The Alchemical Wedding van Jan Švankmajer

Want wat moet de censuur met vrijende biefstukken?

The Alchemical Wedding van Jan Švankmajer is tot 3 maart in Eye te zien. Een fascinerende overzichtstentoonstelling waarin niet alleen het filmwerk van de Tsjechische animatiegrootheid centraal staat, maar ook zijn sculpturen, tekeningen en schilderkunst – allemaal gemaakt met een surrealistische inslag en een nog altijd frisse afkeer van de ‘geciviliseerde’ mens.

“Dit is voor het eerst dat ik dit terugzie.” Jan Švankmajer kijkt verbaasd naar zijn korte film Picknick mit Weismann (1969), een van de twaalf korte films die tijdens de expositie The Alchemical Wedding geprojecteerd worden. Hoewel hij de tachtig al een tijdje gepasseerd is, leidt de Tsjechische filmmaker een groepje journalisten vlot en opgewekt door de tentoonstellingsruimten van Eye. In de absurdistische film beleeft een aantal meubels een gezellig middagje in het park: stoelen spelen een potje voetbal, een immense klerenkast geniet van de zon. De stop-motion geanimeerde objecten zijn typisch Švankmajer, net als de duistere twist aan het eind: de grote klerenkast blijkt een geboeide man gevangen te houden achter de gesloten deuren. Tot zover Švankmajers blik op de mens.

Surreële obsessies
De in 1934 in Praag geboren Jan Švankmajer is een van de belangrijkste animatiefilmers uit de filmgeschiedenis. Zijn zevenendertig films tellende oeuvre is een excentrieke mix van korte en lange films, animatie en live action en avant-garde technieken en eigenheid. Wie een Švankmajer ziet, herkent meteen de rappe montage, springerige stop-motion en het dynamische geluid. Ook in zijn keuze voor animatiemateriaal is de Tsjech uniek: liever geen poppen of klei, maar wel gevonden voorwerpen, rottend afval of hompen vlees. Acteurs worden door Švankmajer bij voorkeur aan het acteren gezet: speel je in een Švankmajerfilm, dan is kans op dialoog niet groot – niet voor niets karakteriseert hij acteurs steevast als acteerpoppen.

In de expositieruimte van Eye zijn in chronologische volgorde de twaalf belangrijkste korte films te zien die Švankmajer in de halve eeuw van zijn carrière maakte: van het springerige marionettendebuut The Last Trick (1964) tot de Lewis Carroll verfilming Jabberwocky (1971), en van zijn internationale doorbraakfilm Dimensions of Dialogue (1982) tot de kille satire Food (1992), waarin de filmmaker de Tsjechische consumptiemaatschappij van na de Fluwe­len Revolutie becommentarieert. De lange speelfilms waar Švankmajer zich vanaf de jaren negentig op richtte (zoals nachtmerriefilm Alice of het duistere sprookje Little Otik) zijn in een speciaal randprogramma in de bioscoopzalen te zien, inclusief zijn nieuwste film Insect (vorig jaar in première gegaan tijdens het International Film Festival Rotterdam).

Biografie
Zo achter elkaar geven ze een mooi overzicht van Švankmajers dromen, obsessies en angsten. Hij maakt er geen geheim van dat zijn films uit zijn onderbewuste voortkomen. In 1970 sloot de filmmaker zich samen zijn vrouw (de in 2005 overleden schilder Eva Švankmajerova) aan bij Tsjechische Surrealistische beweging, waarmee hij een zoektocht begon naar nieuwe manieren om de realiteit beleven. Via film laat Švankmajer dat thematisch zien door voorbij de taboes en verboden van de rationele maatschappij te gaan: het werk is gevuld met donkere kelders, vreemde seksuele fantasieën en levenloze objecten die tegen de mensheid in op-stand komen. In een interview bekende hij zijn werk te zien als ‘surrealistische documentaires over mijn onbewuste.’

Conformisme
Eye presenteert de films niet in de context van Švankmajers biografie of sociale context, maar laat ze grotendeels voor zichzelf spreken. Een slimme keus, want ondanks de avant-garde technieken en misantropische kijk op de mensheid, is Švankmajers werk ook juist grappig en toegankelijk. De goochelaars die elkaar radbraken in The Last Trick hebben evenveel van doen met de stille komedies van Chaplin en Keaton als met Russische montagetechniek. Of probeer maar eens niet te lachen wanneer de voetballers van Manly Games (1988) elkaar binnen en buiten het veld te lijf gaan.

Toch ontkom je er niet aan om ook op biografische en sociale ontwikkelingen te letten wanneer je de films zo achter elkaar gepresenteerd ziet. Waar het vroege werk de onbezorgdheid van een kunststudent uitstraalt, ontwikkelt zich ten tijde van de Praagse lente een bezorgdere blik: in bijvoorbeeld The Garden (1968) en The Flat (1968) zijn conformisme, gehoorzaamheid en de willekeur van macht expliciete thema’s geworden. En nu Švankmajer zich aan het eind van zijn carrière meer naar binnen lijkt te keren, valt zijn hopeloosheid ook vaker op: zijn laatste kortfilm Food is een kille film waaruit een machteloosheid spreekt tegenover de ontwikkelingen die in Tsjechië na de val van het IJzeren Gordijn inzette.

Ook de censuur van het communistische Tsjecho-Slowakije speelt een rol bij de receptie van zijn werk. In de expositieruimte van Eye is een groot aantal korte films, rekwisieten en kunstobjecten te zien, waarvan je je kunt voorstellen dat ze het repressieve regime soms radeloos maakten. Want wat moet de politieke censuur met twee kleikoppen die elkaar tandpasta aanbieden? Of een voetbalwedstrijd waarin absurdistische regels van kracht zijn? Of biefstukken die de liefde bedrijven? Nog altijd een van de hoogtepunten is zijn komedie The Flat uit 1968, een subversie en ongrijpbare film waarin de repressieve staat op vileine wijze onderuit wordt gehaald.

Dat de autoriteiten vaak niet wisten wat ze met de vreemde objecten en films aan moesten, blijkt ook uit het feit dat de film die Švankmajer daadwerkelijk een werkverbod opleverde, op het eerste gezicht nogal onschuldig oogt. Leonardo’s Diary (1974) is een mooie animatie naar Leonardo da Vinci’s schetswerk en haalde dat jaar zelfs het festival van Cannes. De filmcriticus van de communistische staatskrant zag het echter anders: decadent en opzichtig geflirt met de Westerse smaak. Švankmajer kreeg een werkverbod van zeven jaar opgelegd plus de voorwaarde dat zijn eerste film een adaptatie van een literaire klassieker zou zijn: The Fall of the House of Usher (1980) naar Edgar Allen Poe was daarvan het resultaat.

Tactiele kunst
Minpunt aan de tentoonstelling is dat de lange films vrijwel geheel buiten beeld blijven, terwijl zijn internationale doorbraak- en lange debuutfilm Alice (1988) waarschijnlijk voor de meeste bezoekers de kennismaking met Švankmajers oeuvre was. De enige echte referentie naar het speelfilmwerk zijn de tactiele fetisjvoorwerpen uit Conspirators of Pleasure (1996), waarin een groep mensen elkaar herkennen in hun afwijkende masturbatiefantasieën. Een borstelstoel en verschillende wrijfinstrumenten zijn te zien, al zou het nog beter zijn als ze ook te voelen waren. De objecten kwamen tot stand door experimenten met tast die Švankmajer zelf uitvoerde en waarover hij in het boek Touching and Imagining – An Introduction to Tactile Art verslag deed.

Gelukkig heeft de tentoonstelling wel oog voor die experimenten. Want al voordat hij als filmer aan de slag ging, was Švankmajer als kunststudent geïnteresseerd in het vervaardigen van poppen en sculpturen. Later ontwikkelde hij zich ook als beeldend kunstenaar, keramist en dichter – een aspect van zijn kunstenaarschap dat tot nu toe onderbelicht is gebleven. Met The Alchemical Wedding wordt dit beeld enigszins gecorrigeerd, doordat naast de films ook surreële en tastbare kunstobjecten een belangrijke plaats hebben gekregen. Bij een opstelling met opgezette dieren met kristallen in plaats van poten, wezens samengesteld uit skeletten en wervels of stoelen gemaakt van borstels en bezems is het alsof je een vreemde werkelijkheid binnenstapt.

Dat Švankmajer als surrealist via die objecten op nieuwe manieren de werkelijkheid wilde ontdekken, wordt duidelijk in zijn sculpturen: door ongebruikelijke combinaties van voorwerpen gaan ze nieuwe relaties aan – apenskeletten en kippenpoten maken nieuwe wezens, schilderijen zijn beplakt met konijnenoren, voelportretten mogen door de toeschouwer worden betast. Ook meer excentriekere kunstuitingen vallen daaronder, zoals zijn op Afrikaanse fetisj geïnspireerde objecten die gevoerd en gestraft worden, of de medium drawings die hij onder invloed van geesten maakt sinds het overlijden van zijn vrouw.

Verbeeldingskracht
Dat Švankmajers kunstenaarschap een belangrijke plaats heeft gekregen, geeft ook reliëf aan de getoonde films, want de surrealistische technieken zijn ook terug te vinden in zijn filmwerk. Dat een filmmaker zich zo bezighoudt met tast bijvoorbeeld is fascinerend, net zoals de momenten waarin Švankmajer de illusie in zijn films verbreekt. In zijn Faust-verfilming zien we de draadjes, geanimeerde objecten vallen even uit hun rol, of een insect kruipt ineens uit een laatje.

Opgaan in de fantasiewereld is dan ook niet het uiteindelijke doel van Švankmajers films; de realiteit opnieuw scheppen is dat wel. Dat is de alchemical wedding waarnaar de tentoonstelling genoemd is. En dat betekent een leven in dienst van het experiment en een zoektocht die zelfs na 84 jaar nog niet voorbij is. Net zoals Švankmajers sociale betrokkenheid dat niet is, want gaandeweg de rondleiding herinnert hij zich ineens de naam van de man in de kist uit Picknick mit Weismann. “Weismann, dat was ook de echte naam van die man. Daarom heet de film zo.

Al staat het nu ook voor de witte man die er een potje van heeft gemaakt, natuurlijk. Dat spreekt voor zich.”

Jan Svankmajer – The Alchemical Wedding 15 december t/m 3 maart 2019 | Voor meer informatie eyefilm.nl