The Pervert’s Guide to Ideology
Eten uit de vuilnisbak
The Pervert’s Guide to Ideology
In The Pervert’s Guide to Ideology wil Slavoj Žižek ons een andere bril aanmeten en ons met behulp van de cinema bevrijden van onze ideologische illusies. Desnoods met harde hand.
Slavoj Žižek, het hyperactieve ‘denkbeest’ uit Ljubljana, heeft iets met afval en uitwerpselen. Al in het succesvolle The Pervert’s Guide to Cinema (Sophie Fiennes, 2006) bleek de filosoof met een voorliefde voor psychoanalytische interpretaties geïnteresseerd in afvoerputjes en toiletpotten en wat daarin verdwijnt.
‘Waste‘ staat volgens Žižek voor het irrationele ‘exces’ dat zich niet in de symbolische orde laat dwingen – de symbolische orde die zowel het subject als de maatschappij bepaalt. Volgens hem is het goed om juist te kijken naar wat we niet willen zien, want daaruit kunnen we diepe waarheden over onszelf leren.
De opvolger van die eerste documentaire, The Pervert’s Guide to Ideology (2012), begint met een scène uit They Live, een sciencefictionfilm uit 1988. Twee vrienden staan in een steegje ruzie te maken. “Zet die bril op of ik laat je eten uit die vuilnisbak!” In het volgende shot zien we Žižek in hetzelfde decor staan, naast een vuilcontainer. “Ik eet al uit deze vuilnisbak,” zegt hij, “de vuilnisbak genaamd ideologie. Door de kracht van de ideologie heb ik niet door wat ik eet.”
In één klap zijn we in het Žižekiaanse universum beland, waar cinematografische verbeelding en theoretische reflectie op een eigenzinnige manier verbonden worden. De hoofdpersoon van They Live, John Nada, heeft een speciale bril gevonden waarmee hij dwars door alle façades heen kan kijken; op reclameborden ziet hij de achterliggende boodschap staan (“Koop, consumeer, gehoorzaam”) en als hij naar een dollarbiljet kijkt, ziet hij de woorden “Dit is je God”. Žižek grijpt dit gegeven aan om uit te leggen hoe wij ons in het Westen normaal gesproken niet bewust zijn van de alomtegenwoordige kapitalistische ideologie. Hij merkt op dat de ideologische blik zo vanzelfsprekend is en ons zo veel plezier geeft, dat we een bril nodig hebben om de werkelijkheid te kunnen zien. Sterker nog, we moeten onszelf met geweld dwingen om uit het ideologische kader te stappen. Daarom weigert de vriend van John Nada de bril op te doen: hij wil geen afscheid nemen van de schijnwereld waarin hij leeft. Hij draait pas bij als Nada hem een paar klappen heeft gegeven. Žižeks commentaar: “Je moet gedwongen worden vrij te zijn. Vrijheid doet pijn.”
Deze openingsscène maakt duidelijk wat Žižek van plan is: ons een andere bril opzetten zodat we door de ideologische laag heen kunnen kijken die de werkelijkheid aan het zicht onttrekt. Om zijn betoog te illustreren, maakt hij vooral gebruik van fragmenten uit klassieke films, van The Sound of Music tot The Dark Knight. Zoals hij dat ook al deed in The Pervert’s Guide to Cinema verschijnt hij steeds op bijzondere filmlocaties, zoals in de ‘melkbar’ uit A Clockwork Orange en in het vliegtuig van Hitler uit Triumph des Willens.
Het lijkt tegenstrijdig dat Žižek fictie gebruikt om ons van ideologische illusies te bevrijden. Hij heeft echter het idee dat in de ideologische verhalen die films vertellen een diepere laag verbogen zit: als we goed kijken, zien we op het doek de verlangens en angsten verbeeld die we normaal gesproken onderdrukken. Ook dit is een manifestatie van het ‘exces’ (of ’the Real’, zoals Lacan het noemde) dat buiten de symbolische orde valt.
The Pervert’s Guide to Ideology is boeiend wanneer Žižek ons met zijn manische manier van praten weet mee te voeren in een briljante analyse of wanneer hij een verrassend nieuw licht werpt op een bekend filmfragment. Bijvoorbeeld als hij het heeft over de dubbelzinnige mythe van de eeuwige liefde in Hollywood-films en ter illustratie de scène laat zien in Titanic waarin Kate Winslet zegt dat ze Leonardo DiCaprio (die dood is) nooit zal laten gaan, terwijl ze hem dieper het water in duwt. Maar helaas is Žižek vaak niet goed te volgen als hij associatief van het ene naar het andere onderwerp springt en zich verliest in filosofische abstracties. Ook het slot van de documentaire is erg vaag en laat de kijker achter met de vraag of het nu wel of niet mogelijk is om je te bevrijden van ideologie.
Veel toegankelijker is de documentaire Žižek! (2005) van Astra Taylor. Daarin zien we Žižek thuis in zijn appartement, waar hij een afbeelding van Stalin aan de muur heeft hangen om ongewenste bezoekers af te schrikken. Interessant is ook hoe hij zich tot zijn fans verhoudt, die hem na zijn lezingen lastigvallen met vragen en handtekeningen van hem willen: “I hate it. I think people are evil.” Žižek wil niet geliefd zijn, hij wil de mensheid doen ontwaken uit de ideologische droom. Toch kan hij het niet laten om zijn betoog met grappen te doorspekken, want zoals hij zelf toegeeft: zolang het publiek geboeid is, merken ze niet dat er achter zijn façade niemand aanwezig is.
The Pervert’s Guide to Ideology is vanaf 14 oktober 2013 verkrijgbaar op dvd (Channel 4, import, regio 2). Impakt Festival (30 oktober t/m 3 november 2013, Utrecht) organiseert als vooruitblik op hun programma Capitalism Catch-22 een Nederlandse bioscooptoer van The Pervert’s Guide to Ideology.