Jim Jarmusch

Niet te stoppen

Jim Jarmusch was even in Nederland voor de uitreiking van de Bert Haanstra Oeuvreprijs aan cameraman Robby Müller. De Filmkrant sprak met de cinefiel over de volgens hem tien beste films uit de jaren tachtig.

“Hè, gaan we niet over Robby Müller praten?” Jim Jarmusch reageert verbaasd op het voorstel om het over zijn top-tien lijstje van beste jaren tachtig-films te hebben dat hij lang geleden maakte. Hij stemt toe, maar prijst eerst Müller de hemel in. De twee ontmoetten elkaar in 1981 bij de pinda-automaat in de lounge van de gastenboot op het Filmfestival Rotterdam. De rest is geschiedenis. Het klikte en vanaf down by law was Müller Jarmusch’ vaste cameraman. Ze waren twee gelijkgestemde filmzielen, zegt Jarmusch. Daarover gaan we het niet hebben, want Jarmusch’ bewondering voor Müller is bekend. Minder bekend is dat hij een cinefiele veelvraat is, die zo enthousiasmerend over films kan vertellen dat je ze meteen wilt zien. Voor hij losbarst, maakt hij een kanttekening. “Het idee van favoriete films is absurd. Ik kan wel vijfhonderd favoriete films noemen.” We geloven hem, maar hij mag er maar tien bespreken.

Raging Bull (Martin Scorsese, 1980)
“Martin Scorsese is de filmkoning van New York. Dat bedoel ik positief. Bij premières van zijn films nodigt hij alle New Yorkse filmmakers uit. Zowel de commerciëlen als de independents. Hij wil dat iedereen er is. Waarom hij zo goed is? Volgens mij worden films bepaald door hun stijl en is Scorsese een van de grootste stilisten van onze tijd. Dat zit hem in de travelling shots en het montageritme. Maar ook in de muziek. En het acteren. Het acteren is soms onderkoeld en soms dramatisch, soms realistisch en soms onrealistisch. Scorsese gebruikt alles door elkaar. Het levert een stijl op die je meteen herkent. Kijk naar raging bull, waarin hij ook bijzondere dingen doet met slowmotion en geluid. Het was ook moedig om de film in zwart-wit te draaien. Hij en ik zijn stilistische tegenpolen, want zijn films zijn beweeglijk en de mijne statisch. Misschien heeft het te maken met verschil in persoonlijkheid. Scorsese praat snel en ik langzaam. Mogelijk leidt dat tot verschillende filmstijlen. Een paar jaar geleden interviewde ik Scorsese op een New Yorks filmfestival. Dat was geweldig. Met hem kan ik dagen over film praten, omdat we allebei van cinema houden. Marty grapte na afloop dat we samen op interviewtournee zouden moeten gaan.”

Love Streams (John Cassavetes, 1984)
“Alle films van Cassavetes gaan op een vreemde manier over de gecompliceerdheid van relaties. Daarover gaan meer films, maar de essentie van Cassavetes’ werk is dat het niet oordeelt over mensen. De personages hebben zwakheden en problemen, maar iedereen kan zich in hen herkennen. De strijd om in contact te komen met anderen zit ook in mijn films, maar meer onderhuids. Bij Cassavetes is het dramatischer. Dat heeft met persoonlijkheid te maken. Ik denk dat Cassavetes intenser leefde dan ik. Ik ben meer ‘laid back’. Zijn stijl verschilt sterk van die van Scorsese. Zijn werkwijze met acteurs inspireert mij enorm. Dat geldt ook voor zijn dynamische en emotionele omgang met de camera. Toen ik love streams had gezien, ging ik meteen terug om de film nog een keer te zien. Hij is zo ontroerend en prachtig. Geweldig ook dat Cassavetes zelf met Gena (Rowlands, Cassavetes’ vrouw, JvdB) in de film speelt.”

Het dak van de walvis (Raoul Ruiz,1982)
“Ik zag die film op het Filmfestival Rotterdam toen daar mijn film stranger than paradise draaide. Hij opende mijn geest voor grappige observaties van taal, cultuur en film. De film zet aan tot denken en is toch amusant. Hij steunt op geen enkele conventie en heeft een uniek perspectief. Ruiz is een unieke en uitgesproken filmmaker.”

Dead Ringers (David Cronenberg, 1988)
“Een grootse film. Cronenberg is niet hiërarchisch. Hij omarmt het horrorgenre, maar injecteert het met een weldoordachte eigen stijl. Ik ben een groot liefhebber van zijn werk. Je moet maar durven om Jeremy Irons in dead ringers met een dubbelrol verwarring te laten stichten. Dat is bijna Buñuel. Ik ben dol op de eindscène, waarin het drugsverslaafde stel in een uitgeleefd appartement zegt dat het morgen gaat afkicken. Dat doet me denken aan mensen in mijn omgeving die aan drugs kapot zijn gegaan. Of ik zelf ervaring heb met drugs? In 1986 zweerde ik in één klap drugs, koffie en roken af. Ook werd ik vegetarisch. Het was dwaas, want ik veranderde in een monster. Ik was mezelf niet en had mijn eigen moeder kunnen wurgen. Waarom ik het deed? Ik was geïnspireerd door William Burroughs, die naar zijn lichaam keek als naar een fysiek experiment. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als ik mijn lichaam alle vertrouwde stoffen zou onthouden. Het was een interessant experiment. Vlees, koffie en chemische drugs heb ik nooit meer gebruikt, maar het geheime kruid van de cannabis vind ik nog steeds waardevol. Dat ik nog aan nicotine verslaafd ben, irriteert me steeds meer. Ik ben het zat dat het controle over mij heeft.”

Mad Max 2: The Road Warrior (George Miller, 1982)
“Een van de klassiekers in het postapocalyptische genre. Deel één is ook goed, maar the road warrior is beter. ‘Cool movie’. Ik heb een brede smaak en ben een fan van sciencefictionschrijvers als J.G. Ballard. Fascinerend hoe gevarieerd de cinema is. Er zijn zoveel verschillende stemmen. Dat is een rijkdom die critici meer zouden moeten koesteren. Ik lees overigens alleen de negatieve kritieken over mijn films. Mensen die van mijn films houden, kunnen me niets nieuws vertellen, omdat ze op dezelfde manier als ik kijken. Ik ben nieuwsgierig naar het perspectief van mensen die niet van mijn films houden. Daarbij maak ik wel onderscheid tussen filmcritici en recensenten. Onder filmcritici versta ik mensen als Jonathan Rosenbaum en Jim Hoberman, voor wie schrijven over film een kunstvorm is. Zij halen zaken uit films en leggen verbanden die ik niet had gezien. Dat vind ik interessant.”

Toute une nuit (Chantal Akerman, 1982)
“Prachtige film met een prachtige structuur. Hij volgt een aantal mensen één nacht zonder in dramatische clichés te vervallen. Poëzie en film komen heel mooi samen. Akerman deed dat eerder, bijvoorbeeld in jeanne dielman, maar deze film ontroerde me. Dat Akerman altijd maar doorgaat, spreekt me ook aan. Elke overtuigde filmmaker neemt ooit de beslissing dat hij doorgaat. Wat er ook gebeurt, niemand kan hem stoppen. Ook als niemand een cent geeft, vindt hij toch een camera om zich uit te drukken. Zeker nu met digitale camera’s is geld niet het grootste probleem. Het krijgen van een release is de grootste barrière. Hoe zorg je ervoor dat mensen je film zien?”

Do the Right Thing (Spike Lee, 1989)
“Met bamboozled mijn favoriete film van Spike Lee. do the right thing ving uitstekend een sfeer in New York aan het eind van de jaren tachtig. Het is een grootse film, die op het juiste moment kwam. Alles klopte. Met deze film vond Spike zijn stijl. Ik ken hem al sinds de filmschool, waar we in dezelfde klas zaten. Ik zie hem niet veel, want hij is altijd bezig. Zijn broer Cinqué en zus Joie zie ik vaker, want met hen ben ik bevriend.”

The Hit (Stephen Frears, 1984)
“Een grootse film! Toevallig zei ik vorige week tegen iemand dat ik deze film graag nog eens terugzie. Ik hou ervan als een gangsterfilm ook over filosofie gaat. In the hit draait het om hoe we ons door onze gedachten laten manipuleren. Ik hou ook van de Spaanse en Franse locaties. En als rock ’n roll-aficionado — ik beschouw de elektrische gitaar als een van de belangrijkste uitvindingen van de twintigste eeuw — kan ik ook uit de voeten met de film. Ik ben geen fan van Eric Clapton — zijn muziek is ’too refined for my taste’ — maar zijn score bij the hit is prachtig.”

The Evil Dead (Sam Raimi, 1981)
“Een meesterwerk, net als the evil dead 2. Misschien is die film zelfs nog grootser. Het zijn klassiekers. Raimi heeft plezier in de vorm. Hij neemt de horrorvorm, maar gebruikt de clichés op zo’n zelfbewuste manier dat je moet lachen. Dat wil hij ook. Geweldig hoe Raimi het ‘low brow’ horrorgenre heeft opgewaardeerd. Hij heeft er zoveel interessante dingen in gebracht. En acteur Bruce Campbell is geweldig.”

Der stand der dinge (Wim Wenders, 1982)
“Ik was in 1980 op de set van lightning over water, Wims documentaire over Nicholas Ray. Ik was het enige crewlid dat niet door Wim, maar door Ray was gevraagd. Nick zei tegen Wim dat ik hand- en spandiensten zou verrichten en die accepteerde dat. Ik leerde Wim kennen en we raakten bevriend. Toen we klaar waren met de film kreeg ik van hem ongebruikt filmmateriaal, zodat ik stranger than paradise kon draaien. der stand der dinge is interessant door de referenties aan Hollywood. Het irriteert mij dat Wim tegenwoordig zo hardvochtig wordt benaderd. Hij heeft zoveel verbluffende films gemaakt. Hij heeft genoeg gegeven.”

Jim Jarmusch werd in 1953 geboren in een milieu waarin iedereen de kost verdiende in de rubberindustrie. Dodelijk saai, vond Jarmusch, die na de locale High School in New York halfslachtige studies journalistiek en Engels/Amerikaanse literatuur deed. Op 21-jarige leeftijd ging hij naar Parijs. Hij zou er een jaar blijven en ontdekte de Cinemathèque. De liefde voor film ontvlamde en Jarmusch had zijn bestemming gevonden. Terug in New York doorliep hij de filmschool in New York. Zelden zal een eindexamenfilm zo programmatisch zijn geweest voor een oeuvre als permanent vacation. De film bevat alle elementen van Jarmusch’ latere films: apathische mannen aan wie het leven voorbij trekt, minimalistisch drama, onderkoelde humor, statisch camerawerk en een voorliefde voor zwart-wit film. Het maakte Jarmusch, die lange tijd als handelsmerk een witte kuif had, tot lieveling van filmcritici. Dat Jarmusch beroemdheden als Tom Waits (down by law), Johnny Depp (dead man), Iggy Pop (coffee and cigarettes) en Bill Murray (broken flowers) voor zijn films wist te strikken, was niet bepaald schadelijk voor zijn carrière. De filmmaker was lang (ongewild) het hippe boegbeeld van de Amerikaanse independent cinema, maar heeft inmiddels de leeftijd van de nostalgie bereikt. Over de toekomst van de filmcultuur is Jarmusch pessimistisch. “De filmindustrie zal net als de muziekindustrie verdwijnen, omdat alles online moet. Er zijn nauwelijks nog platenzaken en zo zal het ook met de bioscoop gaan. De verhouding van mensen met film is sterk aan het veranderen. Misschien klink ik als een bejaarde twintigste-eeuwse filmmaker, maar films moeten niet op postzegelformaat worden bekeken.”

Selectie filmografie
broken flowers (2005)
coffee and cigarettes (2003)
ghost dog: the way of the samurai (1999)
year of the horse (1997)
dead man (1995)
night on earth (1991)
mystery train (1989)
down by law (1986)
stranger than paradise (1984)
permanent vacation (1980)