Dominik Moll over Dossier 137

‘Dit is een aanklacht die wil wringen’

Dominik Moll

Achter politiegeweld schuilen schuldige politici die volgens Dominik Moll “geen empathie opbrengen, omdat hun ambitie en ego gigantisch zijn.”

Na psychologische mysteries als Harry, un ami qui vous veut du bien (2000) en Lemming (2005) draaide Dominik Moll het politiedrama La nuit du 12 (2022). Een commercieel succes en grote winnaar bij de Césars. Tijdens een interview in Brussel benadrukt Moll dat zijn onderzoeksdrama Dossier 137, waarin we een agent van de dienst intern toezicht volgen, geen kwestie is van teren op dat succes, maar een passieproject, “een aanklacht die wil wringen”.

Molls liefde voor politiefilms werd aangewakkerd door Pauline Guéna’s 18.3. Une année à la PJ, een boek over het dagelijks werk van de Franse misdaadpolitie waarop Moll en schrijfpartner Gilles Marchand La nuit du 12 baseerden.

“Het schetst een ander beeld dan wat series en films ons voorschotelen. Met Dossier 137 wilden we via een vrouwelijk personage nog dieper in de weinig heldhaftige realiteit van politiemensen duiken. Stéphanie Bertrand [Léa Drucker] is een speurder die binnen de ‘police des polices’ [IGPN] in een oncomfortabele positie zit, omdat ze het gedrag van agenten moet onderzoeken. Daarmee komt ze onder vuur te liggen van zowel familieleden van slachtoffers van politiegeweld als van collega’s. Zo’n insteek zie je nog zelden. Bij filmmakers als Sidney Lumet, William Friedkin of Alain Corneau lag dat anders, maar voor brutaliteit en complexiteit is nu minder plaats.”

Dossier 137 opent met documentaire beelden en een freeze frame van een agent die een steen naar betogers gooit. “Er knapte iets in mij”, bekent de agent. Ook Stéphanie verliest haar cool tijdens haar zoektocht naar feiten, waarheid en gerechtigheid. Afstandelijk en onbewogen blijven, blijkt onmogelijk. De film is fictie, maar “het verhaal berust op waargebeurde incidenten tijdens de gele-hesjes-protestbeweging in Frankrijk anno 2018”, vertelt Moll. “Zaken die we putten uit research of opstaken toen we achter de schermen van de IGPN meeliepen, combineerden we met een verzonnen plot.”

Dossier 137. Foto: Fanny de Gouville

Deze mix van realiteit en fictie baadt in de door media en politici gevoede sfeer van paniek en hysterie. “De Franse regering panikeerde na de eerste gele-hesjes-manifestaties en versterkte met hysterische reacties de angstgevoelens bij de bevolking. Die onrust verhardde het politieoptreden, waardoor er onschuldige slachtoffers vielen. Agenten zonder ervaring met ordehandhaving werden de Parijse straten op gejaagd met de boodschap dat de Franse republiek bedreigd werd en gevaarlijke relschoppers uitgeschakeld moesten worden.” Dat leidde tot overreactie. De politie treft blaam, maar Moll “wil de rol van politici en hun discours aanstippen, onderstrepen hoe zij politiegeweld in de hand werkten en versterkten. Het gaat me niet om individuele agenten die zich graag gewelddadig uitleven, maar om hoe politici door een politiek getint discours het geweld doen escaleren. En daarna de andere kant opkijken. De framing van de ‘gele hesjes’ als een bende wilden, stuurde de manifestaties richting confrontatie en werd een vrijgeleide voor politiegeweld.”

Het dossier dat aanvankelijk niet meer dan een nummer is, wordt voor de onderzoeksrechter belangrijk wanneer een video viraal gaat. “Dat gebeurt vaak. Alsof politiegeweld pas echt ernstig is wanneer er beelden van zijn. Het is dubbel: die video’s belichten concrete gevallen van politiegeweld, maar anderzijds bestaat het gevaar dat niet-gefilmde incidenten minder problematisch of zelfs minder reëel gaan lijken.” Moll kijkt verder: “Alomtegenwoordige bewakingscamera’s brengen een Big Brother-samenleving dichterbij en doen vrezen voor wat een totalitair regime hiermee kan doen.”

Dossier 137 vermengt ensceneringen met documentaire beelden. “De foto’s die we in het begin tonen zijn authentieke foto’s van beroepsfotografen tijdens de gele-hesjes-protesten. Wat de video’s betreft, filmden we het merendeel zelf, al gebruiken we ook archieffragmenten in het materiaal van de familie van de mishandelde demonstrant.” Moll ziet die combinatie niet als bezwaarlijk, “omdat we de werkelijkheid niet vervalsen. Zo is er het beeld van politieagenten die de demonstranten blokkeren in een straat. Dat is een courant gegeven, waardoor confrontaties ontploffen. Ik manipuleer geen beelden om individuen in een slecht daglicht te plaatsen, maar om de situatie en emoties te duiden.”

Institutioneel
De onderzoekers gaan te werk als filmmakers. Ze zoeken opnamen uit verschillende invalshoeken, monteren en vertragen beelden, zoomen in. “Het is niet omdat er een video is die dingen toont, dat automatisch de waarheid zichtbaar wordt. Veel blijft een kwestie van interpretatie. Wat sommigen beschouwen als een bedreigende actie of reactie van een demonstrant is volgens anderen totaal onschuldig. Dat wordt duidelijk tijdens het verhoor van de beschuldigde agenten. Ook al is het zichtbaar dat ze schieten én het gevelde slachtoffer trappen. Ze kunnen altijd wijzen op een andere mogelijke interpretatie en hun verklaring wijzigen. Een andere ‘film’ van de feiten voorspiegelen.”

Beelden gemaakt met een telefoon door een kamermeisje vanuit een hotelraam zorgen voor een dramatische wending. Moll creëert zo suspense, laat zien hoe moeilijk het is om getuigen over te halen hun verhaal te doen en hoezeer politiegeweld in de Parijse buitenwijken verbonden is met racisme. “Dat is van een structurele orde en de betrokkenen hebben het nog veel moeilijker dan de ‘gele hesjes’ om klachten in te dienen tegen de politie. De weigering van de overheid om het bestaan van politiegeweld toe te geven, wijst erop dat het institutioneel is geworden.”

Moll ziet naast dat ruimere kader ook dilemma’s op een meer persoonlijk niveau. “Onderzoekers moeten zich inleven in situaties en mensen zonder zich te laten leiden door sympathie of antipathie. Maar omdat ze mensen zijn, duiken er emoties op. De vraag is wat ze daarmee doen, hoezeer het hun onderzoek bepaalt. Het belangrijkste is dat onderzoekers zich bewust zijn van hun emoties en van de invloeden die spelen.”

Laatste woord
Dat voorkomt gevoelens van onmacht en frustratie niet. “Stéphanie botst op de limieten van haar baan en het korps waarin ze werkt. Ze voelt de impact van hiërarchie en staatsbelang. Zelfs een perfect onderzoek leidt niet noodzakelijk tot een proces en een veroordeling, omdat andere machten en belangen spelen. Stéphanie kan niet iedereen tevreden stellen. Collega’s, betrokken agenten, familieleden van slachtoffers, iedereen dreigt gefrustreerd achter te blijven.”

Met “Wat heeft uw werk voor zin?” stuurt de moeder van een geweldsslachtoffer de “Ik heb mijn best gedaan” murmelende Stéphanie weg. Daarmee doorbreekt Moll de these-antithese-dynamiek van het verhaal. Iedereen heeft zijn redenen? Ja, maar niet iedereen voelt de impact. “Het was belangrijk om aan het einde van Dossier 137 het woord te geven aan het slachtoffer, omdat hij lang buiten beeld blijft en we ons identificeren met Stéphanie en haar traject. De conclusie mocht niet zijn dat het moeilijk is voor haar. Dat is het ook, maar hij draagt als geweldslachtoffer wél een leven lang de fysieke en mentale gevolgen. Daarom krijgt hij het laatste woord.”

En daarmee dus ook de ‘gele hesjes’. “Onze boodschap: alle begrip voor de chaotische omstandigheden, maar er zijn jullie dingen overkomen die niet hadden mogen gebeuren. Politici kunnen dit niet toegeven, omdat ze niet in staat zijn empathie te tonen. Onder dat onvermogen om hun pijn te erkennen lijden de slachtoffers. Niet alleen worden de trauma’s niet gezien, slachtoffers wordt ook schuld aangepraat. ‘Je was daar, je gedroeg je agressief, had je maar thuis moeten blijven…’ Zo worden zij daders en wordt het politiegeweld onder de mat geveegd.”

“Het was gemakkelijk geweest om boosaardige geweldplegers te veroordelen. Maar ik wil duidelijk maken dat er achter daders van politiegeweld ook een structuur zit. En politici die enkel begaan zijn met hun eigen imago en politiek overleven. Met het beeld dat ze in de markt willen zetten. Ik hoop dat Dossier 137 een tegengewicht vormt voor hun door marketing gestuurde framing en zowel empathie als inzicht creëert.”


Dossier 137 draait vanaf 5 maart 2026 in de bioscoop.