Antonin Baudry en Simon Abkarian over De Gaulle: Résistance

‘Het is belangrijk dat iedereen de echo van het verleden herkent’

Datum
01-07-2026
Auteur
Verschenen in

Antonin Baudry. Foto: Malgosia Abramowska

In het vlotte eerste deel van hun tweeluik portretteren regisseur en ex-diplomaat Antonin Baudry en hoofdrolspeler Simon Abkarian generaal De Gaulle als moderne Don Quixote: even lachwekkend megalomaan als bewonderenswaardig nobel.

Het is weer tijd voor De Gaulle. Nu extreemrechts in Frankrijk en Duitsland weer aan de macht dreigt te komen, is het tijd voor een hernieuwde kennismaking met de boomlange generaal die tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit het niets de beweging van de Vrije Fransen creëerde. Contra het met de nazi’s collaborerende Vichy-regime van maarschalk Pétain, die door De Gaulle als illegitiem werd beschouwd maar door de geallieerden in eerste instantie desondanks als leider van Frankrijk werd behandeld – ook omdat de Franse vloot nog in Vichy-handen was.

Maar hoe breng je zo’n platgeslagen icoon als De Gaulle weer tot leven? Regisseur Antonin Baudry (die met zijn debuut, de Hollywood-achtige duikbootthriller Le chant du loup, in 2019 al een hit scoorde in Frankrijk) houdt niet per se van de Franse benadering van ‘historische films’, zegt hij. Hij vond de goede toon pas toen hij Tsui Harks Once Upon a Time in China (1991) zag. Daaraan ontleende hij het kekke ritme van zijn tweeënhalf uur durende film, die nergens te lang blijft hangen in z’n set pieces.

Ondertussen doet De Gaulle: Résistance, met z’n epische schaal en blik bekende acteurs, ook denken aan de avontuurlijke Tweede Wereldoorlog-films die Hollywood in de jaren zestig en zeventig produceerde. Dit eerste deel van een tweeluik is, zoals Le Figaro het kernachtig formuleerde, “het soort film dat Hollywood niet meer maakt; en dat Frankrijk nog nooit gemaakt heeft”.

Het meest verrassende aan De Gaulle: Résistance (over de jaren 1940 tot 1942, terwijl het tweede deel Liberté de periode tot 1944 zal behandelen) is de goed gedoseerde humor. Die komt vooral voort uit het karakter van De Gaulle, die met de volkomen vanzelfsprekendheid waarmee hij zichzelf gelijkstelt aan Clovis, Jeanne d’Arc en Frankrijk zelf, even belachelijk als imposant is.

De combinatie van onbuigzame overtuiging – ook als hij ernaast zit – en bijna absurdistische theatraliteit maakt van hem een sympathieke, onmogelijke, tragische figuur, als het enige plechtstatige personage in een chaotisch, ordeloos tijdperk. Verdwaald in een verkeerde wereld, die hij vervolgens naar zijn hand probeert te zetten. En als dat aan Cervantes’ Don Quixote (1605/15) doet denken, is dat geen toeval.

De Gaulle: Résistance

Nep-Quixotes
“Dat boek vormt deel van mijn DNA”, vertelt Baudry. “Ik denk dat je het in alles wat ik maak zal terugvinden. En dit keer gaat het om een diepe connectie. Ook de tweedelige structuur van mijn film komt van Don Quixote. Dat is niet alleen vanwege de lengte; het gaat om twee duidelijk te onderscheiden films, met een andere energie en met expres twee verschillende componisten. Als je het boek gelezen hebt, weet je dat de hoofdpersoon in het tweede deel met allemaal nep-Quixotes te maken krijgt. En dat is precies wat er gebeurde bij De Gaulle: hij moest zich weren tegen allerlei pretendenten die het leiderschap claimden van de Vrije Fransen.”

Baudry waarschuwt ons, een groepje internationale journalisten, niet te denken dat dit voor Fransen gesneden koek is: “Fransen kennen deze geschiedenis ook allemaal niet, omdat ze het niet op school krijgen. Ze hebben geen idee van alle obstakels waar De Gaulle tegenop liep. En dat hij er in het begin helemaal alleen voor stond.”

Zoals ik zelf ook bar weinig bleek te weten van dit Franse gedeelte van de Tweede Wereldoorlog: van Bir Hakeim had ik gehoord, maar zonder te weten wat zich daar precies heeft afgespeeld. En van de schokkende zeeslag bij Dakar, waar de Vrije Fransen en de Britten vochten met de Vichy-vloot, of van het Britse bombardement van die vloot bij het Algerijnse Mers-el-Kébir, met bijna 1.300 Franse slachtoffers, had ik überhaupt nog nooit gehoord.

Stripfiguur
Het script van De Gaulle: Résistance is gebaseerd op het boek A Certain Idea of France. The Life of Charles de Gaulle (2018) van de Britse historicus Julian Jackson, die ook als adviseur aan de film verbonden was. De consensus van Franse besprekingen is dat de geschiedenis in grote lijnen recht is gedaan (al wijst L’Humanité erop dat de cruciale Afrikaanse koloniale strijdkrachten gereduceerd zijn tot figuranten). Dat betekent ook: forse aantallen Franse landverraders, meelopers en zwakke ruggengraten. Deze film gaat over een nationale held, maar is geen trotse nationalistische film geworden.

Baudry’s opvallende cv heeft hem ongetwijfeld geholpen het politieke steekspel te begrijpen en te beschrijven, van de conflictueuze verstandhouding tussen De Gaulle en Churchill, die elkaar duidelijk mogen maar inhoudelijk vaak tegenover elkaar staan, tot de innerlijke spanningen in De Gaulle’s nieuwe beweging. Na wiskunde, film, filosofie en literatuur gestudeerd te hebben, maakte Baudry carrière als diplomaat. Als adviseur van de Franse minister van Buitenlandse Zaken De Villepin, ten tijde van de Irak-oorlog, schreef hij onder pseudoniem de graphic novel Quai d’Orsay, die de prijs voor beste stripalbum won op het festival van Angoulême en in 2013 werd verfilmd door Bertrand Tavernier.

Een stripfiguur in de politiek, zo kun je zijn De Gaulle ook beschouwen. Larger than life. “De muggen prikken generaal De Gaulle niet”, reageert die stoïcijns, in de derde persoon, als iemand hem waarschuwt voor malaria – nota bene een historisch citaat.

Het is een heerlijke rol van de Armeens-Libanees-Franse acteur Simon Abkarian, die in Cannes naast Baudry aan de interviewtafel zit met dezelfde rechte rug waarmee hij generaal De Gaulle belichaamde. Was Don Quixote, met die ook in zijn eigen tijd al anachronistische vorm van ridderlijkheid, ook voor hem een inspiratiebron? “Zeker. Ik leerde van hem dat je altijd rechtop op je paard zit. Dat hoe arm je ook bent, hoe arm je er ook uitziet – je harnas is kapot, je zwaard stelt niks voor, je helm is in tweeën gehakt – je altijd je waardigheid behoudt. Want ik denk dat op het moment dat De Gaulle wél zijn waardigheid was verloren, hij gestorven was. Dan was het voorbij geweest.” Baudry knikt instemmend.

Pak en das
Waarmee Abkarian niet wil zeggen dat hij De Gaulle alleen als mythische figuur ziet, als iemand van vroeger. “Jij en ik leven nu niet in een andere tijd. We leven in dezelfde tijd. Alleen dragen de fascisten nu geen uniform, maar een pak en een das. En ze zeggen dat ze heus heel anders zijn. Maar ze wakkeren dezelfde angsten aan bij het volk. Terwijl De Gaulle juist een beroep deed op het geweten van de Fransen. Luister, ik ben Armeniër, ik ben Libanees: we herinneren ons wat daar gebeurd is en die wonden zijn nog altijd niet geheeld. Juist daarom vind ik het belangrijk, als burger, dat iedereen de echo van het verleden herkent.”

Daarbij tikt Abkarian om de zoveel woorden op tafel, om zijn uitspraken kracht bij te zetten. Rechtop gezeten, en met dezelfde fraaie neus (het enige waar de make-up niets aan hoefde te veranderen, merkt hij tevreden op), is het bijna alsof we De Gaulle zelf horen spreken. En iets meekrijgen van zijn koppige vertikken de hoop op te geven.

En vergeet niet dat hij succes had, benadrukt Baudry: “Don Quixote stierf op het moment dat hij zijn droom opgaf. Maar De Gaulle niet; die maakte zijn droom waar. Dat is waar de vergelijking ophoudt.”


De Gaulle: Résistance draait vanaf 6 augustus 2026 in de bioscoop.