Imagine 2026: Kiyoshi Kurosawa

Datum
28-10-2026
Auteur
Lees meer over

Cure

In de sluimerende films van Kiyoshi Kurosawa, dit jaar eregast op Imagine Fantastic Film Festival, wordt de innerlijke onrust van de hoofdpersonages steevast beklemtoond door de plaats van handeling: de lelijke kanten van Tokio, waar betonnen flats en leegstaande industriële panden het uitzicht vervuilen.

“Wij zijn als een langzaam zinkend schip”, merkt de werkloze Ryūhei Sasaki (Teruyuki Kagawa) op in Kiyoshi Kurosawa’s drama Tokyo Sonata (2008). Sasaki verloor zijn kantoorbaan en brengt sinds enige tijd zijn dagen door op straat en in bibliotheken, tussen andere werklozen die net als hem veinzen dat ze nog aan het werk zijn.

Sasaki’s observatie is in feite van toepassing op veel van de getormenteerde personages in het oeuvre van Kurosawa. De innerlijke onrust van personages als Sasaki wordt in zijn films steevast geaccentueerd door de plaats van handeling: een uit beton opgetrokken Tokio waar de troosteloze architectuur duidelijk toe is aan onderhoud.

Kurosawa, eregast op Imagine Fantastic Film Festival 2026, creëert in zijn werk plekken in de Japanse metropool waar eenzaamheid makkelijk om zich heen grijpt. Zijn films zijn gesitueerd in een postindustrieel Japan waar gemeenschapszin is uitgehold door drukke banen en tergend woon-werkverkeer. Neem een totaalshot ergens halverwege Tokyo Sonata: grijze flats die om een ringweg zijn gebouwd zijn de stille getuigen van een hectische file. De chaos oogt als een allegorie voor vastlopen in het leven.

Sasaki krijgt overigens uiteindelijk een baan als schoonmaker in een steriel en fonkelnieuw maar zielloos winkelcentrum, waar hij ondergepoepte wc-brillen schoonmaakt. Aan het einde van de dag verruilt hij zijn rode werkoverall weer voor een net pak – in tegenstelling tot de gehavende stedelijke omgeving waarin hij leeft, kan en moet hij wél een façade ophouden.

Pulse

In Kurosawa’s horrorfilm Pulse (Kairo, 2001) is is de Tokyo Tower telkens te zien op de achtergrond, een toren van ruim 331 meter hoog die in 1958 werd opgeleverd en de economische voorspoed symboliseert die Japan toen doormaakte. Na de Tweede Wereldoorlog verkeert het land in een boom en worden razendsnel appartementen en kantoren van beton uit de grond gestampt. Die bouwdrift leidt tot weinig toekomstbestendige en bovendien spuuglelijke bouwwerken.

Die architectuur is nadrukkelijk zichtbaar in Pulse, een horrorfilm waarin geesten via het dan kersverse internet eenzaamheid verspreiden, met tegen het einde dystopische beelden van een uitgestorven Tokio. Het appartementencomplex van een van de sleutelpersonages oogt uitgewoond, met verroeste stalen trappen.; het is “eenvoudig om jezelf hier te verhangen”, merkt iemand op. Binnen treft de camera een donker hol aan, als een spiegel van de buitenkant. De voornaamste plaats van handeling in de film, een bloemenwinkel bovenop een flat, kijkt uit op de grauwe stedelijke treurnis.

Harue, een student computerwetenschap, doet in Pulse een trefzekere observatie: “Mensen maken eigenlijk geen echt contact. We leven allemaal gescheiden van elkaar.” Toch doen Kurosawa’s personages verwoede pogingen om de ander te doorgronden. Neem Kenichi Takabe (Koji Yakusho) uit de psychologische horrorfilm Cure (1997), een rechercheur die een reeks mysterieuze moordzaken onderzoekt. Hij zoekt graag hoger gelegen gebieden op in de stad, in een poging grip te krijgen op de grauwe wereld om hem heen. Ook de interieurs in deze film ogen beduimeld. De grote kantoorruimte in het politiebureau staat vol met dozen en oude tv’s; het huis van Takabe heeft een gedateerde keuken met vieze tegeltjes; een vergeelde behandelruimte in een ziekenhuis staat vol bedden en apparatuur uit een ver verleden.

Creepy

De personages van Kurosawa becommentariëren impliciet hoe de wereld eruitziet waarin ze verkeren. “We zouden allemaal moeten kunnen relaxen, van onze levens moeten genieten en in vrede kunnen leven. Maar de maatschappij is zo niet”, zegt Takabe op een gegeven moment.

Ook in Creepy (2016) voert Kurosawa een speurder op die een psychopaat op het spoor komt. Criminoloog Koichi Takakura (Hidetoshi Nishijima) verhuist met zijn vrouw naar een buitenwijk van Tokio. Hier geen beton, maar mooie houten bungalows omringd door keurig aangeharkte tuintjes. Dat betekent overigens niet dat het kwaad zich hier niet schuilhoudt. In deze contreien heerst de Japanse gedachte van kanshou shinai, vrij vertaald: bemoei je er niet mee. Buren, veelal forenzen, kijken niet naar elkaar om. En juist als dat wel gebeurt, moet je uitkijken. De setting van de thriller doet denken aan de lommerrijke buitenwijk met de white picket fences uit Blue Velvet (David Lynch, 1986). Ook achter die keurige spelen zich naargeestige tragedies af. Aan grootstedelijke problematiek valt ook hier niet te ontkomen.

Zo speelt architectuur dus een grote rol in Kurosawa’s werk. Hij geeft een geprononceerd beeld van het ‘andere’ Tokio, waar huizen uitkijken op viaducten waar zeer frequent treinen overheen razen. In Cure belooft de door zijn werk geobsedeerde rechercheur Takabe aan zijn echtgenote dat ze binnenkort wellicht op vakantie gaan, naar de idyllische noordelijker gelegen provincie Hokkaido. Of misschien een uitstapje naar het subtropische Okinawa? Maar juist dat soort ‘mooie’ plekken laat Kurosawa in zijn films buiten beschouwing. Misschien wel omdat die niet het Japan vertegenwoordigen waar hij zich zorgen over maakt. Het Japan waar de economische hausse leidde tot isolement en eenzaamheid.


Imagine Fantastic Film Festival | 29 oktober t/m 8 november 2026 | De Filmhallen, Lab111 e.a., Amsterdam
Het festival vertoont naast Cure, Pulse en Creepy ook Kurosawa’s nieuwste film, historisch drama The Samurai and the Prisoner. Daarnaast geeft Kurosawa een Career Talk en wordt zijn keuzefilm The Boston Strangler (Richard Fleischer, 1968) vertoond.