolutie zouden kapen, vond hij in die dagen onzin. “Ik was naïef en kon me niet voorstellen dat mijn vader gelijk zou krijgen. Maar na een paar weken keerden extremistische ballingen uit Europa terug naar Tunesië. Plotseling zagen we mannen met lange baarden op straat.”

Bekende voetballer
Vorig jaar was Ben Attia weer in Nederland, op het IFFR, met zijn tweede film Weldi, die nu pas in de filmtheaters belandt. In het drama reist een vader naar Syrië af om zijn zoon te zoeken, die zich ogenschijnlijk van het ene op het andere moment tot jihadstrijder heeft bekeerd. Het is geen verzonnen verhaal, maar gebaseerd op de ervaringen van een van de vele Tunesische vaders die hun zoon plotseling zagen verdwijnen. Dat Tunesië na de Jasmijnrevolutie hofleverancier werd van IS – vijfduizend jongeren sloten zich erbij aan – wijt Ben Attia niet alleen aan ‘de mannen met lange baarden’. Er is niet één oorzaak, benadrukt hij. “In het begin dachten we dat sociale factoren, zoals armoede, de belangrijkste reden waren, maar er speelt meer. De eigenaar van het appartement waarin we Weldi voor een groot deel opnamen, vertelde dat twee zonen van hem naar Syrië waren afgereisd. De man tastte volkomen in het duister over het waarom. Armoede speelde geen rol, want zijn ene zoon was een tamelijk bekende voetballer en de ander had een eigen zaak.”

Er speelt iets fundamenteler dan sociale factoren en de aantrekkingskracht van radicale overtuigingen, meent Ben Attia. “Het draait om onze opvatting van geluk. We vertellen jongeren dat je succesvol bent als je geld hebt, getrouwd bent en kinderen hebt, maar als ze dat eenmaal hebben, ervaren ze dat het niet genoeg is. Ik zie IS als een symptoom van een spirituele crisis. Die speelt niet alleen in Tunesië, maar overal in de wereld. We leven in misère. Zelfs in onze huwelijken is er affectieve en seksuele misère, zodat steeds meer mensen scheiden. Ze zoeken iets anders.” Wat dat is? “Herinner je je de oude man in de film, die zegt dat jongeren iets belangrijks willen doen in hun leven, zelfs als dat tot hun dood leidt?”

Italiaans restaurant
Dat Ben Attia een spirituele crisis als voedingsbodem van IS ziet, heeft gevolgen voor zijn blik op radicaliserende jongeren. “Het bekende narratief is dat dit allemaal ver van ons vandaan ligt. Natuurlijk voelen we woede over dit soort jongeren, maar we moeten onderzoeken wat hen drijft. Het zijn mensen. Als mensen zich aansluiten bij een groep als IS is er iets aan de hand in de maatschappij.” De directe aanleiding voor Weldi was een interview met een vader van een jonge jihadstrijder op de radio vijf jaar geleden. “Ik was geraakt door wat hij zei. Zonder pathos vertelde hij over zijn zoektocht naar zijn zoon. Ik belde het radiostation om zijn mobiele nummer te vragen. Ik dacht niet aan een film, maar wilde hem zeggen hoe zijn verhaal mij geraakt had. De man huilde, omdat zijn zoon inmiddels dood was. Een paar weken later besloot ik dat ik zijn verhaal wilde verfilmen.”

Weldi werd geselecteerd voor het programma Quinzaine in Cannes, maar de ontvangst viel de maker tegen. “Men verwachtte een film over IS, maar dat is niet het hoofdonderwerp van de film. De zoon had ook in een sekte kunnen gaan of zelfmoord kunnen plegen. De film gaat vooral over de relatie van een vader met zijn zoon en de keuzes die beiden maken. Ook toont hij de gevolgen voor het huwelijk van de man, want dat komt door de verdwijning van de jongen onder grote druk te staan.”

“Uit veel reacties blijkt dat de film moeilijker te begrijpen is dan ik dacht. Veel mensen vinden het eerste deel [dat het gezinsleven schetst, JvdB] overbodig. Voor mij is dat juist belangrijk, omdat het laat zien dat deze radicaliserende jongen uit een gewoon gezin komt.” De scherpste kritiek in Cannes kwam van Tunesiërs. “Ze kwamen kijken met een geweer in de hand om mij neer te schieten.” Lachend: “De Tunesische filmwereld is niet één grote familie. We zijn erg hard voor elkaar. De meeste Tunesiërs in Cannes vonden Hedi beter dan Weldi, dat juist dichter bij mij staat. Ik vind het moeilijk om Hedi terug te zien, want die film heeft iets fris, maar ook iets borderline-naïefs.”

Inmiddels is Ben Attia zijn derde film aan het schrijven. Tussendoor kookt hij in het Italiaanse restaurant dat hij met zijn moeder en vrouw runt in Ariana, een stad vlak bij Tunis. Waarom Italiaans? “Omdat mijn oma van mijn vaderskant een Italiaanse was. Mijn vader was verliefd op de Italiaanse cultuur. Van hem heb ik geleerd hoe je verse pasta maakt.” Fijn, een restaurant achter de hand als het mis gaat met filmmaken? Lachend: “Het tegendeel is het geval, want ik help het restaurant met het geld dat ik met mijn films verdien. Het loopt goed in de winter, maar in de zomer is het moeilijk.” Ben Attia heeft door zijn afkomst naast een Tunesisch een Italiaans paspoort, zodat hij zich met zijn vrouw en zoontje ook in Italië zou kunnen vestigen. Bij het idee kijkt hij of hij water ziet branden: “Tunesië is mijn land. Ik hou van Italië, maar hoop nooit door omstandigheden in Tunesië te worden gedwongen om er te gaan wonen.”