Lars von Trier over The House That Jack Built

‘Ik ben moe, dus ik zal zachtjes praten’

Zeven jaar na zijn ‘verban­ning’ was Lars von Trier weer welkom op het Film­festival Cannes. Hij arriveerde er met The House That Jack Built, een van de meest gewelddadige films die het festival ooit vertoonde. “Het is een soort biografie.”

Wat moet je serieus nemen in een gesprek met Lars von Trier? De Deen een provocateur noemen, klinkt sleets. Hij provoceert al zo lang hij films maakt. Bij The Element of Crime (1984), de eerste van zijn films die op het Filmfestival Cannes werd vertoond, liepen al mensen de zaal uit. Het dichtklappen van de stoeltjes was net een symfonie, herinnert de regisseur zich als we hem afgelopen mei in groepsverband spreken over The House That Jack Built, zijn meest gewelddadige film tot nu toe, over een seriemoordenaar die moordt om kunst te maken.

En toch moet je hem zo noemen: een provocateur. “Als ik ooit iemand vermoord, zal het waarschijnlijk een journalist zijn”, zei hij in het ene interview in Cannes. In een ander interview: “64 mensen vermoorden kan best kunst zijn, waarom niet? Kunst is lastig te definiëren.” Toen acteur Matt Dillon hem vroeg waarom hij een film over een seriemoordenaar wilde maken, had Von Trier gezegd dat het een soort zelfportret was. “Alleen vermoord ik geen mensen.”

Ook in dit gesprek kan hij zich niet inhouden, blijkt als hij – bij wijze van grap – het recht opeist om Hitler in elke film te stoppen die hij nog zal maken. Dit dus in Cannes, het festival waar hij zeven jaar niet mocht komen omdat hij daar in 2011 – bij wijze van grap – zei dat hij wel sympathie voelde voor Hitler. In 2014 verscheen Von Trier plotseling tijdens het filmfestival van Berlijn met een T-shirt met een Gouden Palm erop en de woorden ‘persona non grata’.

De man heeft misschien gevoel voor humor. Maar het is ook duidelijk dat hij soms te ver gaat, al dan niet in bezopen toestand. Het risico met mensen die voortdurend provoceren is dat je uiteindelijk niets nog serieus neemt. Dat is niet goed want daar lijden ook zijn films onder.

Lijken in de kast
Hij is moe, zegt hij. Dus hij zal zachtjes praten. En het moet gezegd, hij ziet er zwak uit. Hij is duidelijk vermagerd, breekbaar zelfs. Of zou het een act zijn? Zijn handen trillen. Dat ziet er dan weer best overtuigend uit. Zo ga je dus denken bij een provocateur: wat is nog waar? Die trilling, begrijpen we, is een bijwerking van te veel antidepressiva. Of van te weinig drank, wie zal het zeggen.

Een film over een moordenaar die kunst maakt. Of over een kunstenaar die moordt om te creëren? Hoe ziet Von Trier het zelf? Is The House That Jack Built een afscheid of een wedergeboorte? Hij zegt dat hij ziet dat de film een testament kan zijn. “Ik hoop dat het niet mijn laatste film is. Dat ik hier weer terug mocht komen was fijn. Het publiek was aardig voor me bij de première. Als je ouder wordt, raak je eerder ontroerd door dingen. Dus ik was ontroerd door het welkom.”

En weer weet je niet of hij het meent. Iemand vraagt of deze film met zoveel woede en destructie een reactie was op zijn verbanning van het festival. “Nou ja, ik ben een plaaggeest”, zegt hij. “In de zin dat ik geen enkele film meer zal maken zonder Hitler. Hitler zal altijd ergens te vinden zijn.” We laten Hitler even gaan. Is het een film over een kunstenaar die zich van de dode lichamen ontdoet?, vraagt iemand anders. Van de lijken in de kast, zogezegd? Tot op zekere hoogte, zegt Von Trier. “Mijn techniek is altijd geweest om mezelf in de personages te stoppen. Dus het is een soort biografie.”

Waarom heeft hij zo’n gewelddadige film gemaakt, als hij zelf herhaaldelijk verklaart snel bang te zijn en vooral niet van geweld te houden. Hij geeft weer een antwoord dat evengoed waar als niet waar kan zijn. Evengoed een inkijkje in de banale realiteit van een productiebedrijf (Von Trier is medeoprichter van Zentropa) als complete onzin. “Ik moest snel iets verzinnen”, zegt hij, “want het ging niet goed met het bedrijf. Dus ik dacht: iets simpels en iets wat mensen fascineert.” En hup, weer een provocatie. “Er zit iets fascinerends in een seriemoordenaar niet? Niet voor mij, bedoel ik, maar voor vrouwen. Bij de vrouwen die ik heb gekend in elk geval. Als je bij hen thuis een kastje open zou trekken, vind je zo tien boeken over seriemoordenaars.”

Verkeerde plekken
Wat vindt hij eigenlijk van de #MeToo-beweging? Medewerkers van Zentropa (Von Trier zelf niet maar met name medeoprichter Peter Aalbæk Jensen) werden in november 2017 beschuldigd van seksuele intimidatie. “De #MeToo-beweging is een briljant idee”, zegt hij. “Op de juiste manier ingezet, kan die heel belangrijk worden.” Het probleem is volgens hem dat we de invloed van internet onderschatten. “Stel”, zegt hij, “dat iemand beweert dat ik een moordenaar ben, dan ben ik onschuldig tot mijn schuld bewezen is. Niet zo met sociale media. Negentig procent van de journalisten waar ik mee praat, denkt dat ik Björk seksueel heb lastiggevallen [Björk, zangeres en hoofdrolspeler uit Dancer in the Dark, heeft onder meer gezegd dat Von Trier ‘sexual offers with graphic descriptions’ in haar oor fluisterde]. Dat is belachelijk. Ik heb het ontkend, maar dat werd niet opgeschreven. Want het verhaal dat ik haar heb lastiggevallen verkoopt beter. Ik héb haar niet lastiggevallen. Ik heb haar aangeraakt, maar dat doe ik met al mijn acteurs. Dit werk is intens. Natuurlijk heb ik haar omhelsd. Als ze denkt dat omhelzen hetzelfde is als lastigvallen… Zonder aanraking kan ik niet regisseren. En ik heb haar niet op de verkeerde plekken aangeraakt.”

Een collega vraagt of dit op de een of andere manier te maken heeft met het moment in de film waarop Jack zegt dat hij zich soms schuldig voelt over het feit dat hij een man is. Von Trier zegt ja. Dat hij zich zo ook kan voelen. “En nu ga ik iets zeggen waar ik spijt van ga krijgen. We moeten de biologie niet vergeten. Mannen hebben testosteron en … En natuurlijk moet niemand niets bij een ander doen zonder wederzijdse instemming. Maar er is een verschil tussen mannen en vrouwen. In Zweden wordt nu een genderneutraal woord ingevoerd om naar mannen en vrouwen te kunnen verwijzen zonder te discrimineren. Echt hysterisch… Wacht. Kunnen we een stap terug en dan zeg ik dat ik geen commentaar heb op je vraag?”

Niet voorzichtig
Ook al houdt hij zich als filmmaker duidelijk niet in, gezien het geweld in zijn nieuwe film, als individu lijkt hij wel geschrokken van de terugslag na de ban in Cannes. Vooral toen de Franse staat hem na het incident dreigde met vijf jaar celstraf. Hij zou dat niet hebben overleefd, zegt hij. Dan hadden ze hem beter meteen van een flat kunnen gooien. Het was lomp om die dingen over Hitler te zeggen, dat wil hij wel toegeven. “Zeker in Frankrijk ligt de Tweede Wereldoorlog gevoelig, met het Vichy regime [dat collaboreerde met de nazi’s]. In Duitsland was ik waarschijnlijk makkelijker weggekomen met die grap.”

Weer een provocatie, maar hij lijkt het amper te beseffen. “Ik moet voorzichtiger zijn. Aan de andere kant: ik ben wie ik ben en mijn films zijn wat ze zijn juist door niet voorzichtig te zijn.” Het probleem, zegt hij, is hetzelfde als met #MeToo. “Het begint als een gerucht maar door internet worden geruchten op de een of andere manier in feiten verdraaid. En dan gaan ze nooit meer weg.”