Josh Safdie over Marty Supreme

‘Al mijn films gaan over de vraag wat geluk is’

Josh Safdie

Na het succes dat ze de afgelopen jaren samen hadden als de Safdie Brothers, lijkt ook Josh Safdie’s soloproject Marty Supreme met Timothée Chalamet direct een hit.

Na zijn debuut The Pleasure of Being Robbed (2008) regisseerde Josh Safdie zes films met zijn broer Benny, waaronder Uncut Gems (2019). Marty Supreme is de eerste film die hij zonder Benny maakte. Inmiddels is hij vier keer genomineerd voor een Oscar: als regisseur, (mede)schrijver, editor en producent. Tijdens ons gesprek struikelt hij regelmatig over z’n woorden, zo druk praat en beweegt deze helft van de Safdies. Hij is minstens zo geobsedeerd door film als zijn hoofdpersonage Marty Mauser (Chalamet) geobsedeerd is door tafeltennis.

“Natuurlijk was het een hele andere ervaring om een solofilm te maken. Marty Supreme was zo’n groot project dat ik niet eens zelf de research kon doen. Wat bij onze eerdere films wel gewoon kon. Ik kon ook niet zeggen: ‘We gaan naar die en die locatie en gebruiken de werkelijkheid als achtergrond.’ Want Marty Supreme speelt in het verleden. Over elk detail moest worden nagedacht om te voorkomen dat je iets in de shots zag dat niet in die tijd paste. Ik bedoel te zeggen: tijd om na te denken over de verschillen tussen soloregie en met Benny samenwerken, had ik gewoon niet. Toen de opnamen voorbij waren, ben ik wel meteen naar Benny’s nieuwe film The Smashing Machine [2025] gaan kijken. Dat was dan meteen wel weer erg leuk: zien hoe hij daar als soloregisseur z’n eigen vorm vindt.
“Als kind was ik dol op tafeltennis. Mijn vader en oom speelden zelfs internationaal. Maar in de Verenigde Staten wordt het als sport niet serieus genomen. Men realiseert zich niet dat tafeltennis een hele geschiedenis heeft. Daarom geef ik historische context in de film. Een van de dingen waarmee de Japanners na de Tweede Wereldoorlog uit hun isolement kwamen, was tafeltennis. De sport werd zelfs een bron van nationale trots. Via het prisma van het tafeltennis heb ik iets willen vertellen over onze culturen en geschiedenissen. Over het mentaliteitsverschil tussen Marty en de Japanner Endo. Ik was gefascineerd door hun kijk op de overwinning en wat het betekende om op dat moment Amerikaan te zijn. Je zag de geboorte van een passievere vorm van het Amerikaanse kolonialisme en de opkomst van de Amerikaanse Droom. Wat in Japan gebeurde, was ook fascinerend. De manier waarop zij in één nacht van zo hoog naar zo diep gingen. Wij schreven hun grondwet en daarmee introduceerden we de Amerikaanse idealen: een wasmachine, een kind, materieel bezit, enzovoort. Het was een keerpunt in de geschiedenis, het moment dat het kapitalisme het socialisme en het communisme overwon.
“Bij het schrijfproces is elk personage de ster van zijn of haar eigen film. Ik wil weten wat die persoon deed vóór en na het verhaal van de film. Het maakt niet uit of ze een bijrol spelen of de hoofdrol; voor mij is iedereen uniek en belangrijk. Het fijne van Timothée is dat hij me twintig, dertig takes gaf, omdat hij engelengeduld had met de niet-professionele acteurs. Soms moest ik een deel van de dialoog schrappen. Of ik regisseerde een acteur via Timmy, dat was echt uniek. Hij reageerde goed op de energie van die nieuwe mensen. Eigenlijk geef ik liever geen regieaanwijzingen, want ik wil kunnen geloven dat mijn film het echte leven is. Ook al kun je het leven niet scripten, ik probeer het toch.”

Marty Supreme

“Abel Ferrara plotseling in een rol zien verschijnen kan gek zijn, besef ik, maar ik ken Abel al sinds mijn debuutfilm. Ik weet niet eens meer hoe ik hem toen heb gestrikt. Hij heeft mij gestrikt, zou ik zeggen. Hij kwam gewoon opdagen. Toen ik de rol van Ezra ging casten voor Marty Supreme, een soort low-key maffiarol, dacht ik meteen aan hem. Het personage kan makkelijk een cliché worden, daarom moest ie juist ademen. Abels eerste films werden gefinancierd door de maffia, dus hij kent die wereld. Zijn grootste uitdaging was dat Ezra’s beste vriend een hond is, terwijl Abel honden haat. Maar hij legde zijn hele ziel en zaligheid in die rol. Hij vroeg me elke scène voor te doen en daardoor moest ik erover nadenken, waardoor het beter werd. Abel maakte mij beter, hij maakte mijn film beter. Ik ben dol op die man.
“Films zijn voor mij bijna religieuze ervaringen. Het klinkt cliché, maar films zijn heel spiritueel, een poging het leven vast te leggen. Als je de camera op iemand richt, straalt die een ziel uit of niet. Daar ben ik eigenlijk constant naar op zoek. Films maken is zo interessant, omdat je een gevoel kunt weergeven op een manier dat muziek, een boek of schilderij niet kan. Het creëren van een wereld en het tot leven brengen van elk detail maakt je een beetje gek – vraag maar aan mijn gezin. Ik kan gefixeerd raken op een figurant op de achtergrond, want zo’n detail kan mij als kijker uit de film halen. Die obsessie is wat me drijft als regisseur. En eigenlijk gaan al mijn films over de vraag wat geluk is. Hoe beklemmend geluk kan zijn en hoe vluchtig het is. Vooral in deze film, wilde ik die momenten verkennen en begrijpen.”

“Ik jaag in mijn werk de droom na om in een alternatieve realiteit te leven en die wereld zo realistisch mogelijk te maken. Ik heb elke dag microdromen. Naast het maken van nog veel meer films, wil ik een gebouw creëren dat ieders realiteit verandert als ze er doorheen lopen. Dromen bestaan buiten de tijd, net als de liefde. Je reikt naar iets dat bestaat in een tijdloze, grensloze ruimte. Maar door het najagen van een droom, kun je dingen leren. Daarom zijn dromen zo essentieel.”


Marty Supreme draait vanaf 2026 in de bioscoop.