Marcos Jorge over ESTÔMAGO
Koken is macht
Marcos Jorge (foto Kris Dewitte)
estômago lijkt de zoveelste film over een briljante kok en eten, maar de Braziliaanse filmmaker Marcos Jorge gaat het om iets anders. "Talent geeft macht en macht corrumpeert."
In estômago speelt koken een grote rol, maar het had ook een andere activiteit kunnen zijn, zegt Marcos Jorge in een café in Antwerpen. "Door middel van koken, werkt hoofdpersoon Nonato zich sociaal omhoog, maar hij had ook een ander talent kunnen hebben. Ik wil laten zien dat succes in de samenleving meestal een persoonlijke tol eist. Nonato stijgt op de sociale ladder, maar als mens blijft er niets van hem over." Het is duidelijk: estômago is geen eetfilm over innemende personages die dankzij hun geweldige kookkunst de liefde ontdekken. De film is geen eden, waarin een vrouw verliefd wordt op een meesterkok. Ook zien we geen voedselpornografie: geen glamourbeelden van verleidelijke gerechten. Jorge wilde "echt voedsel en echte mensen". Zoals de hoer in de film. "Zij is niet perfect, want perfectie is niet verleidelijk. Zonder imperfectie geen aantrekkelijkheid."
estômago doet niet denken aan gezellig tafelen, maar aan Peter Greenaways the cook the thief, his wife & her lover en Marco Ferreri’s la grande bouffe, al wordt de film nooit zo zwart als deze meesterwerken over achter voedsel verstopte seksuele perversiteit. Het blijkt geen toeval: "Ik hou erg van de vroege films van Greenaway. In the cook the thief, his wife & her lover doet hij wat ik in estômago wilde doen: het opvoeren van ruwe, ruige personages, die tegelijk iets verfijnds hebben. Ik hou van die combinatie. De lange rijder rond de tafel in de gevangenis is een letterlijk citaat uit Greenaways film. En wat la grande bouffe betreft: ik hou niet van Ferreri, maar er zit zeker iets van die film in estômago. Ik denk aan het scatologische, zoals de discussie over stront aan het einde van de film."
Scampi
Jorges interesse in eten stamt uit de tijd dat hij in Italië woonde. Na de middelbare school in Brazilië ging hij als zeventienjarige naar Italië. Na een jaar keerde hij terug naar huis, maar na een universitaire studie communicatie trok hij weer naar Italië. Deze keer bleef hij er tien jaar. Hij deed een filmopleiding in Rome en verdiende de kost met commercials en bedrijfsfilms. Daarnaast maakte hij documentaires en videoinstallaties. Acht jaar geleden keerde hij terug naar São Paolo. Elf jaar Italië hebben hun sporen nagelaten. "Italiaans is mijn tweede taal en ik ben zeer geïnteresseerd in de Italiaanse cultuur, vooral literatuur. Daarom heet het restaurant in estômago Boccaccio. Ik wilde het eerst Piemonte noemen, maar vond dat toch een te gewone naam voor een Italiaans restaurant."
In Italië leerde Jorge goed koken. "Dat was noodzaak, omdat ik voor mezelf moest zorgen. Ik kookte iedere dag. Mijn pièce de resistance was en is spaghetti met scampi. Dat maak ik echt goed. Het grappige is dat iedereen het anders maakt. Het begint al met de tomaten: neem je verse of gezeefde? Voeg je wodka of cognac toe? Basilicum? Knoflook? Ja, ik was een goede kok, maar om goed te blijven, moet je iedere dag in de keuken staan. Je moet de tijd ervoor nemen. Helaas kook ik nog maar zelden. Mijn vrouw, die de producent is van de film, en ik hebben het te druk. We eten nu meestal buitenshuis." We hoeven geen medelijden met hen te hebben, want São Paolo heeft volgens Jorge een mondiale eetcultuur. "Je vindt er van alles, van Thais tot Japans, van Mongools tot Afghaans." Hoe de Braziliaanse keuken ervoor staat? "We hebben een sterke traditie van lowbudget voedsel, met als bekenste het gerecht feijoada. In deze door slaven bedachte stoofpot werden vroeger alle slechte stukken van het varken, zoals ingewanden en oren, gestopt. Doordat Brazilië rijker wordt, is de laatste tien jaar vlees in opmars. We lijken steeds meer op Argentinië."
Berooid
De stap van de keuken naar macht is voor Jorge een kleine. "In de Italiaanse traditionele samenleving ontdekte ik de betekenis van voedsel. In het middelpunt staat de Italiaanse mama. Zij is een instituut dat met voedsel controle uitoefent. Zij geeft eten aan man en kinderen, maar eist in ruil liefde. Voedsel is voor haar een machtsmiddel." In gevangenissen ziet Jorge hetzelfde mechanisme. "Toen ik voor de film research deed, zag ik dat in iedere cel altijd wel een gevangene zit die het slechte eten beter probeert te maken. Als het hem lukt, stijgt hij in aanzien en verwerft hij macht."
estômago gaat over dat mechanisme, vervolgt Jorge. "Nonato arriveert berooid in een stad. Hij heeft niets. Hij is geen intellectueel, maar wel slim en merkt dat hij met zijn kooktalent zijn situatie kan verbeteren. Rücksichtlos gebruikt hij zijn talent om macht te krijgen." estômago geeft een nogal somber beeld van de menselijke soort, want niet alleen Nonato maar alle personages zijn opportunisten en egoïsten. Jorge beaamt het. "Ik denk dat macht altijd corrumpeert. Misschien heeft het iets te maken met mijn achtergrond, want in Zuid-Amerika is corruptie wijd verbreid. De film is pessimistisch, maar ik wil niet dat mensen er treurig uitkomen. Ondanks dat Nonato een crimineel is, blijf je van hem houden. Hij verleidt je als een entertainer."
Snobisme
Over entertainen gesproken: estômago neemt ook culinair snobisme op de hak. De film bevat een geestige scène, waarin een restauranthouder koken met schilderen vergelijkt. "De keuken, de kruiden en de ingrediënten zijn onze verf." En: "Eenvoudige recepten zijn als een schilderij van Picasso. Simpel maar intens." De hoogdravende woorden komen in een ander daglicht te staan als de restauranthouder uitlegt waarom hij koken kunst noemt: een bepaald gerecht bereidt hij met gorgonzola in plaats van met gewone kaas, omdat dat chiquer staat, zodat hij er veel meer geld voor kan vragen. Jorge wil er niet mee beweren dat iedere restauranthouder een oplichter is, maar heeft zijn bedenkingen tegen de huidge culinaire ontwikkeling. "Ik vind koken net als wijnmaken kunst, maar er wordt tegenwoordig meer over eten gepraat dan dat er lekker wordt gegeten. Hetzelfde mechanisme zie ik in de kunstwereld. Daarin draait het niet meer om de kunstenaars, maar om de curators. Zij bepalen wie er toe doen en wie niet. Het is de omgekeerde wereld: het discours over kunst is belangijker geworden dan de kunst."
Jorge is ook niet blij met de internationale artfilmwereld. "Er heerst een festivaldictatuur. Als een film niet in Cannes, Berlijn of een ander belangrijk festival is te zien, bestaat hij niet. Het leidt tot films die worden toegesneden op de smaak van festivals." Hij noemt een voorbeeld. "De laatste jaren zijn in Brazilië veel films over de sloppenwijken gemaakt, die allemaal dezelfde clichés over geweld en armoede bevatten. Dat is geen toeval, maar komt doordat internationale festivals zulke films willen zien. Dus spelen filmmakers erop in. Het is gewoon een commerciële strategie. Natuurlijk heerst er geweld en armoede in de favela’s, maar typerend voor het huidige Brazilië is juist de sociale diversiteit. Na jaren stagnatie groeit de economie jaarlijks met zes procent, zodat de middenklasse sterk toeneemt. Zie jij deze mensen in Braziliaanse films? Filmmakers moeten de complexiteit laten zien en niet de clichés. We moeten geen films maken waarin we door de ogen van westerlingen naar onszelf kijken, maar films over hoe wij onszelf zien."
Jos van der Burg