Filmslot: Last minute campagnetips

Hard slaan en de moraal thuislaten

  • Datum 18-12-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

PRIMARY COLOURS

Ha fijn, verkiezingen. 9 juni is het weer zover. Maar hoe zorg je ervoor dat je gekozen wordt? Vijf last minute filmtips voor Nederlandse politici.

Wie in de tijd van het Russische communisme wilde weten wat zich in de partij afspeelde, moest gedachten kunnen lezen. Alles werd achter gesloten deuren beslist. Waarom na Jans dood Piet en niet Klaas partijleider werd, bleef geheim. Kremlinologen moesten het net als archeologen doen met wat scherven. In verkiezingstijd imiteren Nederlandse politieke partijen deze Russische praktijk. In het diepste geheim bedenken zij hun campagnes. Zullen zij met gestrekt been inkomen of is het voor de kiezersgunst beter om fluwelen handschoenen aan te trekken? Pottenkijkers zijn hierbij niet gewenst. Nederlandse films over politieke campagnes zijn dan ook even schaars als loslippige Russische politici in de communistische periode. Hans Hylkema’s de mannetjesmaker (1983), over leven en dood van Ben Korsten, een Haagse spindoctor avant-la-lèttre voor de KVP in de jaren vijftig, is de enige fictiefilm die ons te binnen schiet. Op documentairegebied moeten we het doen met Niek Koppens de keuken van kok (1998). De film biedt een inkijkje in de PvdA-campagne voor de parlementsverkiezingen in 1998. Dat waren nog eens tijden voor de sociaal-democraten: 5 procent winst en 45 zetels. De film laat goed zien hoe premier en lijsttrekker Wim Kok de touwtjes strak in handen had: Karin Adelmund krijgt de wind van voren als zij niet helemaal in de pas loopt met de campagnelijn. Ook leuk: digibeet Kok die bij een computer de werking van de muis krijgt uitgelegd. Maar voor echt doortastende en onthullende campagnefilms moeten we in de Verenigde Staten zijn. Daar zijn tientallen documentaires en fictiefilms gemaakt, waaronder vlijmscherpe. Wat kunnen campagnevoerende Nederlandse politici ervan leren?

1 Huur een briljante spindoctor
Heeft u als politicus evenveel charisma als een lantaarnpaal in de regen? De politieke intelligentie van een konijn? Wanhoop niet, maar huur een briljante campagnestrateeg/spindoctor. In Hollywood wist men dat al voor de oorlog. In de Amerikaanse komedie the dark horse (Alfred E. Green, 1932) staat een spindoctor voor de onmogelijke taak om een onnozele politicus aan de man te brengen. De politicus is zo dom "dat telkens als hij zijn mond opendoet hij iets onttrekt aan de totale hoeveelheid menselijke kennis." De spindoctor bedenkt een perfecte strategie: de politicus vertelt de kiezers dat hij niet de slimste is, maar wel goudeerlijk. Het werkt, want kiezers vallen liever voor de suggestie van eerlijkheid dan van intelligentie. Vraag maar aan George Bush Jr. Ook actueel: de spindoctor heeft huwelijksproblemen.

2 Houd journalisten te vriend
Over George Bush gesproken: hij begreep uitstekend dat je tijdens een campagne de pers te vriend moet houden. Hoe vriendschappelijker de omgang hoe beter, want dat levert warm-menselijke reportages op. Stijve Nederlandse politici kunnen veel leren van journeys with george (2002), waarin filmmaakster Alexandra Peloshi Bush volgt op zijn campagne in 2000 voor het presidentschap. Met een groepje journalisten mocht zij maanden met hem meereizen. De vele saaie uren in het vliegtuig resulteerden in het groepsgevoel waar het de spindoctors van Bush om te doen zal zijn geweest. Gezellig met George in het vliegtuig: samen een biertje drinken, grappen en grollen maken en een beetje melig ouwehoeren. Eigenlijk best een geschikte peer, die George. Schuilt vast een leuke president in.

3 Leid de aandacht af
In de documentaire the war room (1993) volgt het duo Chris Hegedus en D.A. Pennebaker Bill Clinton in 1992 op zijn campagne voor het presidentschap. Clinton wordt achtervolgd door seksschandalen terwijl de zittende president George Bush Sr. kan oogsten met zijn buitenlandse beleid: de Koude Oorlog is afgelopen en de Eerste Golfoorlog geëindigd met de bevrijding van Koeweit. De herverkiezing lijkt Bush niet te kunnen ontgaan, maar Clintons spindoctors vinden een zwakke plek. Met de slogan ‘It’s the economy, stupid!’ draaien ze de boel om: Bush is zo intensief met dat rare buitenland bezig dat hij het binnenland is vergeten. Dat horen Amerikaanse kiezers niet graag. De afleidingsmanoeuvre werkt en brengt Clinton in het Witte Huis. Later stort Barry Levinson zich met de satire wag the dog (1997) op dit thema. De film voert een door een seksschandaal in de verkiezingscampagne in het nauw gedreven president op, die de aandacht wil afleiden. Een producent krijgt de opdracht om studiobeelden te maken van een Amerikaanse invasie in Albanië. "Oorlog is showbusiness", zegt iemand in de film. En: "Wat maakt het uit of het waar is? Het is een verhaal en als het aanslaat, lopen ze ermee weg."

4 Speel de outsider
Alleen verkopers van ongekeurde tweedehandsauto’s worden minder vertrouwd dan politici. Voor veel kiezers zijn politici mensen die je na een bezoek bij de deur moet fouilleren, omdat ze er anders met je portemonnee van doorgaan. Logisch dat veel politici suggereren dat ze eigenlijk geen politicus zijn. Ze zijn toevallig in de politiek beland, maar horen er niet thuis. Ze doen het omdat iemand nu eenmaal het land moet redden. In het wekken van die suggestie was niemand beter dan president Ronald Reagan. Hij acteerde briljant dat hij geen geslepen politicus was, maar een neighbour next door, die toevallig het Witte Huis was binnengelopen, waarna hij er maar was blijven wonen. Omdat veel kiezers niet willen geloven dat politiek vooral acteerkunst is, moeten politici — leve de paradox — briljante acteurs zijn. Ze moeten altijd de indruk wekken dat ze zichzelf zijn. Ze moeten — excuses voor het modewoord — authentiek zijn. Dat vraagt veel hogeschoolacteren. Hollywood vindt deze weinig romantische opvatting over politiek soms te cynisch. De navolgers van Frank Capra (mr. smith goes to wahington, 1939) kunnen het niet laten om uitsluitend door idealisme gedreven en populistische politici op te voeren, die helemaal in hun authentieke zelf in de politieke slangenkuil eens eerlijk zeggen waar het op staat. In de satire bulworth (Warren Beatty, 1999) raakt een senator tijdens zijn verkiezingscampagne zo gedeprimeerd van zijn holle retoriek dat hij een huurmoordenaar vraagt om hem uit de weg te ruimen. Bevrijd begint hij ineens vrijuit te praten over zaken als de relatie tussen blank en zwart ("Iedereen moet met iedereen neuken tot iedereen dezelfde kleur heeft") en armoede ("Er zijn mensen in dit land die niet eens een maaltijd kunnen kopen"). Voor het eerst in zijn leven spreekt de senator zich onomwonden uit, wat hem een stevige kiezersaanhang bezorgt. Wie dit een simpele verheerlijking van het populisme vindt, kan voor tegengif terecht bij bob roberts (Tim Robbins, 1992). Robbins speelt een populaire countryzanger, die de Senaat in wil. Hij speelt de rol van integere buitenstaander, die zich bezorgd maakt over de morele verloedering van Amerika. Het is tijd voor een terugkeer naar basiswaarden en fatsoensnormen: "The times are a-changin’ back." Zijn boodschap slaat aan bij de kiezers, maar achter de schermen is de zanger een griezel, die met schimmige zaakjes miljonair is geworden en met vuile trucs zijn politieke opponent wil uitschakelen.

5 Sla hard
Wie in de politiek wil winnen moet de moraal thuislaten. Nergens wordt harder onder de gordel getrapt dan in de Amerikaanse politiek. Zeker: Nederland is Amerika niet, maar ook in de Nederlandse politiek wordt steeds harder geslagen. Wie het nog niet hard genoeg vindt, kan zich laten inspireren door de documentaire streetfight (Marshall Curry, 2005). De film doet verslag van de burgemeesterscampagne in 2002 in de stad Newark in New Jersey. De strijd gaat tussen een zwarte burgemeester die al zestien jaar op het fluweel zit en een jonge half-blanke uitdager. De zittende burgemeester trekt snel de ranzige trucendoos open: hij noemt zijn uitdager joods, homoseksueel, blank en republikeins (alle vier niet waar), en suggereert dat hij wordt gesteund door een joods mediacomplot en zelfs de Ku Klux Klan. Zijn uitdager weerlegt alles keurig, maar het kwaad is geschied: er zal wel iets van waar zijn, denken vooral de zwarte kiezers. Missie herverkiezing burgemeester geslaagd! Smerig? Zeker, maar president Harry S. Truman merkte al op dat wie niet tegen hitte kan, beter niet in een keuken moet gaan werken. In primary colors (Mike Nichols, 1998), dat gebaseerd is op Clintons campagne voor het presidentschap, somt een gouverneur de noodzakelijke kwaliteiten van politici op: "Zij zijn bereid om hun zielen te verkopen, door riolen te kruipen, tegen mensen te liegen, hen te verdelen en in te spelen op hun gruwelijkste angsten." Allen een succesvolle campagne gewenst.

Jos van der Burg

Te zien in Amsterdam tijdens ‘De Balie Verkiezingen’
vr 4 en za 5, 20.00: the war room/Pennebaker & Hegedus
vr 4, 22.00; zo 6, 16.00: de keuken van kok/Koppen
za 5, 22.00; zo 6, 20.00: de mannetjesmaker/Hylkema
Voor meer informatie debalie.nl