Mark Osborne over De kleine prins

'Het is niet de bedoeling dat je denkt: nu komt het stuk voor kinderen'

  • Datum 01-07-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Mark Osborne

De regisseur van Kung Fu Panda stortte zich op een van de geliefdste jeugdboeken ter wereld, Le petit prince. Met gemengd resultaat.

Door Kees Driessen

Regisseur Mark Osborne maakte indruk met Kung Fu Panda (2008), de eerste DreamWorks-animatie die Pixar naar de kroon stak. Dit keer verfilmde hij met een internationaal team van Engelstalige, Franse en Japanse animatoren een van de meest geliefde jeugdboeken ter wereld, Antoine de Saint-Exupéry’s Le petit prince (1943).
Zijn bijzondere keuze: om het verhaal van De kleine prins, geanimeerd in stop-motion, in te bedden in een raamvertelling, verbeeld met computeranimatie, waarin het door een oude man wordt doorverteld aan een jong meisje. Om te laten zien hoe Saint-Exupéry’s parabel over vriendschap mensen kan beïnvloeden.
Op een dakterras in Cannes spreekt Osborne aimabel, maar — wellicht als eerbetoon aan de Saint-Exupéry’s oorlogsinspanningen als vliegenier — enigszins op de automatische piloot met een groepje journalisten.

Wanneer leerde u het boek kennen? "Als ik het als kind al gezien heb, dan heeft het geen indruk gemaakt. Dat gebeurde pas op de universiteit, toen mijn huidige echtgenote me haar exemplaar gaf ‘om — Osborne verwijst naar een bekende passage in het boek — een band tussen ons te scheppen’. En dat exemplaar bezit ik nog steeds. Ik heb het hier in Cannes ook bij me."

Wat betekent het dan tegenwoordig voor u? "Mijn vrouw gaf me het boek omdat ik voor mijn studie animatie van New York naar Californië verhuisde. Een langeafstandsrelatie is niet makkelijk. Ik heb brieven van haar uit die tijd teruggevonden, waarin ze het boek citeert: ‘Wat essentieel is is onzichtbaar.’ Zo is het boek onderdeel van mijn leven geworden. Het is zo belangrijk voor mij, voor anderen, voor mensen wereldwijd, vooral hier in Europa, dat ik in eerste instantie weigerde de film te regisseren. Onmogelijk. Dat moet je niet proberen. Maar het idee liet me niet los en toen bedacht ik dat we een film konden maken over hoe iemand het boek ervaart, hoe het mensen verandert. Zodat het niet alleen een bewerking wordt, maar ook een eerbetoon."

Wat is het idee achter de raamvertelling? "Ik stelde mezelf de vraag: wat als het verhaal van De Kleine Prins niet door de wereld was opgepikt? En het zou sterven, samen met de oude man aan wie hij zijn verhaal had verteld? Weet u, uiteindelijk gaat het boek over de dood. Op een optimistische manier: het biedt gedachten die je daarbij kunnen helpen. Dus moest de film ook over de dood gaan. Daarom hebben we de oude man. Een tikkende klok, als het ware."

Hoe verliep de samenwerking van Noord-Amerikaanse, Europese en Japanse animatoren? "Ons doel was een tijdloos verhaal, dat overal ter wereld begrepen zou worden. Sommige mensen zeggen dat het in Amerika speelt. Maar waar dan? Als je één land moet aanwijzen, is het Frankrijk. De vormgeving van de volwassenenwereld komt uit Jacques Tati’s Playtime en Mon oncle en daar ben ik trots op. In Japan, waar het boek erg populair is, zeiden ze: we zijn zo vereerd dat u het meisje Japans hebt gemaakt! En toen moest ik zeggen: dank u wel, ik ben blij dat u het zo ziet, maar dat was niet onze bedoeling."

Heeft u de versie met Gene Wilder [uit 1974] ooit gezien? "Ja, tien of twaalf jaar geleden. Mijn moeder gaf de dvd aan mijn kinderen. Maar die film is meer een curiosum. Het oprekken van het verhaal en het toevoegen van liederen hebben het boek naar mijn gevoel geen goed gedaan."

Hoe ziet u de huidige situatie van lange animatie in het algemeen? "Volgens mij hebben we nog een lange weg te gaan. Het gaat met kleine stappen. Bijvoorbeeld: zonder Up hadden wij deze film niet kunnen maken. Nu kon ik zeggen: kijk, een succesvolle emotionele film over een oude man, dus het kan! Geldschieters zoeken bewezen formules, waardoor het heel moeilijk is iets nieuws te proberen. Zoals wij nu gedaan hebben met het combineren van computeranimatie en stop-motion."

Dat was een risicovolle benadering. Heeft u er ooit aan getwijfeld? "Nooit. Het was een van de eerste ideeën waardoor ik het gevoel had op het juiste pad te zitten. Met die twee technieken kon ik het verschil tussen fantasie en werkelijkheid vormgeven, tussen volwassene en kind. Iedereen was het ermee eens. Maar niemand kon voorspellen hoe het zou uitpakken, ik ook niet. Feitelijk gaf ik leiding aan twee producties; ik ging heen en weer tussen de stop-motion en de computeranimatie. Bij stop-motion had ik een geweldige creative director, Jamie Caliri, die bedacht om de stop-motionwereld te baseren op papier. Dat papier, dat de schrijver in de computeranimatie in handen heeft en dat we ons allemaal herinneren, het organische papier van de bladzijden die we zelf hebben omgeslagen, vormde de sleutel om van deze twee werelden één geheel te maken."

De stop-motion sprak me meer aan als volwassene, terwijl de computeranimatie meer op kinderen gericht leek. Was dat de bedoeling? "Bij de première zag ik volwassen mannen met betraande ogen. Mijn hoop is dat je als volwassene, door het verhaal van De Kleine Prins, wordt teruggebracht naar je jeugd, naar een onschuldiger manier van denken. Zodat je ook meeleeft met het meisje als zij avonturen beleeft en haar angsten onder ogen moet zien. Dus nee, het was niet de bedoeling dat je denkt: nu komt het stuk voor kinderen. Maar goed, het was niet makkelijk om die balans te vinden. Sommige mensen zeggen: de stop-motion was prachtig, waarom heb je niet de hele film zo gemaakt? Maar dan had ik een budget van drie miljoen gehad [ipv 70 miljoen euro; KD] en was het een arthousefilm geworden."

De oorspronkelijke Franse versie van Le petit prince is gratis en legaal als e-boek te downloaden. En voor wie binnenkort naar Japan vertrekt: er bevindt zich een Museum van De Kleine Prins in Hokane.