Sophy Romvari over Blue Heron

‘Mijn leven zelf is research’

Datum
03-06-2026
Verschenen in
Lees meer over

Sophy Romvari

In haar ontroerend openhartige, in een delicate vorm gegoten speelfilmdebuut geeft Sophy Romvari inzicht in de twijfel en pijn die gezinsleden van iemand met een psychische ziekte levenslang met zich mee kunnen dragen. “Ik wilde zo ver mogelijk wegblijven van een platte of sensationele verbeelding van geestesziekte.”

Familie. Herinnering. Rouw. Het zijn sleutelbegrippen in het werk van de jonge Canadese filmmaker Sophy Romvari. (‘Honden’ is er nog een, maar die zijn bij haar overduidelijk onderdeel van het begrip ‘familie’.)

Haar korte films, tussen documentaire en (meta)fictie, leverden haar in Canada en de Verenigde Staten een toegewijde fanbase op (een deel is beschikbaar via haar eigen Vimeo-kanaal). Met haar speelfilmdebuut Blue Heron, die op het filmfestival van Locarno in première ging en daar de debuutprijs won, krijgt ze nu bekendheid buiten Noord-Amerika.

In Blue Heron gaat Romvari terug naar een moment uit haar eigen jeugd, vlak voordat haar oudere broer uit huis wordt geplaatst. De familie die ze in de film opvoert is nog niet lang daarvoor vanuit Hongarije naar Canada verhuisd. Het perspectief ligt bij Sasha, de jongste van vier kinderen van wie oudste zoon Jeremy getroebleerd gedrag vertoont en zich steeds verder isoleert.

Halverwege maakt de film een sprong in de tijd en krijgt tegelijk een hybride karakter in een scène waarin Romvari een groep mensen uit de psychische gezondheidszorg een case laat bespreken. Naast die vermenging van fictie en documentaire doorbreekt Romvari ook andere vertelconventies, bijvoorbeeld door de twee tijden met elkaar te verkleven waardoor het perspectief van de volwassen Sasha letterlijk naast dat van de achtjarige komt te staan.

Een paar weken nadat Blue Heron zijn eerste vertoningen in Nederland had op het filmfestival van Leiden ontmoet ik Romvari op het filmfestival van Thessaloniki, waar film en maker van het publiek een warm onthaal kregen. Iets anders kan ook bijna niet, want maar heel weinig films zijn zo ontroerend persoonlijk, oprecht en empathisch.

Diezelfde indruk maakt de regisseur zelf, zowel voor een volle zaal als in een een-op-een gesprek. “Dat er zoveel mensen zijn die erdoor geraakt zijn, zelfs als ze niet zulke ervaringen delen, is opwindend en hartverwarmend”, zegt ze over de reacties van het festivalpubliek op haar film. “Zo’n groot deel van het omgaan met moeilijke onderwerpen in je eigen leven is het gevoel dat je er alleen in bent. Dus die gemeenschappelijke ervaring sterkt enorm. Zelfs al is het verdrietig, het is fijn om ruimte te creëren voor die gevoelens.”

Blue Heron

In je eindexamenfilm Still Processing [2020] zet een doos met oude familiefoto’s en -video’s die je vader schoot een proces van herinneren in gang. Is dat waarom in Blue Heron veel shots zitten waarin de vader de familie filmt? “Dat is vooral omdat die eigenschap een belangrijke rol speelt in Sasha’s beslissing om filmmaker te worden. In haar personage zie je hoe ze verschillende dingen uit haar kindertijd in zich opneemt en hoe dat haar volwassen leven beïnvloedt. Van haar vader pikt ze het verlangen op om te documenteren en van haar moeder het verlangen om dingen tot op de bodem uit te zoeken. En die twee kernkwaliteiten versmelten in wie zij als persoon wordt.”

De beslissing om akkoord te gaan met een voorstel tot uithuisplaatsing vormt het scharnierpunt van de film. Was het vanaf het begin je uitgangspunt om daar de scheidslijn te leggen tussen het verleden en wat we in de film ervaren als het heden? “Het duurde even voordat ik daar was, maar ik wist dat ik die twee perspectieven [van Sasha als kind en als volwassene; SK] wilde laten zien. In de eerste scriptversies was [de persoon die het voorstel komt bespreken] echt een sociaal werker en nog niet het personage dat ze nu is. Maar daarmee creëerde ik een fictieve afstand, en dat voelde niet eerlijk of passend bij de manier waarop ik in deze film de emotionele ervaring wilde laten zien. Toen besefte ik dat ik, door twee personen in elkaar te schuiven, interessantere dingen kon doen, zoals het lineaire tijdsverloop omgooien. Het stelde me in staat om de structuur open te gooien en voor een wat gedurfdere aanpak te gaan.”

Ik moet zeggen dat de scène waarin de experts met elkaar om de tafel zitten mij achterliet met een enorm gevoel van teleurstelling over wat professionals kunnen doen in zulke situaties. Is dat ook waarom je deze scène in een haast documentaire vorm hebt gegoten? “Ik wilde dat het echt, professioneel advies was, afkomstig van experts uit het veld, die zelf ook de beperkingen van dat veld goed kennen. We hebben deze mensen heel goed geïnformeerd over wat dit project was en zij vonden het belangrijk om daarin hun stem te laten horen. Het ging mij er niet om hun professionele advies onderuit te halen. Deze mensen werken in dit vakgebied juist omdat ze hun eigen beperkingen goed kennen. Het was mijn wens dat het direct van hen kwam, in plaats van dat ik het zelf in het script zou opschrijven.”

Het klinkt of je het precies zo had kunnen opschrijven, want in het zaalgesprek na afloop van de voorstelling zei je over die scène: ik wist wat de uitkomst zou zijn. “Ja, want ik heb heel veel research gedaan – ik bedoel, mijn leven zelf is research, maar daarbij heb ik in de scriptontwikkelingsfase en tijdens het casten van de sociaal werkers ook nog veel kennis opgedaan. Mijn producent Sara Wylie en ik hebben gesproken met een hele reeks instituties, publiek en privaat. Over de hele breedte zijn er fantastische mensen die noodzakelijk werk verrichten, maar allemaal voelen ze het gewicht van het onhaalbare. Het hielp mij om te weten dat zelfs de mensen die dit werk doen de redenen zien waarom dit gesprek zichtbaar moet zijn.”

Edik Beddoes, de debutant die Jeremy speelt, brengt heel overtuigend de dreiging en de fragiliteit van zijn personage over. Hoe vond je hem? “Hij is gestreetcast, hij had nog nooit geacteerd. Ik zag bij hem meteen dat hij een bepaalde aanwezigheid heeft. Het is een enorm risico, maar als je voor een rol als deze gaat casten dan moet je dat op instinct doen. Ik zag ook ontelbare professionele acteurs en die vertolkten allemaal een mate van extreem gedrag dat ik niet vond passen bij de rol. Ik wilde zo ver mogelijk wegblijven van de platte of sensationele verbeelding van geestesziekte die je vaak ziet. Voor mij gaat de film meer over het oordeel dat de maatschappij heeft over mensen met mentale problemen, en het gebrek aan ruimte voor iemand die niet functioneert binnen de reikwijdte van wat de samenleving als normaal accepteert.”

Je geeft het publiek veel toegang tot dit gezin terwijl het ook duidelijk wordt dat we niet alles van hen hoeven te weten. Hoe heb je uiteindelijk deze balans gevonden om een verhaal te delen dat zo dicht bij jou en je naasten staat? “Heel langzaam, het script is in de loop van drie jaar tot stand gekomen. Omdat ik al langere tijd korte films maakte die op eenzelfde delicate manier over persoonlijke kwesties handelen, was er een hoop vertrouwen van mijn familie; ze begrepen wat ik wilde doen. Mijn ouders zijn zelf heel eerlijk en oprecht in hun kijk op de wereld en ze houden er niet van als zaken mooier worden gemaakt dan ze zijn. Mijn werk laat ook duidelijk zien dat ik het maak vanuit een behoefte om mijn ouders erkenning te geven en de ruimte zich vrij te voelen van hun eigen gevoelens van schuld of schaamte. Dat is iets onmogelijks om te doen, en deze film is ook een acceptatie van dat feit. Dat het een daad van liefde is die uiteindelijk de dingen niet kan veranderen.”