David Lynch: Someone Is in My House

Met zijn donkere levenselixer laat Lynch de wereld uitdijen

In het Bonnefantenmuseum in Maastricht is een grote overzichts­tentoonstelling te zien met kunstwerken van David Lynch. Hijzelf zou het liefst willen bijten in zijn organische schilderijen, maar grote kans dat de surrealistische, soms regel-recht agressieve beeltenissen terugbijten.

Je loopt er makkelijk aan voorbij, zo groot hangt het rode gordijn in een cirkel in het Bonnefantenmuseum, alsof het bij de entreehal hoort. Als je het gordijn voorzichtig openschuift (“Mag dit wel?”), waan je je in de beroemde ruimte van Twin Peaks, met het welbekende zigzaggende zwart-wit vloerpatroon, terwijl muziek van Angelo Badalamenti zachtjes uit de luidsprekers komt. Deze ruimte is de enige directe verwijzing naar de tv-serie die van filmmaker en beeldend kunstenaar David Lynch een cultfiguur zou maken. Het Bonnefantenmuseum stelt in de expositie ‘David Lynch: Someone is in my house’ vooral zijn kunstwerken tentoon. Volgens Lynch is beeldende kunst zijn echte vak – de films zijn er een onderdeel van. De kruisbestuivingen met zijn films kun je zelf bij elkaar puzzelen. Dat hoeft overigens niet – net als in zijn films kun je deze beeldenwereld ook ondergaan zonder oordeel of zoektocht naar betekenis. De wereld als voorstelling.

Die wereld en zijn voorstelling ervan kunnen verschrikkelijk zijn, als je even verder kijkt dan de façade, zo laat Lynch zien in het grootste deel van zijn werk. Hij schildert huizen, veel huizen, waarin zich achter gesloten deuren tragedies afspelen. “There’s more than meets the eye”, er gebeurt meer dan je ziet, is een van Lynch’ uitgangspunten. En wat we zien of wat we niet zien, kunnen we vaak niet begrijpen. Lynch’ metafysica – expres ondoorgrondelijk – strekt zich uit tot grote schilderijen met titels als Bob finds himself in a world for which he has no understanding (2000) en Bob finds himself walking towards a formidable abstraction. In Twin Peaks is Bob het vleesgeworden kwaad en ook deze bruinblauwe schilderijen laat Bob zich niet van zijn vriendelijke kant zien.

Sneeuwpoppen
Lynch fotografeerde ook een serie enge, ingezakte sneeuwpoppen voor keurige huizen (Snowmen, 1993). Hij maakte echt akelige schilderijen als
Change the fucking channel fuckface, een zin uitgeroepen door een vrouw met een elektrisch mes op een roze bed, en het angstaanjagende Pete goes to his girlfriend’s house (2009), waarvan je de afloop liever niet wil weten. Eén beeld vertelt een heel verhaal, waarin we de hand van de filmmaker weer herkennen. Hier geen surrealisme en geheimzinnigheid, maar keiharde agressie. De huizen zijn geen veilige plek, zo zagen we ook al in het iconische Blue Velvet.

Pete Goes To His Girlfriend’s House (David Lynch, 2009)

Lynch werkt graag met organisch materiaal dat van het doek afkomt. “Ik hou ervan om in mijn schilderijen te bijten, te werken met modder, vet, zalf, met aarde, vuur, rook. Ik hou van ruwe slechte schilderkunst op een verfijnde manier”, in zijn eigen woorden.
Als kunststudent kreeg hij een openbaring toen hij opeens de planten op zijn schilderij zag bewegen en de wind hoorde ruisen. Daarna besloot hij bewegende schilderijen te gaan maken. Zoals de installatie Six Men Getting Sick (1967), die voor het eerst in een museum buiten de Verenigde Staten is te zien. Zijn korte film Six Men Getting Sick wordt nu geprojecteerd op drie gebeeldhouwde, gipsen hoofden die één voor één overgeven, begeleid door een sirene – een goede binnenkomer voor de tentoonstelling.

Makreel
Humor heeft Lynch gelukkig ook, zoals te zien is bij Chicken Kit (1983), een komische instructie hoe je een kip in elkaar zet uit verschillende onderdelen van de omgelegde vogel. Hij maakte de bouwkit in Mexico tijdens de opnames van Dune (1984) en moet er veel lol aan hebben beleefd, getuige aanwijzingen – in net handschrift – als : “Warning – Do not set fire to your chicken or people will eat them.” Ook in zijn schilderijen kun je nog wel eens een echt kippenpootje tegenkomen. De Chicken Kit was een romantisch cadeau aan zijn toenmalige geliefde Isabella Rossellini – weer eens wat anders dan een ring. Voor zijn Fish Kit ontleedde hij een makreel, die aan de hand van zijn grappige instructies weer in elkaar kan worden gezet. Absurdistisch is ook de vroege tekening van een generaal met een neus als hoofd, die doet denken aan Gogol.

Terwijl filmtheater Lumière in Maastricht lange films van en over Lynch draait, zijn op de tentoonstelling korte films van Lynch te zien. Zoals Fire (Pozar) uit 2015, een animatiefilm in Oost-Europese stijl, met vreemde herten en oplaaiend vuur – vlammen komen herhaaldelijk terug in zijn werk, zie ook de getekende schets die hij op jonge leeftijd maakte, met “Fire walk with me” (de titel van de Twin Peaks-prequel uit 1992) er al op geschreven. Ook te zien zijn een 16mm-experiment uit 1968, met een Exorcist-achtig meisje dat de plantjes water geeft, en Rabbits (2002), waarin een stel konijnen in een kamer naar een angstaanjagend geluid luistert. Ant Head (2018), waarin we inderdaad een hoofd vol mieren zien, heeft begeleidende muziek van Thought Gang, de band die Lynch heeft opgericht met Angelo Badalamenti.

Servetten
Verval zie je overal in zijn werk opduiken, ook in de foto’s die hij nam toen hij in Philadelphia studeerde en schietpartijen voor zijn deur meemaakte. De bakstenen hadden net zo goed van papier kunnen zijn, zei Lynch daarover. Een muur is schijnveiligheid. En papier is geduldig. De depressieve staat en de dreigende sfeer van Philadelphia vormden de voedingsbodem voor zijn werk. “De wereld dijt uit en begint te voelen als een droom”, zo zei hijzelf over de kracht van de verbeelding. In de jaren zeventig zat Lynch in Bob’s Big Boy diner, en maakte tekeningen op servetten, bij gebrek aan professioneel tekenmateriaal. Hij fotografeerde er de desolate fabrieken, met afgebladderde muren en buizen die nergens naartoe gaan. De plek had volgens Lynch “a great mood – factories, smoke, railroads, diners, the strangest characters and the darkest nights.” Lynch heeft met zijn soepele geest altijd kracht geput uit afbraak. Daar kun je weer verder op bouwen, in lijn met het ‘scheppend nihilisme’ van W.F. Hermans. Nu we meer in een tijd van uitgeblust nihilisme leven, is het donkere levenselixer van Lynch broodnodig.

De tentoonstelling David Lynch: Some­one is in my house is te bezoeken t/m 28 april in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, bonnefanten.nl | In Lumière in Maastricht is een filmretrospectief te zien en Eye bracht op 29 november drie klassiekers van Lynch opnieuw in roulatie: Mulholland Drive, Lost Highway en The Elephant Man.