Het jaar van de opvolging

De judaskus van Ruud Lubbers

Datum
01-04-1998
Auteur

De aankondiging zorgde voor enige opwinding vooraf. Een vierdelige dramaserie van Frans Weisz voor de VPRO, naar een scenario van Jan Blokker, over de politieke perikelen in toekomstig Den Haag. Met als bonus een heuse koningskwestie. Een goede regisseur, mooie acteurs en pikante materie: dat moest wel iets moois worden, dat werd smullen. Helaas, Het jaar van de opvolging is niet de traktatie geworden waar menigeen op hoopte.

Nederland, 2010. Na twaalf jaar succesvol leiderschap besluit premier Willem Rahusen (Coen Flink) zich terug te trekken uit de politiek. Zijn liberale, noch immer door Thorbecke geïnspireerde Partij van de Vrijheid beschikt over het riante aantal van 65 zetels.

Gijs van Dorp (Rik Launspach), relatief onervaren in de politiek, wordt door Rahusen aangewezen als opvolger en staat voor de zware taak om diens populariteit over te nemen. Afgunst binnen de fractie en een echtgenote (Renée Soutendijk) die de politiek verafschuwt maken het er niet makkelijker op voor Van Dorp. Ook heeft hij te kampen met een letterlijk lijk in de kast en ernstige onzekerheid. Gelukkig wordt hij geadviseerd door zijn jeugdvriend (Victor Löw), een New Age-ondernemer die achter de schermen een cruciale rol speelt in Haagse kringen.

Ondertussen worstelt Rahusen met andere problemen, want hij heeft aan de koningin beloofd dat hij haar opvolging nog in zijn regeerperiode zou ‘regelen’. De kroonprins weigert echter zijn ceremoniële taak te vervullen en omringt zich liever met zweverige dames en dito muziek. Alsof deze koningskwestie niet spannend genoeg is, duikt er ook nog een mysterieuze virusziekte op die dodelijke slachtoffers eist.

Schijnbaar onaangedaan door alle rampspoed om hem heen kachelt Van Dorp naar de verkiezingen. Dat hij niet uit het goede politieke hout is gesneden blijkt wel uit zijn laconieke reactie als zijn campagneleider (Pierre Bokma) hem wijst op tien zetels verlies in de peilingen: “Ach, dan houden we er nog 55 over.” Geen wonder dat een gelouterde Van Dorp tenslotte kan gaan uithuilen bij zijn vrouw.

Sluwe manipulator
De leukste kant van Het jaar van de opvolging is de nauwelijks verhulde relatie met onze tijd en de bijbehorende verwijzingen. Zelf formuleert de VPRO dat als volgt: “Dat elke gelijkenis tussen de personages en bestaande personen op toeval berust, wil niet zeggen dat ook het politieke mechanisme dat in de serie zichtbaar wordt geen overeenstemming vertoont met de werkelijkheid.” Met een partijnaam als D99 (“Als het misgaat nemen ze een nieuw cijfer en beginnen ze gewoon weer opnieuw”) hoeft daar niet aan te worden getwijfeld. Aardig is de voorspelde groei van ouderenpartijen naar het centrum van de macht in een vergrijsde samenleving.

Het idee voor de serie is ongetwijfeld ontstaan ten tijde van Lubbers’ judaskus aan Brinkman, het lijkt alsof het duo Wissen-Huybregtsen ook nog is verwerkt. De sluwe manipulator-rol van Victor Löw, symbolisch voor de verstrengeling tussen politiek en bedrijfsleven, lijkt gemodelleerd naar Dig Istha, de ex-voorlichter van de PvdA die namens organisatiebureau Berenschot tonnen wist los te troggelen van Justitie voor pr-adviezen. Venijnig geintje van scenario-adviseur Felix Rottenberg?

De zwaktes van de huidige politiek worden breed en overtuigend uitgemeten: machtsspelletjes binnen de fractie, afhankelijkheid van belanghebbende adviseurs van buiten, angst om kiezers te verliezen. Het jaar van de opvolging gaat over het Den Haag van nu, alleen de namen zijn anders. De situering in 2010 heeft nauwelijks meerwaarde, onduidelijk is waarom we zogenaamd twaalf jaar vooruit moeten kijken. Zeker omdat die toekomstvisie zo slecht is uitgewerkt, met een fysieke omgeving die nauwelijks verschilt van nu. Nog steeds branden er groene lampjes in donkere werkkamers, nog steeds worden er faxen verstuurd. Dat journalisten in 2010 geacht worden iets op te zoeken met behulp van microfiches zegt meer over Jan Blokkers respectabele aantal dienstjaren dan over zijn inzicht in archiveringsmethoden.

Blanco blik
Het uiterlijk van de serie is verbazend eenduidig en saai. Zeker voor een serie van Frans Weisz, bij wie het normaliter niet aan fantasie ontbreekt. Wat ontbreekt is een eigen gezicht, bijvoorbeeld de allure van Oud geld of de chaos van Het labyrint. Zonder dat wekt Het jaar van de opvolging associaties met de modale uitstraling van series als Unit 13 of Coverstory: bleek licht zonder variatie, een statische camera die braaf heen en weer gaat van het een pratende hoofd naar het andere, weinig verschillende locaties, liftmuziek onder de dialogen. Voor een ambitieuze produktie als deze oogt Het jaar van de opvolging goedkoop: haastig aangebrachte letters op een kantoorgebouw, lullig opgemaakte voorpagina’s van bestaande kranten, locaties die dubbel worden gebruikt.

Er wordt mooi geacteerd, waarbij de blanco blik van hoofdrolspeler Rik Launspach hem goed van pas komt als Mann ohne Eigenschaften. De beste rollen komen te weinig aan bod: drie Trust-acteurs als dwarsliggers binnen de fractie en Porgy Franssen als de kroonprins.

Dat laatste is onbegrijpelijk en tekenend voor het falende scenario. Jan Blokker weet wel iets van politiek, maar niets van drama. De koningskwestie wordt aangeroerd, maar in de loop van de vier afleveringen volledig weggespeeld door de Werdegang van Van Dorp en de mysterieuze virusziekte. Blokker zet een hoop lijnen uit, maar weet er slechts eentje fatsoenlijk af te ronden. De lijnen waar het dramatisch interessant had kunnen worden, zoals de weigering van de kroonprins of de breuk tussen Van Dorp en zijn adviseur, worden weggemoffeld. Andere lijnen krijgen om onduidelijke redenen veel aandacht, maar leveren geen conflictstof op. Lange tijd blijft het verhaal stuurloos, de uiteindelijk gekozen bestemming is een anti-climax.

Scherpe satire of meeslepend drama is het niet geworden, hooguit een aardige schets van het politieke circuit met ingebouwd gezelschapsspel: gissen naar de authentieke inspiratiebronnen voor gefingeerde personen en gebeurtenissen. Maar het moet raar lopen als de werkelijkheid van Niek Koppens documentaire over de verkiezingscampagne van de PvdA niet vele malen spannender wordt.