Lukas Dhont over Coward

‘De oorlog biedt hen een kans op samenzijn’

Datum
07-10-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over

Lukas Dhont. Foto: Thomas Nolf

In zijn Eerste Wereldoorlog-drama Coward toont Lukas Dhont hoe oorlog in de vroege twintigste eeuw een paradoxale vorm van vrijheid bracht. “Het trof mij dat deze jongens zo’n spel aangingen met identiteit, met het uitdrukken van vrouwelijkheid.”

“Als er nu één filmgenre is dat mij totaal niet aanspreekt, dan is het wel de oorlogsfilm”, zegt de Vlaamse filmmaker Lukas Dhont.

“Fantastische uitzonderingen daargelaten natuurlijk, denk aan Jean Renoirs La grande illusion. Maar in oorlogsfilms is er toch zelden ruimte voor personages, bijna altijd mannen, om zich uit te drukken. Het gaat over actie. Over steeds maar doorgaan. Over vernielen. En natuurlijk over de spectaculaire verbeelding van dat vernielen.”

Met zijn nieuwe film heeft de regisseur van de veelbesproken drama’s Girl (2018) en Close (2022) dan ook een atypische oorlogsfilm gemaakt. Eerste Wereldoorlog-drama Coward is een zachte, zelfs tedere film. Dhont vermijdt de actie van het slagveld grotendeels (zonder de wreedheid van geweld te schuwen overigens) en kijkt voorbij de loopgraven. “Ik las ooit dat voor iedere soldaat aan het front, acht mannen achter het front nodig waren”, vertelt Dhont. “Jongens die het nieuwe materiaal aanslepen, de dode lichamen weer wegslepen. Ineens zag ik die hele logistieke molen voor me. De rompslomp, het gedoe. Ik wilde een blik werpen op de coulissen van de oorlog. De oorlog als een industrie tonen.”

In Coward bezien we de Belgische oorlogsinspanning in de Eerste Wereldoorlog door de ogen van de introverte Pierre. Achter het front ontmoet hij de charismatische Francis, net als Pierre militair, maar voor even vrijgesteld van de gevechten zodat hij theaterrevues kan organiseren voor soldaten die uitrusten van de loopgraven. De twee zijn vanaf het eerste moment tot elkaar aangetrokken (hoofdrolspelers Emmanuel Macchia en Valentin Campagne werden voor hun zinderende spel in Cannes bekroond met de prijs voor beste acteur) en beginnen een verhouding; weliswaar geheim, maar toch ook volstrekt vanzelfsprekend. De morele codes van hun tijd blijken hier, op de overhoopgeschoten velden van West-Vlaanderen, voor even opgeschort.

Coward

Dhont vond zijn inspiratie voor Coward in oude foto’s, gemaakt door soldaten die achter de loopgraven verbleven. “Ik ontdekte via die foto’s het fenomeen van theater en spektakel achter het front”, zegt Dhont. “Op sommige van die foto’s hadden mannen jurken aan en juwelen om. Zelf gemaakt van zandzakken en lege kogelhulzen. Het beeld van die mannen, die op de momenten dat ze aan het wachten waren, met het geweld op enkele kilometers nabij, een manier zochten om de moraal erin te houden – om te blijven leven in die donkerste dagen door samen iets te creëren, dat trof mij heel hard.”

“En ook dat deze jongens in een wereld die vaak heel viriel wordt voorgesteld, zo’n spel aangingen met identiteit, met het uitdrukken van vrouwelijkheid”, voegt Dhont toe. Het heeft iets paradoxaals: juist in deze hypermasculiene omgeving ontstond door de afwezigheid van vrouwen een vacuüm waar ambivalentie en speelsheid ten opzichte van genderrollen toegestaan, zelfs aangemoedigd werd. Een ontroerend voorbeeld daarvan kwam Dhont tegen in een van de vele dagboeken die hij ter research las, waarin een soldaat beschrijft hoe hij en zijn kameraden een van hen tot ‘moeder’ doopten, zodat deze de rest vervolgens een nachtkus kon komen geven voor het slapengaan. “Ik lees daar zo’n tederheid in, zo’n kwetsbaarheid. En dat in 1917.”

De Eerste Wereldoorlog was een wrede, maar ook emancipatoire periode, vertelt Dhont. “Voor vrouwen omdat ze het werk van de afwezige mannen overnamen. Voor mannen omdat ze tijdelijk buiten de burgerlijke maatschappij werden geplaatst en niet meer hoefden te voldoen aan de daarbij behorende verwach­tingen. De oorlog biedt Pierre en Francis een kans op samenzijn die ze buiten de oorlog niet hebben.”

In een tijd dat het publieke debat draait om zorgen over de manosfeer en het woord ‘mannelijkheid’ vrijwel altijd vergezeld wordt door het adjectief ‘giftige’, toont Dhont, net als in Close, beelden van een ander soort mannelijkheid – zachter, intiemer. Daarmee daagt Dhont het hedendaagse discours over mannelijkheid uit. “Om met Elmer in Zomergasten te spreken: ik denk dat het moeilijk is om nu man te zijn. We zijn er tegenwoordig gelukkig klaar voor om patriarchale mannelijkheid scherp onder de loep te nemen en ons te confronteren met het feit dat er echt wel een probleem is. Maar ik denk dat die confrontatie niet vaak genoeg gepaard gaat met de verbeelding van een andere weg.”

Zachte mannelijkheid is er altijd geweest, ook honderd jaar geleden al, maar is in onze collectieve verbeelding nooit aan de oppervlakte gekomen of als zodanig herkend. “Dat is de vraag, en de frustratie, die aan de basis lag van deze film. Waarom hebben we die beelden – beelden die hoopvol zijn, en expressief en emotioneel – nog zo weinig gezien?”

De omkering van genderrollen zien we in Coward al in een vroege scène, waarin Pierre Francis voor het eerst ziet optreden. Francis voert een act op waarin hij een zwangere vrouw speelt die aan het bevallen is. “Pers! Pers!”, joelen de soldaten om hem heen. Om uiteindelijk een stuk metaal ter wereld te brengen. Hier is de subversie van gender nog duidelijk komisch bedoeld, maar in de loop van de oorlog wordt die steeds serieuzer. Francis en zijn theatergenoten vervullen een behoefte aan zachtheid die aan het front node wordt gemist en die in volstrekte oprechtheid door mannen wordt opgevoerd en ontvangen.

Voor de theaterscènes baseerde Dhont zich op dagboeken en liedteksten die hij onder andere in het Imperial War Museum in Londen ontdekte. Dhont smeedde deze teksten om tot strak uitgevoerde set­pieces, waarvoor hij samenwerkte met choreograaf Nora Monsecour (van wie het levensverhaal de inspiratie vormde voor Dhonts debuutfilm Girl). “We kennen elkaar al lang, we hebben veel meegemaakt samen. Het was heel leuk om nu in de dansen van die tijd te duiken: de wals, de cancan. Maar ook om te onderzoeken hoe beweging sierlijk kan zijn, of juist hard en militair. Dat was een grote speeltuin.”

Dhont putte ook inspiratie uit het werk van de Vlaamse schilder James Ensor, die in zijn werk theatraliteit en het macabere verenigt. Met name in een nachtmerrieachtige scène waarin Francis met zijn acteurs een theatrale parade houdt over een ziekenboeg vol stervende mannen, is de geest van Ensor te herkennen.

Wat best schokkend was om te constateren, vertelt Dhont, was dat die theaterteksten natuurlijk ook een propagandadoel dienden. “In de schoonheid die gecreëerd werd, is tegelijkertijd een hele gewelddadige boodschap verpakt. Dat de Duitsers beesten waren, ratten die dood moesten. Muziek en theater waren net zo hard instrumenten van dehumanisering.”

Tegelijkertijd herkende Dhont in het fronttheater de functie van fictie als toevluchtsoord. Iets wat hij terugziet in deze tijd. “We leven in een wereld waarin geweld opnieuw heel aanwezig is en ik zie mensen grijpen naar fictie. Mensen hebben nood aan verdwijnen in andere werelden, in andere realiteiten. Ik zie rondom mij overal mensen die in een scherm verdwenen zijn. Dat die mannen in de Eerste Wereldoorlog dat op hun manier ook deden, een andere wereld creëerden – om ergens anders te zijn, iemand anders te zijn – dat kwam op mij heel modern over.”


Coward draait vanaf 22 oktober 2026 in de bioscoop.