Spider-Noir
Cage doet Cagney
Spider-Noir
Het vlotte, achtdelige Spider-Noir geeft een superheldenzwiep aan het noir-genre, met een heerlijke hoofdrol van Nicolas Cage.
In 2018 verscheen met Spider-Man: Into the Spider-Verse een van de leukste superheldenfilms van het afgelopen decennium. Een animatiefilm die dwars door het multiversum buitelde. Iets wat op dat moment veel superheldenfilms deden, maar niet zo speels als in Spider-Verse. Een opvallende bijrol was er voor Nicolas Cage, die zijn stem verleende aan een noir-variant van Spider-Man. Die heeft nu een eigen, live-action serie in de vorm van het achtdelige Spider-Noir.
“Zeventig procent Bogart en dertig procent Bugs Bunny”, vat Cage zijn personage samen in een interview met Esquire. Hij speelt Ben Reilly, een privédetective die tot vijf jaar voor de serie begint in het geheim door het leven ging als ‘The Spider’. Dat pak heeft hij opgeborgen: “I’m not that guy anymore.” Onzin, want dat pak komt natuurlijk weer uit de mottenballen. Maar het is verrassend hoe weinig de serie vervolgens leunt op het superheldengenre.
Spider-Noir is vooral een hommage aan film noir en hard boiled detectives. De serie is zowel in kleur als zwart-wit beschikbaar, maar in zwart-wit komen de noir-elementen het best tot hun recht. Het zit er allemaal in: het spel van schaduw en licht, de dwarrelende sigarettenrook, de femme fatale, een getroebleerd verleden, gangsters en dwaalsporen. Alles tot in de puntjes verzorgd. Nadeel is dat Spider-Noir tegelijk nauwelijks los komt van alle referenties.
Gelukkig is er Cage. Ondanks sterke bijrollen van onder meer Brendan Gleeson als welbespraakte gangster en Lamore Morris als journalist en beste vriend van Reilly, draait Spider-Noir volledig om hem. De man die het expressionisme levend houdt in acteren. Die niet bang is het groteske op te zoeken. In flashbackscènes die zich afspelen tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin Reilly voor het eerst zijn spinnenkrachten ontdekt, krijgt Cage alle ruimte om los te gaan, met tic-achtige vertrekkingen van gezicht en ledematen.
In een heerlijk interview met The New York Times sprak hij over de inspiraties achter de rol, beginnend bij Marcel Duchamp, die een schop aan het plafond van zijn studio hing en het een kunstwerk noemde. Een gebruiksvoorwerp verhief tot kunst. “Vervolgens deed Warhol dat met soepblikken. Ik keek daarnaar en toen naar Lichtenstein. Die omarmde de strip als massamedium, brak die helemaal af tot de puntjes van de drukpers, en gooide dat in een stilleven, waardoor het een soort pointillisme werd.”
“Wat ik doe met Spider-Noir, ik neem de eerbied die ik heb voor de acteurs die ik koester, zoals Bogart en Cagney, en probeer een botsing te creëren op zo’n manier dat ik televisie, een massamedium, aangrijp om te zeggen: ‘Kijk hier eens naar!’ De hoop is dat een jongere dan zegt: ‘O, wauw, wat is dat? Dat is zwart-wit. Ik ben niet zo bekend met zwart-wit. Ik kan het in kleur bekijken, maar ik kan het ook in zwart-wit bekijken en… Wat is zwart-wit? Mijn hemel, er is een enorme hoeveelheid prachtige kunst waarin al die vroege acteurs te zien waren. Dat ga ik eens bekijken.’ En o ja, trouwens, hij is Spider-Man. Dus het is: boem, deze waanzinnige Lichtenstein-botsing.”
Zo waanzinnig en onnavolgbaar als Cage het hier schetst, is Spider-Noir helaas niet. Voor wie het film noir-genre bekend terrein is, zal de serie wat te veel voelen als een herhaling van zetten met een bescheiden superheldentwist, meer hommage dan zijn eigen ding. Maar de serie vertelt een solide verhaal en doet dat met genoeg vaart en gevatheid om van begin tot eind te vermaken.
Spider-Noir is vanaf 27 mei 2026 te zien op Prime Video (VoD).