La vita va così

Het is mooi omdat het van iedereen is

Datum
01-07-2026
Auteur
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Riccardo Milani
Te zien vanaf
23-07-2026
Land
Italië, 2025

La vita va così

In de komedie La vita va così lopen de bouwplannen van een projectontwikkelaar spaak op een dwarsliggende herder. Regisseur Riccardo Milani putte uit een waargebeurd verhaal, maar zet alle tegenstellingen wel wat vet aan.

“We laten een vijfsterrenresort verrijzen, uniek in zijn soort, helemaal duurzaam, aan een van de mooiste stranden van de wereld.”

Het zou een ronkend publiciteitspraatje kunnen zijn van Jared Kushner en Ivanka Trump. Maar nee: aan het woord is een Milanese projectontwikkelaar die aan de vooravond van de millenniumwisseling zijn plannen ontvouwt voor de toeristische ontwikkeling van een strand in het zuiden van Sardinië. Waar de ecologisch rampzalige plannen van Trump en Kushner in Albanië zijn gestuit op hardnekkig verzet vanuit de Albanese bevolking, daar zien we in La vita va così hoe de Sardiniërs de Noord-Italianen juist met open armen ontvangen. De belofte van honderden nieuwe banen valt goed, op het door armoede en vergrijzing geplaagde eiland.

Alle bewoners verkopen hun land aan de vastgoedgroep. Op één na: veehoeder Efisio weigert het veld te ruimen. Dagelijks sjokt de tachtiger vanuit zijn boerderijtje naar het ongerepte strand met zijn kudde runderen. Hoeveel geld men hem ook biedt, het antwoord blijft nee. Met zijn onverzettelijke houding drijft Efisio de Milanezen tot waanzin. In de loop der tijd – de affaire sleept jaren voort – keert ook de lokale bevolking zich tegen de oude baas.

Een medestander vindt hij alleen in dochter Francesca. Aanvankelijk steunt ze hem alleen omdat ze weet dat tegenspraak toch geen zin heeft. Haar perspectief – en dat van de kijker – kantelt na een ruzie. “Zie je hoe mooi dit strand is?”, vraagt de vader, in het Sardijns, terwijl de camera zijn blik volgt. “En waarom is het zo mooi? Omdat het van iedereen is.” Vanaf dat moment bindt Francesca samen met hem de strijd aan, tegen het Grote Geld.

In de 84-jarige herder en acteerdebutant Giuseppe Ignazio Loi vond Riccardo Milani een ideale hoofdrolspeler: een knoestige kerel die tegelijkertijd bot en innemend kan zijn. Ook de kleurrijk-volkse streekgenoten zijn prima gecast, al vallen de (op zich amusante) montages waarin zij een voor een bij Efisio komen pleiten voor verkoop al gauw in herhaling. Dat geldt ook voor de afhandeling van de op een waargebeurde kwestie gebaseerde vertelling.

Milani schildert de tegenstellingen met een brede kwast: het rijke noorden versus het arme zuiden, oudere versus jongere generaties, roofkapitalisme versus natuurbehoud. De aanvaring tussen de vastgoedgigant en de onverzettelijke eenling heeft niet genoeg vlees op de botten om een speelduur van twee uur te rechtvaardigen. Als de projectontwikkelaar na de onvermijdelijke persoonlijke confrontatie met de herder eindelijk inziet dat niet alles met geld te koop is, voelt dat als een anticlimax.