Karlovy Vary 2001
Kuuroord
Rocco e i suoi fratelli
Nanouk Leopolds film Îles flottantes werd uitgenodigd voor het 36e Filmfestival van Karlovy Vary in Tsjechië. Een verslag door “een ouderwetse idioot”.
Het Filmfestival van Karlovy Vary schijnt een van de grootste festivals van Oost-Europa te zijn. En ik ben dol op Oost-Europa. Stienette Bosklopper, de producent van mijn film Îles flottantes, zegt dat ik maar naar dit festival vlak bij Praag moet gaan, en aangezien ik alles doe wat zij zegt sta ik mijn tas al in te pakken.
Collega-filmmaakster Froukje Tan gaat met me mee voor de gezelligheid. Zeven jaar geleden zijn we samen begonnen met films maken tijdens een workshop aan de filmacademie in Praag. Dus dit is wel een bijzondere plek voor ons. Tijd om de rekening op te maken. Froukje heeft net een dertiendelige televisieserie af, Het Oude Westen, en ik heb mijn eerste speelfilm gemaakt. Froukje gaat volgende maand trouwen en ik nog lang niet. Zij heeft net een huis gekocht en ik woon om de hoek in een kraakwoning. Zo, dit is weer genoeg introspectie voor het jaar 2001.
Nee, sorry, zonder gekheid staan we allebei op een belangrijk punt in ons leven. Als je je eerste grote ding hebt gemaakt heb je een soort punt gezet: dit ben ik, dit doe ik. Door het tweede ding te maken ontstaat er een lijn, een richting. En die lijkt – in ieder geval op dit moment – veel ingrijpender en bepalender. Met andere woorden, ik zit gewoon te stressen waar mijn tweede film over moet gaan.
Karlovy Vary bestaat uit prachtige oude paleizen en warmwaterbronnen die te pas en te onpas uit de grond verrijzen. Een tsaren-kuuroord uit vroeger tijden. Het openingsfeest vindt plaats in een paleis boven op een berg. Een wereld van champagne, kaviaartaartjes, cocktails, mannen in pakken en vrouwen in Dior-jurkjes. En daar sta ik in mijn roze Pokémon T-shirt. Waarom ben ik niet nog even naar de kapper gegaan, schiet het door mij heen, maar heus, geen kapper die mij zo kan knippen dat ik hier tussen pas. Geeft niks, geen nood, na een paar cocktails kan een mens vrienden worden met iedereen.
De films van bekende regisseurs blijken uitverkocht, zodat je eigenlijk helemaal niet moet verzinnen wat je wilt zien maar gewoon kaartjes moet nemen voor dat wat er nog is. Zo heb ik vorig jaar op het festival in Rotterdam per ongeluk alle films van Takashi Miike gezien, en ze waren geweldig! We gaan onder andere naar La ville est tranquille van Robert Guédiguian, de maker van Marius et Jeanette. Deze film heeft een mooie structuur door heen en weer te snijden tussen verschillende hoofdpersonages die, omdat je ze naast elkaar ziet, commentaar op elkaar geven zonder dit uit te spreken. De film is ontroerend, maar ik vind hem toch niet echt goed.
We zien een vreselijke film van Susan Seidelman met Judy Davis, Juliette Lewis en Lili Taylor. Ik word er kwaad van, dat ze met zulke geweldige actrices werkt en dan zo’n gedrocht maakt. De nieuwe film van Allison Anders Things Behind the Sun maakt meer indruk. Hij blijft hangen. Maar toch bekruipt me een onaangenaam gevoel. Het zijn allemaal films die een bepaalde integriteit hebben, die persoonlijk zijn en die ontroeren. Ze zijn niet slecht gemaakt. Maar ik wil meer.
Koptelefoon
Ik moet een interview doen met een meisje van de dagkrant en met een zeer knappe Rus van de radio. Vanavond is de première van mijn film en ik neem alle harde woorden terug die ik net hierboven geschreven heb. Het is namelijk verdomde moeilijk om een film te maken en als de film uiteindelijk ook maar een heel klein beetje hout snijdt mag je god op je blote knieën danken.
Ik word opgehaald om naar het theater te gaan waar de film draait. De Nederlandse mode om een rok over je broek te doen is hier nog niet zo aangeslagen en ik zie er eerder vreemd dan feestelijk uit.
Als een van onze kersverse nieuwe vrienden hier een opmerking over maakt wil ik terugrennen naar het hotel om alsnog iets anders aan te trekken. Te laat. Niet zo zeuren. We gaan naar binnen.
Het is veruit de mooiste zaal waar mijn film ooit zal draaien. Een soort operatheater uit 18-zoveel met balkons en schellinkjes. De film is Engels ondertiteld, maar door middel van een koptelefoon kunnen mensen ook de simultaan vertaling in het Tsjechisch horen. Je weet wel, zo’n stem die heel monotoon dwars door de dialoog heen praat. Het zweet breekt me uit. De hele zaal zit vol koptelefoons. Ik ga helemaal bovenin op een balkon zitten en wacht op de eerste reacties van de zaal. Het is stil. Ik begin me af te vragen hoeveel van de dialoog deze vertaling zal overleven. En ik neem me stellig voor in de volgende film de mensen nauwelijks te laten spreken. De reacties beginnen te komen, maar ze zijn een beetje vertraagd. Het duurt even voordat ik begrijp dat het publiek moet wachten op de simultaan vertaling voordat ze kunnen lachen. Bij huilen werkt dat trouwens anders.
Na afloop komen er mensen naar me toe om te zeggen dat ze het een bijzondere of een mooie film vonden. Ik ben heel erg blij. Ook blij dat ik het heb overleefd. Elke keer is het anders om de film te zien. Deze keer vond ik het eigenlijk verschrikkelijk. Wat een gepruts. Dat moet veel beter.
Overdonderd
Een paar dagen later zien we per ongeluk een vertoning van Rocco e i suoi fratelli van Luchino Visconti uit 1960. De film is niet ondertiteld. We krijgen een koptelefoon voor simultaan vertaling in het Engels. Ik ben nieuwsgierig hoe dat is. En natuurlijk valt het enorm mee. Je hebt zelfs het voordeel dat je beter naar het beeld kijkt, omdat je niet de hele tijd ondertitels zit te lezen.
Ik ben helemaal overdonderd door de film. Dit is de eerste keer dat ik hem in print zie, in een zaal. Maar dat zal toch niet het enige zijn wat zoveel indruk maakt. Soms zie je oude films en merk je dat je zelf heel anders bent gaan kijken. Ik ben heel erg onder de indruk van de beeldtaal, de verhaalstructuur en de precisie waarmee de film is opgebouwd. Het is een echt meesterwerk. Godverdomme wat mooi gemaakt! Ik wist wel dat ik een ouderwetse idioot was, maar ik was het toch ook weer vergeten. Die beelden, die weidsheid in de totalen, dat zie je bijna nooit meer. Een scène van twee minuten, waarin vijf mensen tegelijk in beeld zijn die een mise-en-scène uitvoeren die perfect is. En pas de eerste close-up van Alain Delon na twintig minuten! Dat is pas sterk, om je held zo te introduceren.
Van de filmmakers van nu komt eigenlijk alleen Tsai Ming-liang in de buurt van dit niveau. Ja, leuk hoor een Gouden Palm voor Nanni Moretti, en we vinden hem vast ook allemaal heel aardig. Ach, wat zeur ik nou, ik heb die film nog niet eens gezien. Nou ja, wat ik zeggen wilde is, ik weet weer waarom ik zo van film hou. Dank je wel Karlovy Vary. Dank je wel Visconti.