Annecy animatiefestival 2021

Ontdek de wereld van Afrikaanse animatie

Black Barbie

Afrika barst van het animatietalent en het animatiefestival van Annecy (14-19 juni) zet het dit jaar in de schijnwerpers. Ook online. Aan een animatie-industrie die op eigen benen kan staan moet nog hard worden gewerkt, maar er is veel talent en optimisme.

Wel eens een Afrikaanse animatiefilm gezien? Nee, dan bedoel ik niet het op Afrikaanse sprookjes geïnspireerde Kirikou en de heks en de twee vervolgen die Michel Ocelot maakte. Want hoe verrukkelijk en authentiek ogend ook, dat waren Franse producties. En Disney’s Lion King telt al helemáál niet mee.

Maar het Kaboom Festival had dit jaar toch twee lange en twee korte Afrikaanse films op het programma. Zelf was ik zeer onder de indruk van het vorig jaar op het Rotterdams Filmfestival vertoonde Machini, een korte stopmotionfilm uit Congo in unieke stijl. Met krijtschetsen en stenen als materiaal om een verhaal te vertellen over de vernietigende invloed van de mijnbouw. Als je die gezien hebt wil je meer.

Je moet inderdaad nog een beetje een speurneus zijn om te ontdekken dat het animatietalent op dit grote continent toch net zo rijk en gevarieerd is als elders. Wat de bekendheid tegenwerkt is natuurlijk dat lange Afrikaanse animatiefilms nog zeldzaam zijn – te duur om te maken, te weinig bioscopen voor vertoning. Al zag ik vorig jaar online op het festival van Annecy wel Jungle Beat: The Movie, een vrolijk sciencefictionachtig dierenavontuur in een 3D-computerstijl die duidelijk van Amerikaanse voorbeelden is afgekeken. Maar wel gemaakt in Zuid-Afrika en Mauritius. En om aan te geven hoe breed het palet is noem ik daarnaast het geëngageerde, in houtskool getekende werk van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge, dat een paar jaar geleden in Eye was te zien.

Machini

Focus op Afrika
Het filmfestival van Annecy Festival (dit jaar van 14-19 juni), dat wel eens het Cannes van de animatie wordt genoemd, is dit jaar de place to be om te ontdekken dat de Afrikaanse animatie de laatste jaren echt in opkomst is. Ook de thuiskijker kan meegenieten, want hoewel daar aan rand van de Franse Alpen de zalen weer open gaan, is het grootste deel van het aanbod ook online beschikbaar. Met dit jaar animatie uit Afrika als belangrijk focusprogramma, zoals al blijkt uit het posterbeeld van het festival.

Machini draait daar ook, geprogrammeerd in het onderdeel Today – African Animation. Daarin eveneens het in 2016 als beste debuut bekroonde ’n Gewone blou maandagoggend. Het sober getekende maar aangrijpende verslag van een doodgewone dag van een schoolkind in een gewelddadig ghetto. Een Ghanese animatie die in eigen land veel losmaakte is Black Barbie (in 2018 te zien op IFFR) van de al meermalen gelauwerde kunstenaar-animator Comfort Arthur. In speelse stijl, en gebaseerd op eigen ervaringen, stelt ze het fenomeen huidbleken aan de orde. Voor sommige Ghanezen een manier om een lichtere tint te krijgen.

Afrikaanse animatie is een heel breed en gevarieerd begrip, maar wel met eigen verhalen. Bijvoorbeeld I Am Chuma – een van de negen Afrikaanse titels in de verschillende competities – van de Zuid-Afrikaanse Wendy Spinks en Clea Mallinson. Een indrukwekkende, losjes met de hand geschetste animadoc waarin een dakloze kunstenares (die ook live in beeld komt) vertelt hoe tekenen en schilderen haar redding werd. Maar in dezelfde competitie Perspectives ook de absurdistische computeranimatie Room 5 (Francis Yushau, Ghana), waarin een ziekenhuisbezoekje verandert in een hilarisch horrormoment. Zodat ik me afvroeg of de ziekenhuizen daar soms echt zo klantonvriendelijk zijn.

Van Lady Buckit and the Motley Mopsters, de eerste lange animatie uit Nigeria, kon ik helaas alleen de trailer zien, die geen al te hoge verwachtingen wekte. Dit op breed publiek mikkende avontuur van een eigenwijs meisje en een curieuze schoonmaakploeg oogt als een van die films die kampen met de eenvormigheid die computeranimatie met zich mee kan brengen. Maar ik kan me natuurlijk vergissen.

Die opmerking over computeranimatie gaat echter in het geheel niet op voor de korte film The Tale of How (in het programma Today – African Animation) waar ik vol verbazing en bewondering naar heb gekeken. Een weelderig getekend, levend prentenboek met een gezongen fabel als soundtrack. Een volstrekt uniek schouwspel. En ik ontdekte dat de Zuid-Afrikaanse makers, opererend onder de naam The Blackheart Gang, diezelfde stijl brutaalweg ook toepassen in de commercials die ze maken. Wie zin heeft in een voorproefje: hier een filmpje waarin ze iets vertellen over hun werk en het ook laten zien.

The Tale of How

In beweging
Dus, hoe staat het er nu voor in Afrika? Laurent Million, hoofd films & programmaplanning van Annecy, vindt in deze hectische dagen vlak voor de festivalstart nog even tijd om iets samen te vatten. “De laatste vijf of zes jaar begint Afrikaanse animatie echt in beweging te komen”, e-mailt hij. “Het heeft te maken met de brede toegankelijkheid van digitaal gereedschap. Al is het, zoals veel dingen in Afrika, met een zekere vertraging. En er zijn inderdaad grote verschillen tussen de regio’s. De meeste animatie komt uit landen in noordelijk Afrika, en uit Zuid-Afrika. Maar overal duikt talent op, waaronder ook veel vrouwen.”

Dat het om meer gaat dan de Maghreb of Zuid-Afrika blijkt uit een verkenning die hij eerder al eens presenteerde. Hij noemt daarin onder meer ook Niger, Ghana, Ivoorkust, Congo en Zimbabwe. In dat laatste land zag in 2002 de eerste lange Afrikaanse animatie het licht: The Legend of the Sky Kingdom.

Dat animatie in Afrika eigenlijk al een lange geschiedenis heeft onderstreept Million door te wijzen op twee documentaires die Annecy vertoont. Moustapha Alassane, cinéaste du possible gaat over een beroemde animator uit Niger die wel de Afrikaanse Meliès is genoemd. Een andere documentaire gaat nog verder terug, en belicht de gebroeders Frenkel, die animatie in de jaren dertig van de vorige eeuw in Egypte introduceerden. Million: “De productie van animatie in Afrika heeft met veel moeilijkheden te kampen, maar het heeft altijd overleefd en wint langzaam maar zeker aan kracht.”

Lady Buckit and the Motley Mopsters

African Animation Network
Iemand die er veel aan gelegen is een animatie-industrie met een eigen Afrikaans gezicht tot bloei te laten komen is Nick Wilson. Animatieproducent in Johannesburg en oprichter van en drijvende kracht achter het African Animation Network (AAN). Een pro-profit organisatie, staat duidelijk op de website. Sinds 2016 wil het AAN talent, animatie-organisaties en producenten over het hele continent met elkaar in verbinding brengen.

In de persberichten van Annecy heet het dat animatie in Afrika ‘booming’ is. Aan Wilson stel ik via zoom de vraag of dat echt zo is. Ik zie dat hij enig voorbehoud wil maken. “Booming? Als het om talent gaat, absoluut! Over het hele continent duikt dat op. Als er één ding is waarmee Afrika de competitie aan kan zijn dat originele verhalen en animaties. Maar als het om een animatie-industrie gaat staan we echt nog aan het begin.”

Zuid-Afrika is een van de landen waar de media-industrie meer ontwikkeld is. Wilson noemt daarnaast Kenia als voorbeeld, al richt de animatie zich daar vooral op commercials. En Nigeria heeft niet alleen een bloeiende filmproductie, bekend als Nollywood, maar daarnaast een grote stripboek-industrie. Dat stimuleert.

Maar er zijn ook belemmeringen. “Het medialandschap in Afrika is nog voor een groot deel in handen van Zuid-Afrikaanse bedrijven die van oudsher wit waren, of van bedrijven buiten Afrika. Dat maakt het voor Afrikaanse animatie moeilijk de eigen markt en het eigen publiek te bereiken. Buitenlandse mediabedrijven hebben zelf al een reusachtige animatiecatalogus en presenteren dat materiaal hier voor een fractie van de kosten van authentieke Afrikaanse animatie. Toen we een schoolproject dat we aan het ontwikkelen zijn gingen testen in Burkina Faso en Ghana was dat voor veel kinderen de eerste keer dat ze Afrikaanse animatiefiguren zagen. In al die animatiefilms die ze in de media consumeren waren ze nog nooit iemand tegengekomen die op hen leek.”

I Am Chuma

Eigen gezicht
Wilson vervolgt: “Afrika moet in de media een eigen gezicht kunnen laten zien, dat is iets waar we met het AAN heel hard aan werken. Een nieuw project dat we ontwikkelen is een animatie-programma voor televisie-omroepen in vijftien landen in Sub-Sahara-Afrika. Dat zijn ruim 115 miljoen huishoudens.”

Wilson wijst erop dat er niet veel manieren zijn om animatie in Afrika te gelde te maken. Het bereiken van een groot televisiepubliek is dus heel belangrijk om investeringen aan te trekken voor een eigen animatie-industrie. “We willen beginnen met een wekelijks blok van een uur en hopen dat uit te bouwen tot een kanaal dat in 2030 24/7 uitzendt met animatie die voor 80% uit Afrika komt. Als we op die manier een groot genoeg publiek kunnen bereiken kan dat een belangrijke steun zijn voor een zelfstandige animatie-industrie in Afrika.”

Wilson is ook heel blij met de aandacht die Afrikaanse animatie krijgt van Annecy. Hij doelt in dat verband niet alleen op de festivalselectie, maar ook op L’Animation du monde, een wereldwijd project om animatietalent te ontdekken. In Afrika gebeurt dat samen met het AAN. “Drie jaar al organiseren we pitch-competities in regio’s over het hele continent. De beste vijftien komen naar Johannesburg, waar ze een mentor krijgen. Uiteindelijk zijn er twee die met hun plan naar de Mifa, de markt van Annecy komen.”

Fupitoons
Een project dat AAN zelf heeft gelanceerd is Fupitoons, een rondreizend festival van korte films voor kinderen – fupi betekent kort in Swahili. ‘Made in Africa for kids‘ is de slogan. “We maken een compilatie van ruim een uur van de beste animatiecartoons. Daarmee reizen we het hele continent rond. We vertonen het op trade shows waar omroepmedewerkers komen, maar ook op festivals en culturele evenementen waar een jong publiek het kan zien.”

Best of Fupitoons is dit jaar een onderdeel van het Afrikaanse focus op Annecy. Een levendige mix van twintig korte, op kinderen mikkende animaties. Vooral vrolijk en grappig, met soms een stempel van betrekkelijk voorspelbare computeranimatie, maar ook uitschieters die opvallen door eigen stijl of serieuzere onderwerpen. Uit Kenia het in kleurpotlood getekende, biografische Letter to Dyslexia, over hoe een bekende haarstylist zijn dyslexie de baas werd.

Ook uit Kenia het ontroerende Kitwana’s Journey, waarin een schooljongen op een dag ontvoerd wordt door een bende. Zoals dat in werkelijkheid kan gaan. Met voice-over op rijm en een originele combinatie van stopmotion en 2D-animatie. Voor de kleintjes een in simpele prentenboekstijl getekend levend alfabet: A Little Bird Told Me the ABC. Computeranimatie die heel stijlvol, sierlijk en emotioneel raak is treffen we in Hadidance van studenten van een animatieopleiding in Zuid-Afrika. Over zelfvertrouwen en verlegenheid. Het zijn zomaar een paar voorbeelden.

Een jonge Nigeriaanse animator die al aardig naam maakt is Ridwan Moshood. Autodidact, zoals heel veel Afrikaans talent, en al jong verslingerd aan de cartoons die hij bekeek in de internetcafés van Lagos. Zijn debuut Garbage Boy and Trash Can zit ook in de Fupitoons-compilatie. Tamelijk hilarische en ironische belevenissen van een wijsneusje dat meent dat hij een superheld is, bijgestaan door een vermoeid klinkende vuilnisemmer. Net persé grensverleggend, maar wel met een vaste hand van tekenen en gevoel voor stijl dat opvalt.

Industrie op eigen benen
Wat Wilson en zijn uit alle windstreken van Afrika bijeengebrachte team voor ogen staat is een Afrikaanse animatieindustrie die op eigen benen kan staan. Die als het ware baas op eigen markt is. Als essentiële factoren om dat te bereiken noemt hij talentontwikkeling, toegang tot publiek, financiering en, niet onbelangrijk, wat Wilson ownership and equity noemt. Investeringen zijn nodig, maar Afrikaans intellectuele kapitaal mag niet weggegeven worden.

Dat laatste illustreert hij met een eerste voorbeeld. Samen met Mike de Seve van het prestigieuze Amerikaanse Baboon Animations, Ridwan Moshood en Wilson zelf is het animatiebedrijf Pure Garbage opgericht. Vooral belangrijk is dat Moshood een aandeel van 40% in de onderneming heeft, wat uniek schijnt te zijn. “We moeten financieel kapitaal en intellectueel kapitaal in evenwicht brengen, en ik denk dat we aardig in de buurt komen.” Dit is een model dat hij Afrika wil voorhouden.

Groot nieuws dus dat Pure Garbage zojuist een overeenkomst heeft gesloten met Warners Cartoon Network voor de productie – in Afrika – van een tiendelige animatieserie gebaseerd op Moshoods Garbage Boy. Een Africa original. “De animatieproductie in Afrika is nog niet ‘booming’, maar het begint wel in beweging te komen. Om te zien wat de mogelijkheden zijn hoef je alleen maar naar de demografie te kijken. 1,3 miljard mensen, in 2050 mogelijk 2,5 miljard. Een grote middenklasse van 300 miljoen mensen, 60% van de bevolking jonger dan 35, 159 miljoen tv-huishoudens en ’s werelds snelst groeiende markt voor smart-apparaten. Ik denk dat er een grote toekomst voor Afrikaanse verhalen is, en ook dat media-bedrijven dat zullen begrijpen.”

Wilson is bijvoorbeeld heel gelukkig met het feit dat Mama K’s Team 4, een fantasy-serie over vier tienermeiden in een futuristisch Zambia, de eerste Africa original van Netflix wordt. Een vergelijkbare deal is die tussen Disney en het Ugandese Kugali voor de ontwikkeling van de Afrikaanse sciencefictionserie Iwaju. Kugali werd in 2017 opgericht door drie vrienden die genoeg hadden van Afrikaanse verhalen die door buitenstaanders werden verteld. “Als je het in een paar woorden wil samenvatten kan je stellen dat de Afrikaanse animatie een overvloed aan talent heeft, maar dat voor een eigen animatie-industrie investeringen nodig zijn”, zegt Wilson. Hij benadrukt dat de AAN openstaat voor iedereen met ideeën in die richting. “Samenwerking, internationale participatie, dat zal essentieel zijn voor ons succes.”


Wie die Afrikaanse animatie (en meer natuurlijk) op het animatiefestival van Annecy wil verkennen hoeft alleen maar voor pakweg 20 euro de Moviegoers Online accreditatie aan te schaffen. Vanaf de eerste vertoning op locatie zijn films de rest van de week online te zien. Lange animaties, tv-films en VR-producties worden alleen op locatie vertoond.