Nederlands fruit: Jeugdfilms
Hoor wie klopt daar, kinderen?
De grote Sinterklaasfilm en de vliegende Pieten
Wat valt er te ontdekken in de Nederlandse filmcultuur wanneer we ons blikveld wat breder trekken? Deze maand: de wereldbeelden die jeugdmedia, waaronder de jaarlijkse Sinterklaasfilms, over jonge kijkers uitstorten.
Waarom schrijven we vrijwel nooit recensies van jeugdfilms en -series? Juist ouders van jonge kinderen zijn gebaat bij een analyse van wat hun kroost krijgt voorgeschoteld. Liefst vooraf, want als iets eenmaal is gestart, staat uitzetten zo’n beetje gelijk aan een lievelingsknuffel afpakken. (Nou goed, ik weet als vader van een zesjarige heel goed waarom we die niet schrijven: ouders van jonge kinderen hebben amper tijd om recensies te lezen. Maar toch.)
Dan bedoel ik dus niet recensies als consumentenadvies, waarin jeugdfilms worden beoordeeld op vermakelijkheid en soms op hoezeer het voor ouders aantrekkelijk (of überhaupt vol te houden) is om mee te kijken. Ik bedoel een echte recensie, zoals we die ook over ‘volwassen’ films schrijven. Met analyse, duiding, interpretatie. Stukken die wegen hóe een film zijn verhaal vertelt en welk mensbeeld eruit spreekt. Het is verleidelijk te denken dat dat er niet zo veel toe doet, omdat de meeste kinderen elk bewegend beeld voor zoete koek lijken te slikken. Maar juist daarom doet het ertoe. Hoe kunnen het mediavaardige volwassenen worden, als we ze op deze leeftijd afschepen met middelmatige meuk?
Want áls we dit werk gewoon zouden recenseren, had Netflix het vorige maand niet in zijn hoofd gehaald om de YouTube-sensatie Spike in het Nederlands beschikbaar te maken met zo’n erbarmelijke AI-slop-nasynchronisatie. In de stemmen was geen enkel menselijk trekje te bespeuren en getuige de belachelijke hoeveelheid kromme zinnen had niemand de moeite genomen om de boel na de algoritmische vertaling nog even te checken. Toen er toch ophef over kwam, stond het broddelwerk al op plek 9 van de bestbekeken series in Nederland. Spike werd kortstondig offline gehaald, maar is inmiddels terug met misschien minder kromme zinnen, maar zeker niet minder sloppy stemmen.
Of, ander stokpaardje van me: waarom lees ik nergens dat die schattige puppy’s van Paw Patrol de wegbereiders van het militair-industrieel complex zijn? Op sociale media ging in augustus de slogan ‘Defund Paw Patrol’ eventjes viral, maar dat draaide er vooral om dat de serie überhaupt positieve aandacht geeft aan een politiemacht. Mijn punt is iets anders. Om zo af en toe een kat uit een boom te redden, heeft deze heldhaftige roedel puppy’s een heel arsenaal aan waterkanonnen, trucks, drones en netten-aan-raketten ter beschikking. Dat is natuurlijk primair zo omdat al dat wapentuig vervolgens in speelgoedvorm verkocht kan worden. Maar het normaliseert ook het idee dat hulpverleners tot de tanden bewapend moeten zijn om hun werk te kunnen doen.
Ten slotte: onze Sinterklaasfilms. Elk jaar verschijnen er twee, onder de noemers Club van Sinterklaas en Grote Sinterklaasfilm en steevast hengelen ze vlotjes de status Gouden Film binnen. Over dat fenomeen wordt zo af en toe wel iets geschreven – Jos van der Burg deed dat een paar jaar terug voor Filmkrant, ikzelf vorig jaar in Het Parool. Maar inhoudelijke analyses vind je nauwelijks.
Ook daar is een begrijpelijke reden voor: net als voor pepernoten is het recept altijd hetzelfde en zijn de ingrediënten relatief bescheiden – waarom zou je morrelen aan een klassieker, als de doelgroep automatisch elke paar jaar vernieuwt? Juist door die onveranderlijkheid zijn de films in korte tijd een onlosmakelijk onderdeel van de Sinterklaastraditie geworden. Een soort Nederlandse versie van de panto-toneelstukken die in Engeland rond Kerstmis veelvuldig worden opgevoerd – ook die zitten volgestopt met liedjes en beroemdheden.
Alleen hebben de Sinterklaasfilms niet de ronduit satirische insteek van de beste panto. Terwijl het onderwerp er zowat om schreeuwt. Want terwijl de films een vast onderdeel van de Sinterklaastraditie werden, groeide het Sinterklaasfeest uit tot een van de heetst bevochten frontlinies in onze poldervariant van de culture wars.
Op tv neemt het alom gewaardeerde Sinterklaasjournaal dat al jaren op humoristische en kindvriendelijke manier op de korrel. Je zou hopen dat ook de Sintfilms hun podium gebruiken om zich ergens over uit te spreken. Maar dat doen ze niet. Niet expliciet.
Er zit wel iets, maar dat zit dieper ingebakken. Bijvoorbeeld in het feit dat Nederland in deze films volledig lijkt te bestaan uit kneuterige kleine stadjes vol klokgevels en grachtjes. En je kunt vragen stellen bij de vanzelfsprekendheid waarmee in De Grote Sinterklaasfilm en de vliegende Pieten de burgemeester van zo’n stadje en z’n twee slinkse wethouders de vijanden zijn, die Sint en Pieten dwarszitten om hun politieke hachje te redden. Wat doet dat met een kinderbeeld van hoe politici zich tot burgers verhouden?
Maar als er al een ideologie uit deze films opdoemt, is dat toch vooral de Hollandse handelsgeest. Diezelfde Vliegende Pieten-film staat bol van de product placement. Niet alleen voor de kruidnotenmix van een vaderlandse grootgrutter maar bijvoorbeeld ook voor een automerk (gast-BN’ers Martien Meiland en Tineke Schouten verlekkeren zich over een futuristisch dashboard) en een bezorgdienst in kiphapjes.
En dat zijn alleen de films van dit jaar. Ze schreeuwen inmiddels om een gedegen analyse van hoe ze nu al meer dan een decennium de tijdgeest weerspiegelen, waar ze ertegen ingaan en waar ze juist meebewegen.