Eric Toledano over Samba
'Zware films, dat kunnen anderen beter'
Eric Toledano (links) op de set van Samba
"Na het enorme succes vonden we dat we een beetje lef moesten tonen met onze volgende. Een oppervlakkige film, zonder maatschappelijke betekenis, zou teleurstellend zijn geweest — vooral voor onszelf." Eric Toledano, samen met Oliver Nakache verantwoordelijk voor de Franse kaskraker Intouchables, vertelt over hun nieuwe komedie Samba.
Door Barend de Voogd
Samba vertelt het verhaal van de Senegalees Samba Cissé (gespeeld door Intouchables‘ Omar Sy) die zonder geldige verblijfspapieren overleeft in Frankrijk. De aantrekkelijke sans-papier ontmoet de fragiele Alice (Charlotte Gainsbourg), een jonge vrouw met een burn-out. Het is klassiek uitgangspunt: twee tegengestelde, verloren zielen vinden elkaar, al verraadt Samba meer maatschappelijke betrokkenheid dan een doorsnee (romantische) komedie. Eric Toledano en Oliver Nakache waren deze week in Nederland voor de première van hun film.
Het idee voor Samba was er al voor Intouchables, nietwaar? "Ja, er was een eerste poging om iets te schrijven over de situatie van illegale arbeiders in Frankrijk. We hadden nog niet de goede invalshoek gevonden, maar het beeld was er wel. We hadden zin om te vertellen over het lot van de sans-papiers. Wat ons daarin ook aantrok, was het totaal ander decor. Franse films spelen zich altijd af in dezelfde restaurants, dezelfde cafés, met dezelfde personages. Dit is tenminste een originele setting: het vliegveld, het opvangcentrum, vluchtelingendetentie, de bouwplaats, ramen wassen… Dat is een realiteit die in de Franse cinema weinig te zien is. Het idee, het beeld, was er dus, maar pas na de release van Intouchables stuitten we op het boek van Delphine Coulin, Samba pour la France. Dat gaf ons de vorm."
Er zit een dansscène in Samba, maar Omar Sy blijft ditmaal zitten, de acteur die in Intouchables en in bijna iedere Franse talkshow stond te swingen op Boogie Wonderland. Een knipoogje van de makers, lijkt me: u wilde echt een andere film. "Het ligt wat gecompliceerder. Je kunt niet helemaal anders zijn. We gaan niet opeens een politiefilm maken of een thriller, dan zouden we ons verloochenen. We houden van komedies. We houden van maatschappelijke onderwerpen. Tegelijkertijd moesten we wel iets anders doen. Alle ogen waren op ons gericht. Waar zouden ze nu mee komen? Wij denken dat we een manier gevonden hebben om trouw aan onszelf te blijven en toch anders te zijn. Omar is heel levendig in het echt. Hij moet nu iemand spelen die rustig is, in zichzelf gekeerd, die niet kan dansen en Frans spreekt met een Afrikaans accent. De humor is ook niet dezelfde. De grappen werken anders. De film neemt meer z’n tijd, maar er is nog steeds die mix van humor en sociale betrokkenheid. Meer sociale betrokkenheid, zou ik zeggen. Het onderwerp is zwaarder. Het ligt ook gevoeliger. We hebben gedraaid in echte asielzoekerscentra en op het vliegveld. Het is minder gemakkelijk om daar grappen over te maken, maar we hebben het wel geprobeerd."
Uw eerste drie films zijn in Nederland nooit in de bioscoop verschenen. Intouchables heeft alles veranderd. Meer dan één miljoen bezoekers in Nederland, vijftig miljoen wereldwijd, talloze prijzen… "Het was als een vloedgolf. Alle tellers sloegen door, al voordat de film uitkwam, bij de voorvertoningen. Meestal zijn er dan vijfhonderd mensen, nu waren het er duizenden. De film is bijna uit zichzelf geëxplodeerd, vanaf het moment dat de trailer verscheen. Omar was een televisiester in Frankrijk. Wij hadden hem al twee keer eerder een bijrol gegeven in een film. Nu besloten we hem de hoofdrol te geven en hem tegenover François Cluzet te zetten, een grote ster van de meer klassieke kunstfilm en het theater. Die combinatie prikkelende al meteen. Wat doet die zwarte grappenmaker van de televisie met François Cluzet? In de eerste week waren er al twee miljoen bezoekers, de week daarna drie. Bijna tien miljoen in Duitsland. Daarna: Spanje, Italië, Israël… Het was een succes dat ons oversteeg. Ik bedoel: je maakt een film, maar het effect op de samenleving is niet te voorspellen. Heel veel stichtingen van gehandicapten, bijvoorbeeld, grepen de film aan om te praten over de manier waarop zij behandeld willen worden. Het werd een fenomeen. Wij konden eigenlijk alleen nog meesurfen op de vloedgolf, volgen."
Er wordt op dit moment gewerkt aan een Amerikaanse remake met Kevin Hart en Colin Firth. Bent u daarbij betrokken? "Nee. We hebben aanbiedingen voor remakes gehad uit China, Italië, Bollywood… Op dit moment speelt er een theaterversie in Duitsland. Binnenkort ook in Montreal, met hele goede acteurs. Dat hebben we gevolgd, maar wat betreft filmremakes houden we ons afzijdig. We willen niet ons hele leven met die film bezig blijven. Ze moeten natuurlijk wel het verhaal respecteren, want dat is gebaseerd op echte mensen. Dat zijn we Philip [Pozzo di Borgo] en Abdel [Sellou] verschuldigd. Ik denk trouwens dat de remake heel dicht bij onze film zal blijven."
En zelf naar Hollywood gaan? Omar is naar de VS verhuisd en kreeg rollen in X-Men: Days of Future Past en Jurrassic World. "Nee. Het verschil is toch: final cut. De positie en onafhankelijkheid die we als regisseur hebben in Frankrijk, die willen we niet kwijt."
Hoe ga je daarna verder als filmmaker? Zo’n enorm succes moet toch ook intimiderend zijn. "Er zijn drie mogelijkheden. Ofwel je gaat op een eiland zitten, stopt met werken en drinkt alleen nog Coca Cola Zero in de zon. Ofwel je laat je verlammen door het succes. ‘Beter dan dit zal ik nooit worden’, et cetera, et cetera. Ofwel je gaat meteen weer aan de slag. Wij zijn met z’n tweeën, dus dat is praktisch. We zeiden tegen elkaar: het essentiële is niet om weer miljoenen kaartjes te verkopen, dan wordt het een soort sport, het essentiële is om een film te maken waar we trots op zijn. En omdat we nu gemakkelijker onze films gefinancierd kunnen krijgen, kozen we voor een onderwerp dat niet zo commercieel is. De sans-papiers zijn het tegendeel van commercieel. Het is een moeilijk onderwerp, voor de politiek, voor het publiek, voor iedereen. Men wil dat niet zien. Die Pakistaan die achter in de keuken staat van het restaurant en niets betaald krijgt, geen rechten heeft, geen ziektekostenverzekering? Dat willen we niet weten. En wij zeiden dus: dát is precies waar wij de camera gaan neerzetten. Kijk dan: Samba is gewoon een mens. In Frankrijk zitten we nu op drie miljoen bezoekers, voor een film over dát onderwerp. Daar ben ik trots op."
Een tweede thema in de film is de burn-out van Alice. Waar kwam het idee vandaan die twee onderwerpen bij elkaar te brengen? "We hebben geen burn-out gekregen van Intouchables, maar we hebben door die ervaring wel heel goed begrepen wat dat is. Als je op een gegeven moment geen meester meer bent van je eigen agenda, als je je kinderen niet meer kunt zien… Voor ons was het een gelukkige tijd, maar ik kan me goed voorstellen dat het je ook heel ongelukkig kan maken. Dat interesseerde ons, dus we hebben onderzoek gedaan. We hebben een kliniek bezocht, artsen gesproken, psychologen… Er is een theorie die zegt dat burn-out niet het probleem is van individuen, maar een sociale ziekte. Steeds meer mensen weten niet meer waarom ze werken, wat het leven nog zin geeft. In de jaren ’60 en ’70 dachten we bevrijd te worden door de technologie. Veertig, vijftig jaar later zijn we vervreemd geraakt door de technologie. E-mail, smartphones… Het creëert ontzettend veel stress. We weten bijvoorbeeld dat een werknemer nu dertig procent van zijn tijd werkt buiten de normale werkuren, gewoon omdat hij voortdurend bereikbaar is. Die veranderde relatie tot arbeid is interessant, want — even terugkerend naar de sans-papiers — bij hen gaat het juist om primaire arbeid. Je werkt om te eten of om geld naar je familie te kunnen sturen. Je denkt niet na over zingeving. Zelfs al is het werk zwaar, heel zwaar soms, ze houden het vol omdat het dít is of helemaal niets. Het was interessant om die twee extremen, die twee manieren van je verhouden tot werk, samen te brengen in één film. Die scène in het pompstation waarin Alice vertelt dat ze een burn-out heeft gehad: de uitdrukking op het gezicht van Samba: dat is eigenlijk een snap-shot van onze samenleving."
U behandelt deze thema’s op een heel lichtvoetige manier. Alice met haar pony’s… "Dat is echt. In veel klinieken raden ze mensen met een burn-out ook aan om dit soort vrijwilligerswerk met migranten te doen, om weer een richting en een doel te vinden."
Samba die wordt weggestuurd uit het asielzoekerscentrum en achter het vliegtuig aanrent… "Dat is echt Kafka. Ze vertellen je dat je weg moet, dat je geen verblijfsvergunning krijgt en je hebt dertig dagen om het land te verlaten. Geloof jij dat iemand die er twee jaar over heeft gedaan om hier te komen, weer zal vertrekken? Ze weten best dat die mensen in de illegaliteit verdwijnen. Dus dat is hypocriet."
U kiest er voor om dergelijke zware onderwerpen met veel humor te behandelen. In de Franse pers is dat u op kritiek komen te staan. Sommige recensenten vonden de toon te grappig, te glad, te zoetsappig. Wat vindt u van die kritiek? "Kijk, het probleem van de sans-papier verdeelt de samenleving. Links, rechts, het gaat ons om de mens in het midden. De mensen die vinden dat de film te aardig is, niet schrijnend genoeg, zeg ik: het is ónze film. We zijn geen Ken Loach. We zijn geen Mike Leigh. We voelen ons meer verwant met de sociale komedies van sommige Italiaanse regisseurs. Films die over de sociale realiteit praten, maar met een beetje gekkigheid. Films met Vittorio Gassman, bijvoorbeeld, zoals als Il sorpasso van Dino Risi, Ettore Scola, Mario Monicelli. Hoe leg ik dat uit? We maken populaire cinema, maar het is ook auteurscinema. Je kunt zeggen dat we te populair zijn of juist te intellectueel. Wij zeggen: bij Intouchables sloeg het aan, dat was een enorm succes, en Samba doet het nu ook goed. Een hele zware film maken, met veel misère, waarin Samba huilt, et cetera — anderen kunnen dat beter dan wij. Alleen zit er dan meestal niemand in de zaal. Dat is het verschil. Wij trekken publiek, met dít soort thema’s."