Feo Aladag over DIE FREMDE
Een uitgestoken hand
Feo Aladag
Feo Aladag werd in Duitsland bekend als actrice in televisiedrama’s. Ze maakt haar regiedebuut met het eerwraak-drama die fremde, over de Turks-Duitse Umay die door haar familie wordt uitgestoten wanneer zij haar man verlaat. "Ik kon het onderwerp niet loslaten."
Wat was er eerst: de wens om te regisseren of de noodzaak dit verhaal te vertellen? Dat ging min of meer gelijk op. Ik heb altijd wel ergens het verlangen gehad te regisseren, maar heb daar nooit actief naar toe gewerkt. Pas toen ik met dit onderwerp in aanraking kwam, ben ik me bewuster gaan afvragen wat al die gasten eigenlijk leren op de filmschool. Ik had de angst dat je daar een soort recept meekrijgt dat je in de praktijk niet leert. Dus ben ik twee jaar terug gegaan naar filmschool, waar ik workshops kreeg van fantastische regisseurs als Mike Leigh, Bertrand Tavernier en Stephen Frears. Aanvankelijk wilde de directeur me niet toelaten op de school. Hij zei letterlijk tegen me: ‘je hebt nu vuur voor films, en dat vuur zal doven als je naar deze school komt.’ Een behoorlijk absurde stelling voor een directeur van zo’n school!
Had hij achteraf gelijk? Nee. Wel in de zin dat je geen films leert maken op een filmschool. Dat kan alleen door het echt te doen. Dat recept bestaat dus niet. Wat me echter erg heeft geholpen is om samen met ervaren filmmakers naar film te kijken. In praktische zin heb ik er niets geleerd dat ik niet ook in de praktijk had kunnen leren, maar het gaf me veel meer focus. Ik begreep na die twee jaar veel beter wat voor films ik wil maken: cinema vanuit het meest humanistische oogpunt mogelijk, begrip hebben voor het feit dat films over mensen van vlees en bloed gaan. Ik ben in de eerste plaats geïnteresseerd in menselijke relaties.
Tegelijkertijd was u dus al bezig met het onderwerp ‘eerwraak’? Min of meer. Door Amnesty International was ik eerder al benaderd om een reeks filmpjes te maken voor hun campagne rond ‘geweld tegen vrouwen’. Een breed onderwerp, waarvoor ik wagonladingen research kreeg toegestuurd. Toen ik klaar was met de spotjes merkte ik dat het onderwerp aan me bleef knagen. Tegelijkertijd kwamen er meer en meer berichten in de Europese en Duitse pers over eerwraak. Die twee zaken kwamen toen samen. Het beeld dat daarbij in mijn hoofd bleef zitten, was dat van een uitgestoken hand. De hand die zegt: ‘misschien leef je niet zoals ik zou leven, maar ik geef nog steeds om wie je bent.’ Die hand wordt meestal uitgestoken door onze familie, maar bij eerwraak is die juist afwezig.
Hoe bekend was u met de Turks-Duitse gemeenschap voor u aan de film begon? Mijn man is een Turkse Duitser. En we wonen in Berlijn, waar het volgens mij onmogelijk is om er niet mee in aanraking te komen — tenzij je je bewust isoleert. In mijn directe familie en kennissenkring was me al duidelijk geworden hoe moeilijk het voor sommige mensen is om echt onderdeel van de maatschappij te worden. Soms alleen al door hun achternaam.
In de dialogen van de film lopen Duits en Turks door elkaar. Spreekt u de taal? Een beetje. Ik versta het beter dan ik het spreek. Het is een prachtige taal, omdat het vol zit met emotionele beelden. Het is echt een beeldende taal, en heel zacht op een bepaalde manier. En doordat ik het versta, kon ik tijdens de opnamen zeer rigide controle houden op mijn scenario; als iemand twee woordjes verwisselde zat ik er direct bovenop.
Gold dat ook voor de non-verbale communicatie? Die is misschien nog wel belangrijker dan de dialogen. Dat element was voor mij fundamenteel, al tijdens het schrijven van het scenario. Het grootste deel van de menselijke communicatie is niet verbaal. We merken vaak langs andere wegen zoals via blikken en lichaamshouding hoe we ons tot een ander verhouden. Dat is ook waar ik zelf in films het liefst naar kijk. Dus veel van die momenten staan al in het scenario. Omdat dat is wat ik zie wanneer ik schrijf.
Dus u bent vooral een acteursregisseur? Het beeld is natuurlijk evengoed belangrijk; het is geen radio. Maar mijn aandacht gaat inderdaad vooral uit naar het werk met de acteurs. Je kunt nog zulke mooie kadreringen en prachtig uitgelichte beelden hebben, als het acteerwerk niet goed is, komt de film niet aan bij het publiek. We hebben dus lang gerepeteerd, ook omdat een aantal van de acteurs nooit eerder geacteerd hadden. Zij moesten leren dat het niet alleen gaat om wat zij zelf doen maar ook om de acteur die tegenover ze staat. Tegelijkertijd werkt dat door in hoe de beelden zijn opgebouwd. Hoe de acteurs ten opzichte van elkaar in een ruimte en in het filmkader staan, zegt zo veel. Zonder dat het publiek zich daar bewust van is, voelen ze er het effect van. Het is iets dat je niet echt kunt uitleggen.
Joost Broeren
De Filmkrant sprak met Feo Aladag op het filmfestival van Gent.