Tien jaar later: Theo van Gogh

Op de filmset, daar leefde hij

  • Datum 18-09-2014
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Op de set van Terug naar Oegstgeest

Tien jaar na De Moord herdenkt EYE de film­maker Theo van Gogh, met de vertoning van zijn dertien speelfilms. De maker is niet meer, maar overleven zijn films?

Door Jos van der Burg

Wie heeft de afgelopen jaren nog wel eens een film van Theo van Gogh gezien? Je moest er in ieder geval niet voor bij de Nederlandse televisie zijn, want daar werd in het afgelopen decennium meer gepraat over Van Gogh en De Moord dan dat zijn films er te zien waren. Geen gebrek aan aandacht voor de persoon Van Gogh om de zoveel jaar, in talkshows, herinneringsprogramma’s en documentaires, maar van zijn films nauwelijks een spoor. Een paar van zijn latere films (Cool, Interview, 06/05) zijn een keertje uitgezonden, maar zijn vroegere werk was op de televisie volledig onzichtbaar.
Wie alle films van de maker wil zien, moet op zoek naar een tweedehands exemplaar van de in 2005 uitgebrachte dvd-box met alle dertien films. Dat de box nieuw niet meer verkrijgbaar is, zegt veel over de weggezakte belangstelling. Roem is vergankelijk, maar de films van Van Gogh zijn wel erg snel vergeten. Zegt het iets over zijn films?
Van Gogh maakte zijn entree in de filmwereld in 1981 met de zwartwitfilm Luger, over de Werdegang van een psychopathische gangster, gespeeld door de debuterende Thom Hoffman. De griezel gijzelt een rijkeluisdochter, wat uitloopt op een drama. Het debuut van de twee keer voor de Filmacademie afgewezen 24-jarige Van Gogh ging niet ongemerkt voorbij. Vooral niet omdat de VPRO nog voordat de film in de bioscoop was te zien twee controversiële scènes uitzond. Ze riepen een storm van protest op van gechoqueerde kijkers, die niet gediend waren van wat zij ‘fascistische vunzigheid’ noemden.
Nog walgelijker dan de scène waarin de gangster de loop van zijn pistool in de vagina van een vrouw duwt, vond men de scène waarin de psychopaat twee katjes in een wasmachine stopt, waarna hij deze aanzet. Veel kijkers dachten dat Van Gogh de dieren werkelijk had vermoord. Dat er zoiets als montage bestaat, kwam niet in hen op. Onnozel? Zeker, maar fijn voor Van Gogh, die met Luger, waarvoor hij het budget van 70 duizend gulden uit duistere bronnen bij elkaar had gescharreld, in één klap naam maakte als provocateur en enfant terrible. De controversiële film werd op het Nederlands Film Festival door de pers genegeerd, maar kreeg van de jury — lees: Jan Vrijman — een eervolle vermelding. De jury noemde Van Gogh ‘une bête de cinéma’. Daar kon de maker de wereld mee in.
Terugblikkend is in Luger het thema te zien dat in alle films van Van Gogh opduikt: de verwrongen relatie tussen mannen en vrouwen. Duidelijker gezegd: de haat tussen de seksen. Never the twain shall meet. Altijd is er een machtsstrijd, waarin alle middelen zijn toegestaan. Dat Van Gogh ooit opmerkte dat hij op zijn sterfbed Dangerous liaisons zou willen zien, verbaast niet. De film noemde hij een "ode aan de slechtheid van de mensen, vilein, geestig, tragisch". Ook fijn: "Iedereen liegt en bedriegt en blijft uiteindelijk dood of hartverscheurend eenzaam achter." In Van Goghs films zijn mannen arrogante sukkels, die zich te pletter lopen op vrouwelijke gehaaidheid en verleidelijkheid. Als ze zichzelf door onbenulligheid al niet ten gronde richten. Zoals de hoofdpersoon in Een dagje naar het strand (1984), Van Goghs tweede film, waarin hij zijn gevoelige kant toonde. Dertig jaar na dato oogt de verfilming van de novelle van Heere Heeresma over een gescheiden alcoholist die een dagje met zijn dochter naar het strand gaat, aan de trage kant, maar de melancholieke, van alcoholdampen doordrenkte sfeer en de tragiek van de hoofdpersoon treffen nog steeds doel.

Castratieangst
Luger en Een dagje naar het strand tonen de twee kanten van Van Gogh die in zijn filmleven altijd met elkaar in gevecht waren: de provocateur en de melancholicus. Misschien is melancholicus een te zacht woord, want in Van Goghs films is het leven één grote desillusie. Zijn provocatieve films veroorzaakten het meeste rumoer, maar zijn het meest gedateerd. Zoals het na Een dagje naar het strand in elkaar geflanste Charley, een groteske komedie over twee vrouwen die mannen verleiden en vermoorden, vervolgens hun penissen afsnijden, bakken en opeten. De Italiaanse sater Marco Ferreri, met wie Van Gogh zich verwant voelde — een jaar voor zijn dood regisseerde hij in het theater Ferreri’s La grande bouffe bij Annette Speelt — had er misschien een geslaagde inktzwarte komedie van kunnen maken, maar Van Gogh bleef steken in puberale spielerei over castratieangst. Freud had er wel raad mee geweten.
Van Goghs grote ambitie was het maken van succesvolle publieksfilms. Hij heeft het nooit uitgesproken, maar waarschijnlijk wilde hij de nieuwe Paul Verhoeven worden: controversieel maar met een groot publiek. Van Goghs tragiek — groot woord — is dat het publiek zijn films niet lustte. Zijn Wolkersverfilming Terug naar Oegstgeest (1987) had zijn doorbraak moeten worden, maar de film flopte. Tussen het grote publiek en Van Gogh heeft het nooit geboterd. Hij bleef het proberen, maar ook zijn drie pogingen na Terug naar OegstgeestVals licht (1993), De pijnbank (1998) en Baby blue (2001) — flopten meedogenloos. Vooral die laatste flop — Baby blue trok nog geen twintigduizend bezoekers — frustreerde Van Gogh enorm. Het was uiteraard de schuld van de critici. Grommend bazuinde hij rond nooit meer een film in Nederland te zullen maken. Zijn toekomst lag in Amerika, waar men zijn werk wel waardeerde. Nadat zijn poging om een Amerikaanse remake van 06 te realiseren op niets uitliep, ging hij gewoon weer in Nederland aan de slag. Uiteraard, want Van Gogh moest op een filmset staan. Daar leefde hij, al het overige, zijn scheldkanonnades en polemieken, waren afleiding.

Pais en vree
De titel is gevallen: 06 was de redding van Van Goghs filmcarrière, want na Vals licht was zijn filmcarrière op een dood spoor beland. Geen producent zag brood in hem. Van Gogh deed wat dingen voor en op de tv, maar vocht zich terug in de filmwereld. Beter gezegd: kocht zich terug in de filmwereld met 06, de verfilming van Johan Doesburgs toneelstuk over telefoonseks, die hij zelf bekostigde. Een extra hypotheek op zijn huis en een krediet leverden de benodigde tweehonderdduizend gulden op. Bij 06 pakte alles goed uit en manifesteerde Van Gogh zich als een acteursregisseur. Erwin Olafs affiche van de film, waarop een foto stond van een met een telefoon masturberende vrouw op een wc-pot, zorgde voor ophef, maar niet van het soort dat publiek afschrikt. Leve de ironie: 06 was in 1994 met ruim dertigduizend bezoekers de best bezochte Nederlandse film van het jaar.
Het maakte veel duidelijk over de op een dieptepunt belande Nederlandse filmcultuur dat geen film meer dan dertigduizend bezoekers trok, maar het arthousesucces voor Van Gogh was er niet minder om. De film kreeg op het Nederlands Film Festival de prijs van de filmkritiek en Ariane Schluter de juryprijs voor haar rol. Even was het pais en vree tussen Van Gogh en de critici. De idylle werd twee jaar later gecontinueerd met Blind date, een drama over een uit elkaar gedreven stel dat hun relatie probeert te herstellen door in ontmoetingen in een café te spelen dat ze elkaar voor het eerst ontmoeten. Lovende recensies en Gouden Kalveren voor Van Gogh en de acteurs Renée Fokker en Peer Mascini: het kon niet op! Het kon wel op. Voor iedereen was duidelijk dat Van Goghs kracht lag in kleine acteursfilms, maar de maker bleef streven naar een grote bioscoophit. Het leidde tot de eerder genoemde flops, waarna Van Gogh met Interview (2004), over de verbale strijd van een arrogante journalist met een soapster, nog één keer liet zien dat relatiedrama’s op de vierkante centimeter hem het beste lagen. Zijn postuum uitgebrachte politieke thriller 06/05, over de moord op Pim Fortuyn, bevestigde dat nog eens: de complotfilm was te onevenwichtig om te overtuigen.
Van Van Goghs werk zullen zijn melancholieke, tragikomische relatiedrama’s Een dagje naar het strand, Blind date en 06 overleven. En misschien ook zijn ingetogen boekverfilming Terug naar Oegstgeest. De rest van zijn werk blijft in het verleden steken als curieuze artefacten van een man die geen raad wist met het leven. Zoals hij het ruim twintig jaar geleden formuleerde in een interview in de Filmkrant: "Ik heb het gevoel dat ik, en iedereen om mij heen, allang dood is.
Ik zeg dat zonder een traan weg te pinken. Ik heb dat al vanaf mijn kindertijd. Ik voel niets, ik ben dood. Natuurlijk: ik loop rond, ik kus, ik eet, maar mijn ziel is allang weg."

EYE in Amsterdam vertoont van 10 oktober t/m 2 november alle dertien speelfilms van Theo van Gogh | Op 10, 15 en 22 oktober zijn er drie avonden gewijd aan Van Gogh als filmmaker, tegen de achtergrond van de Nederlandse filmcultuur van de jaren tachtig tot 2004


Filmkrant.Live verzorgt Q&A’s bij het Theo van Gogh-overzicht in EYE Amsterdam
Een dagje naar het strand | 10 oktober 19.00 uur | door Ronald Rovers
06 | 15 oktober 19.00 uur | door Jos van der Burg
06/05 | 22 oktober 21.30 uur | door Joost Broeren
Meer info op filmkrant.nl > filmkrant.live