Deauville focust op indies en empowerment

Bull, de grote winnaar van het festival

De 45ste editie van het Normandische Deauville American Film Festival stond in het teken van onafhankelijke filmmakers en ‘empowerment’. Vrouwen boven met forse statements van Geena Davis, een pak vrouwelijke filmmakers én prijswinnaar Bull van Annie Silverstein.

Het was feest in Deauville dit jaar: 45 jaar festival, 20 jaar competitie en over de planches van de Normandische badstad flanerende sterren zoals Johnny Depp, Geena Davis, Sienna Miller en Kristin Stewart. Toch klonk Bruno Barde, directeur van het Deauville American Film Festival, weinig vrolijk toen hij betreurde dat “marketing het artistieke verdrongen heeft; de studio’s hebben enkel economische beweegredenen en respecteren festivals niet langer. Zelfs wanneer een cineast aanwezig wil zijn in Deauville beletten ze dat om exclusiviteit te bieden aan Toronto. Terwijl films moeten circuleren wanneer we de cinema willen beschermen. Die obsessie voor exclusiviteit is absurd en rampzalig.”

Wankel podium voor independents
Lang, lang geleden in een ander filmuniversum beleefden grote Hollywood-producties hun Europese première in Deauville – van James Bond via Batman tot The Untouchables. Niets daarvan dit jaar. Naast films met distributieproblemen in eigen land, zoals Nate Parkers American Skin en Woody Allens A Rainy Day in New York, zorgden enkel arthousefilms voor rode-lopervertoningen. Zoals daar waren: American Woman van Jake Scott, Charlie Says van Mary Harron, Music of My Life van Gurinder Chadha, Seberg van Benedict Andrews, Waiting for the Barbarians van Ciro Guerra en A Hidden Life van Terrence Malick.

Toen Deauville twintig jaar geleden naast hommages en premières een competitie oprichtte om Amerikaanse onafhankelijke filmmakers een podium te geven, was de opzet een evenwicht te bereiken tussen ‘grote’ en ‘kleine’ films. Dat evenwicht is nu volledig zoek.

Op zich nog geen ramp want ook dit jaar waren er met Skin (Guy Nattiv), Watch List (Ben Rekhi) en de prijswinnaars The Peanut Butter Falcon (Tyler Nilson & Michael Schwartz), Swallow (Carlo Mirabella-Davis), The Climb (Michael Angelo Covino), The Lighthouse (Robert Eggers) en Bull (Annie Silverstein) sterke en creatieve films te ontdekken. Alleen dreigen deze films onze zalen niet meer te halen waardoor Deauville evolueert tot een soort ‘direct to dvd and streaming‘ festival. Dat heeft alles te maken met de tanende populariteit van Amerikaanse onafhankelijke cinema én de vaak onrealistische tarieven van sales agents.

Geena Davis in This Changes Everything

Vrouwen boven
Deauville werd in zijn prille festivaljaren in eigen land “verheerlijking van Amerika” verweten en koesterde haar underdog-status. Ook toen de term ‘cultuurimperialisme’ in de vergetelheid sukkelde hield het festival vast aan haar rebelse imago. Het is geen toeval dat Woody Allen Deauville opende terwijl juryvoorzitster Catherine Deneuve op het veilige Franse podium Roman Polanski mocht influisteren dat hij in Venetië bekroond was. En dat terwijl de geselecteerde onafhankelijke Amerikaanse films hun thuisland heel nadrukkelijk een spiegel voorhouden. Bovendien was, op een moment dat Venetië een andere koers uitzette, het bekronen van vrouwelijke sterren en het opnemen van een pak vrouwelijke filmmakers in de selectie een opvallend statement.

Actrice en producente Geena Davis presenteerde This Changes Everything, een documentaire die de discriminatie van vrouwen door Hollywood stevig fileert, en brak tijdens een persconferentie een lans voor een female gaze in films én meer kansen voor vrouwen in de filmindustrie. Samen met Sandrine Brauer, de Franse producente en woordvoerster van het collectief 50/50×2020.

“Ik ben iemand met sterke overtuigingen die gelooft dat films een verschil kunnen maken”, zei Davis. “Toen Thelma & Louise in 1991 uitkwam zei de pers dat de film alles zou veranderen en ik geloofde dat zelf ook. Er werden inderdaad meer films gemaakt met sterke en complexe vrouwelijke personages, maar er veranderde niets fundamenteel. Om de zoveel jaar is er opnieuw een film, zoals Wonder Woman van Patty Jenkins bijvoorbeeld, die mensen doet uitroepen: ‘Dit verandert alles.’ Maar telkens gebeurt er niets. Je moet dus vaststellen dat een film niet volstaat en dat het probleem elders ligt. In het systeem dat films maakt, in de structuren van de filmwereld die voorkomen dat er significante verbetering optreedt. Want het pijnlijke feit blijft dat de zaken niet verbeteren, dat de films seksistisch blijven en vrouwelijke filmmakers tegen een glazen plafond botsen.”

Davis zag overigens ook positieve ontwikkelingen: “Door #MeToo en Time’s Up zijn dingen wel meer bespreekbaar geworden in de Verenigde Staten. Mensen zijn er ook meer mee bezig. Nu durft Gillian Armstrong te zeggen dat ze maar de helft verdient van wat haar tegenspeler David Duchovny bij The X-Files verdient, waardoor het uiteindelijk werd rechtgetrokken. Dat was tot nu toe ongehoord. Ik en mijn collega’s werden geleerd om nooit te klagen, altijd braaf te zwijgen. Er zijn al zo weinig rollen voor vrouwen en ze vonden altijd wel iemand goedkoper en hongeriger om je te vervangen. Dus ‘hou je mond maar’ was het devies. Dat is nu anders, eindelijk. En gelukkig maar.”

Nate Parker na zijn persconferentie (foto Ivo De Kock)

Een vurige filmmaker onder vuur
Een van de hoogtepunten van het festival was de vertoning van Nate Parkers bewust polariserende American Skin, een politiek drama dat het racisme en de geweldcultuur van Amerika uitvergroot. Parker gaat geen cliché maar ook geen argument uit de weg in dit verhaal van een zwarte vader die heel ‘blank’ reageert wanneer zijn zoon sterft door een politiekogel. Parker werd in Venetië voor zijn activistische film zwaar op de korrel genomen. In Deauville trachtte hij tijdens een emotionele persconferentie zijn tranen te verbijten én weerwoord te bieden.

“Mijn taak als filmmaker is de samenleving te weerspiegelen”, stelde hij aanvankelijk nog koeltjes. “Soms is dat een reflectie die mensen niet willen zien.” Maar toen verwezen werd naar het persoonlijke karakter van de aanvallen kreeg Parker het moeilijk: “Het kan me niet schelen wat ze van me denken, wat ze van me zeggen. Ik maak kunst voor de kinderen van mijn kinderen. Wanneer zij in hun tijd niet veiliger zijn dan ik nu ben, heb ik gefaald als mens, vader en filmmaker. Ik wil alleen nog films maken die deze urgentie weergeven.”

Het leverde applaus op. Waarna de organisatoren wilden afsluiten. Dat was buiten Tarak Ben Ammar gerekend. De producent, zelf ooit slachtoffer van racisme, wilde nog iets kwijt: “Ik ben er zeker van dat wanneer een blanke regisseur American Skin gemaakt had, de reacties níet zo vijandig zouden zijn geweest. Zwarte filmmakers worden genadeloos aangepakt.” Aansluitend bij Parkers verwijzing naar Sidney Lumets 12 Angry Men en Dog Dag Afternoon als inspiratiebronnen, vervolgde hij: “We zijn ver weg van de jaren zeventig, toen kritische films heel normaal waren.”

Het is een van de uitspraken die, samen met de vertoonde ‘indies’, die deze feesteditie kleurden. De haat-liefde verhouding tussen Deauville en Hollywood blijft voor prikkelende (film)momenten zorgen.


Prijswinnaars Deauville American Film Festival

Grote Prijs: Bull (Annie Silverstein)
Prijs van de Jury: ex aequo, The Climb (Michael Angelo Covino) & The Lighthouse (Robert Eggers)
Speciale Prijs van het 45ste festival: Swallow (Carlo Mirabella-Davis)
Ontdekkingsprijs: Bull (Annie Silverstein)
Prijs van de kritiek: Bull (Annie Silverstein)
Publieksprijs: The Peanut Butter Falcon (Tyler Nilson & Michael Schwartz)
Prijs van het 45ste Festival de Deauville: Wasp Network (Olivier Assayas)