David Gilmour over ‘De filmclub’

Op de trampoline

  • Datum 26-03-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

David Gilmour

De Canadese filmjournalist David Gilmour had een zoon die niet wilde deugen. Hij koos voor een ongewone aanpak: de 15-jarige jongen mocht stoppen met school als hij met zijn vader drie films per week keek. De filmclub heet het boek over dat experiment. Het is een korte cursus klassiekers: "En nu wil hij filmmaker worden."

Godard is een klootzak. Antonioni is oersaai. De Canadese filmjournalist en voormalige programmeur van het Filmfestival Toronto David Gilmour zit niet om meningen verlegen. Naar de interviews met de Nederlandse pers over zijn net in vertaling verschenen boek De filmclub neemt hij een exemplaar mee van Ingmar Bergmans autobiografie Laterna magica.
Beide boeken vertellen over de wording van een filmmaker. In Laterna magica beschrijft Bergman hoe hij in de schaduwen van zijn jeugd en zijn tirannieke vader de kracht van de verbeelding ontdekte. De filmclub is door een vader geschreven. Niet tiranniek. Wel dominant.
En als hij er nu achteraf op terugkijkt moet David Gilmour concluderen dat het jaar dat hij met zijn vijftienjarige zoon bij wijze van experimentele scholing drie films per week keek, óók tot de vorming van een filmmaker heeft bijgedragen. Want nadat het verhaal van de puber die niet wilde deugen dankzij een flinke dosis Verhoeven, Ford en Wong Kar-wai toch nog een happy end beleefde, werkt zoon Jesse nu aan zijn eerste film.

De eerste film die u met uw zoon bekeek was les quatre cent coups van François Truffaut, omdat u parallellen zag tussen Antoine Donel en uw zoon. Maar zag uw zoon die ook? Nu misschien. Maar destijds was les quatre cent coups geen succes. Hij was geen filmsnob. Het succesverhaal was basic instinct. Toen hij die film zag wist hij meteen dat het ongelooflijke rotzooi was, maar wat was het spannend en opwindend! Dat was misschien nog wel de belangrijkste les, dat je als filmliefhebber in staat moet zijn om je ook bij een slechte film te vermaken. Bovendien wilde ik niet dat hij een soort filmnerd zou worden. Daar zijn er al genoeg van. Filmstudenten zijn de vervelendste mensen die er zijn. Hun smaak staat volkomen los van de werkelijkheid.

Dat is ook een soort snobisme… Maar vergeet niet dat hij een Noord-Amerikaan is. Om Europese films te kunnen begrijpen zou je kennis nodig hebben van de Europese filmgrammatica. Mijn zoon is in staat om een film los van de smaakdictatuur van cinefielen direct te begrijpen.

Dat miste ik een beetje in het boek: zíjn reflecties op de films die jullie samen bekeken. Die waren er ook niet echt. Ik kan me ze althans niet als zodanig herinneren. Alle gesprekken die we over het leven voerden, over meisjes, staan me nog helder voor de geest. De films waren een excuus om met elkaar in gesprek te komen, een trampoline. Dat is achteraf ook het doel van het hele project geweest. Om een band met elkaar te krijgen. Puberjongens zijn net baby’s. Alleen hebben ze nu niet de zorg van hun moeder nodig, maar van hun vader. Want als hun vader afwezig is, dan zullen ze de eerste de beste sterke figuur uit hun omgeving als rolmodel kiezen, of dat nu een goede leraar of een slecht vriendje is.

Of een filmheld… …Of een filmschurk.

Gelooft u dat filmfiguren zoveel invloed kunnen hebben? Ja en nee. Ik wilde Marlon Brando zijn toen ik twintig was. Ik wilde in last tango in paris zitten. Maar dat is kopieergedrag. Uit films kun je natuurlijk niets leren. Wat mijn zoon kreeg was tijd met z’n vader. Wat we deden was films kijken. Het had ook voetbal kunnen zijn. Filmpersonages kunnen voorbeelden zijn, maar er iets van leren?

Mensen ontdekken bijvoorbeeld dat ze niet de enige zijn met bepaalde gevoelens of vragen. Uw zoon keek ook steeds weer overnieuw naar chungking express van Wong Kar-wai. Omdat het meisje daarin hem aan zijn ex-vriendin deed denken.

Ik had eigenlijk gehoopt dat u naar aanleiding van uw boek een heel scholingsprogramma zou hebben ontwikkeld. De wereld in 100 films. Maar dat zit er dus niet in? Mijn zoon is het trouwens niet met mij eens. Maar dat komt misschien omdat hij nu filmmaker is geworden. Hij is bezig met zijn eerste film. Dat heb ik nooit zien aankomen. Hij heeft uiteindelijk keurig al die dingen gedaan die hij moest doen: school afmaken, naar de universiteit gaan en vorig jaar zei hij opeens: ‘Ik heb bewezen dat ik het kan, dus ik kap nu met de universiteit en ga naar de filmacademie.’ Toen is hij naar Vietnam vertrokken om een scenario te schrijven, waarmee hij naar de filmacademie in Praag wilde gaan. En in plaats van de hele dag stoned met meisjes op het strand te hangen heeft hij inderdaad een script geschreven, is aangenomen en toen kwam hij weer bij me terug en zei: ‘Er zijn twee manieren om films te leren maken: 1. Naar de filmacademie gaan. 2. Een film maken. Ik wil degene zijn die films leert maken door films te maken.’ Dus hij heeft de royalty’s van het boek genomen, want ik heb de helft aan hem gegeven, en is een film gaan maken.

En heeft nu aan u een uitstekende publiciteitsagent… Hij zei: ‘Als het een shitty film is dan weet ik tenminste hoe het niet moet en dan maak ik er nog een.’ Afgelopen maand vroeg ik hem nog of hij zeker wist of hij niet naar de filmacademie in Praag wilde gaan. Het is in Praag, het is in Europa, zei ik. Maar hij zei: ‘Ik heb mijn filmschool al gehad. Dat was dat jaar dat ik met jou al die films heb bekeken.’ En achteraf realiseer ik me dat hij ’s ochtend de trap kon komen aflopen en dingen zeggen als: de montage in respiro van Dario Argento is echt geweldig, of het licht in die en die western is briljant. Hij lette op al die technische dingen.

Als je niets uit films kunt leren, kun je dan wel iets over films leren? U bent ook filmcriticus geweest. Ik maakte tv-programma’s en als je televisie maakt moet je extreem zijn. Je moet je kort en krachtig uitdrukken met het gevolg dat je steeds radicalere dingen gaat zeggen. Ik was altijd enorm tegen media-educatie. Censuur vond ik dat. Nu ben ik daar niet meer zo zeker van. Nu geloof ik niet per se dat censuur iets slechts is. Ik ben van mening dat porno weerzinwekkend is. Het is slecht voor de ziel. Het probleem met porno en extreem geweld is dat je die beelden niet uit je hoofd kunt krijgen.

Maar dat rechtvaardigt toch nog geen censuur? Het probleem met die filmmakers is dat ze heel getalenteerd zijn. Maar ik ben met mijn zoon heel voorzichtig geweest. Ik ben zijn vader, niet zijn vriend. Ik weet niet hoe dat in Nederland zit, maar in Canada heb je zogenaamd vrijzinnige ouders. Brrr. Griezelig is dat.

Dana Linssen