IFFR 2022: Big Talk Mathieu Amalric

Lichaam voor de wetenschap

Tralala

In de tweede Big Talk op het IFFR vertelde Mathieu Amalric vooral over zijn werk als filmmaker, al liet hij ook een fascinerende glimp zien van hoe het is om een veelgevraagd acteur te zijn.

Mathieu Amalric is bij het grote publiek bekend als de Bond-schurk uit Quantum of Solace (2008) en bij een iets kleiner publiek van zijn tour de force als de door een auto-ongeluk verlamde modejournalist Jean-Dominique Bauby in The Diving Bell and the Butterfly (2007). Maar de beste man maakt ook films, en dat doet hij tussen de acteerbedrijven door, bekent hij in gesprek met IFFR-directeur Vanja Kaludjercic.

Het festival vertoont zijn zesde speelfilm Hold Me Tight (Serre moi fort), een knap gemaakt melancholisch drama over een moeder (Vicky Krieps in topvorm) die op een dag zomaar haar gezin verlaat. Amalric is op het IFFR daarnaast als acteur te zien in Tralala, waarin hij een straatmuzikant vertolkt die op de bonnefooi naar Lourdes trekt.

Amalric begon in 1987 als assistent-regisseur, voordat hij vanaf de vroege jaren negentig steeds frequenter voor de camera te zien was. Hij werkte inmiddels met een imposante lijst filmmakers: Alain Resnais, Steven Spielberg, Arnaud Desplechin, Steven Cronenberg, Wes Anderson. Sinds het begin van de coronacrisis heeft Amalric echter amper meer geacteerd. De man met de prangende ogen – misschien wel zijn handelsmerk – speelde de afgelopen jaren alleen in Tralala. Andere filmprojecten waarin hij vorig jaar in Cannes te zien was, waren al lang en breed klaar voordat de eerste lockdowns werden afgekondigd.

Terecht vraagt Kaludjercic wat Amalric dan wel deed. Lezen, vertelt hij. Hij herlas het vuistdikke The Man Without Qualities (Der Mann ohne Eigenschaften, 1930-1943), een onafgemaakte existentiële roman van de Oostenrijker Robert Musil. Maar, benadrukt Amalric, hij wist dat cinema ondanks de tegenslagen “altijd springlevend” zou blijven. Vanuit het kantoortje waar hij zijn volgende project monteert, vertelt hij vervolgens een anekdote: eigenlijk moest hij niets van boeken hebben, omdat zijn moeder literair criticus is. Dat is weer een mooi bruggetje naar het theaterstuk van Claudine Galea waar hij zich door liet inspireren voor Hold Me Tight.

Hold Me Tight

Amalric vertelt vol overgave – zien we hier de filmmaker of de acteur? – dat hij toen hij het voor het eerste keer las in tranen uitbarstte. Maar hij zat in de trein en schaamde zich. Niettemin besloot hij dat Hold Me Tight ook om huilen zou draaien, oprecht huilen. Het zou een melodrama worden, want in dat genre kan je “niet valsspelen”. Vervolgens legt hij uit dat hij vrijwel uitsluitend lange takes draaide van 25 minuten, en dat hij Krieps de meest pijnlijke scène slechts één keer liet doen.

Waarom Amalric Krieps castte? Hij zag natuurlijk Phantom Thread (Paul Thomas Anderson, 2017), met Krieps als serveerster die een relatie krijgt met een modeontwerper (Daniel Day-Lewis). Amalric omschrijft een shot aan het begin van de film waarin Krieps heel even langsloopt, enkele seconden misschien. Hij voelde “een verbinding”, een gevoel van déjà vu, alsof hij haar al jaren kende. Hij traceerde online het telefoonnummer van haar agent en de rest is geschiedenis.

Kaludjerci merkt hierna op dat Hold Me Tight, net als andere films van Amalric, zich afspeelt tijdens verschillende seizoenen – zo zijn er ook scènes die zich afspelen in de sneeuw. Amalric legt uit dat hij na een draaiperiode maanden later altijd nog een weekje inplant om te gaan filmen. Dan is de film al min of meer klaar, maar kan hij op die manier nog niets nieuws of verrassends aan de montage toevoegen. Sommige scènes uit Hold Me Tight kregen hierdoor ook een andere lading. In januari 2020 was de laatste draaiperiode, en Krieps zou nog in een aantal zwaarmoedige scènes moeten acteren. Maar Krieps en Amalric hadden er geen zin in, en besloten juist te improviseren, frivole taferelen te filmen. Misschien in de geest van de improvisatie van Alain Resnais.

Eerder in het gesprek memoreerde Amalric al hoe Resnais eigenlijk nooit met scripts werkte, maar dat hij in een donkere kamer ging liggen, zijn ogen sloot, en zich als de toeschouwer van zijn eigen film inbeeldde hoe de openingsscène eruit zou moeten zien. Amalric heeft daarnaast natuurlijk ook ideeën over hoe je die scènes vervolgens moet acteren: “Niet spelen, maar vertrouwen op de woorden; probeer niet naturalistisch over te komen.” Bewust of onbewust is Amalric in die zin altijd met beide disciplines tegelijk bezig.

Auteurschap – het idee dat een film het kunstwerk gemaakt met één persoon als leidend maker – noemt hij dan ook een “Franse ziekte”. Kaludjercic stelt even later een vraag die ze “banaal” noemt, maar die cruciaal blijkt: zijn Amalrics regieambities en acteerwerk nooit met elkaar in gevecht? Amalrics ogen lichten op: het leven als een acteur is “geweldig”, hij is “trots op de liefde die mij toekomt. De makers met wie ik werk houden van mij, en van mijn lichaam. Bijna alsof ik mijn lichaam aan de wetenschap heb toevertrouwd.” Met veel trots meldt hij dan ook dat zijn volgende project een samenwerking is met Nanni Moretti, de Italiaanse filmmaker die Amalric in de jaren negentig “het gevoel gaf niet alleen op de wereld te zijn”.

Met liefde en ontzag spreekt Amalric de naam van de Italiaan uit. Glimlachend biecht hij op dat hij Italiaanse les krijgt. Ondertussen rijst de vraag: wat doet hij nu op de kantoortje? Waar is hij mee bezig? Dat blijkt een jarenlang project waarbij Amalric zijn vriend de jazzcomponist John Zorn volgt. Beelden hiervan – alweer de derde film die Amalric over Zorn maakte – worden binnenkort tijdens een concert van de saxofonist in Hamburg vertoond. Nog zo’n passieproject van Amalric, die sowieso een enorme muziekliefhebber is, en Kaludjercic en passant vertelt dat hij zich wel eens afvraagt hoe zijn leven er nu uit zou zien als hij muzikant was geworden.

Dat Amalric sinds 2019 een relatie heeft met de bekende Canadese sopraan Barbara Hannigan komt niet als een verrassing. Haar zien we aan het einde van de Big Talk tijdens een fragment een stuk van Zorn voordragen. Gefilmd door Amalric, uiteraard. Een mooi voorbeeld van artistieke kruisbestuiving. Waarmee het portret van de duizendpoot geruststellend ten einde komt: de wereld draait door; volgend jaar zal Amalric gewoon weer te zien zijn in de film van een meester. Cinema is, zoals Amalric eerder al enthousiast verklaarde, “springlevend”.