Tom Fassaert over Tussen broers

‘Wie geeft mij het recht om al die laatjes te openen?’

Tom Fassaert. Foto: André Bakker

Net als in A Family Affair richt Tom Fassaert in Tussen broers de camera op zijn eigen familie. Hij onderzoekt zo complexe familiedynamieken als documentairemaker, mens, zoon én vader. “Ik manoeuvreer me als filmmaker in situaties die ik als mens zou vermijden.”

“De normale reactie zou zijn, als het een chaos is in je leven, dat je daar iets aan doet”, verzucht Rob Fassaert tegen zijn broer René, die op een zetel midden in zijn tot de nok toe volgestouwde huis zit. Rob, vader van regisseur Tom Fassaert, is de jongere broer en iemand die op het eerste oog zijn leven op orde heeft. René isoleert zich daarentegen het liefst in zijn flat, tussen zijn stapels boeken, papieren en spullen.

De broers, allebei mannen op leeftijd, waren al eerder te zien in A Family Affair (2015), waarin Tom hun uitzonderlijke familieverhaal vol krankzinnige plotwendingen vertelde, met daarin een levensgrote rol voor hun charismatische, complexe moeder. Nu laten ze Tom en zijn camera opnieuw toe in hun levens, dit keer tijdens een zoektocht naar hun onbekende vader. Veel prangende vragen rondom hun vroege jeugdjaren, waarom ze in een kindertehuis belandden en waarom hun vader spoorloos verdween, zijn namelijk nog altijd niet beantwoord.

Fassaert: “De film heeft een eenvoudige opzet. Rob is de psycholoog: de ‘normale’, de ‘rationele’. René is de psychiatrisch patiënt: de ‘abnormale’, de ‘ontspoorde’. Ze staan voor de orde versus de troep. Die tegenstelling vind ik interessant. Met deze film probeer ik te nuanceren en te ontkrachten dat we zo gepolariseerd in elkaar steken en laat ik zien dat beide mannen ook een andere kant hebben. Mijn vader is bijvoorbeeld ook kwetsbaar en hij schermt zich bewust af voor anderen – ook voor mij.”

Eigenlijk was het nooit de bedoeling van Fassaert (1979) om zijn camera in zijn privéleven te betrekken. Hij had eerder veel lof ontvangen voor De engel van Doel (2011), over de leegloop en de laatste weerspannige bewoners van een dorp dat plaats moest maken voor de uitbreidende havens van Antwerpen. Maar Fassaert wilde zich niet herhalen en besloot zichzelf een lastige opdracht te geven: een persoonlijke film maken waarbij hij confrontatie en ongemak opzocht. Een film waarin ook hijzelf niet aan de spotlights ontkwam. “Voor mij was A Family Affair op zowel persoonlijk als creatief vlak mezelf helemaal in het diepe gooien, zonder zwemdiploma.”

Tussen broers

Aanwezigheid
Met de keuze voor een ander type film veranderde ook zijn kijk op zijn aandeel als maker daarin. Fassaert: “Jouw aanwezigheid in de werkelijkheid van de mensen die je filmt, is de essentie van je film. Als je dat kunstmatig weg wil laten, doe je de werkelijkheid geweld aan. Zogenaamde fly on the wall-films suggereren dat iemand alleen in een ruimte is. Dat is voor mij fake. Ook al went iemand aan jouw aanwezigheid en de camera, het is toch iets anders dan er niet zijn. Zij worden zichzelf in relatie tot jou. En dat is mooi en betekenisvol. Die relatie tussen mij en degene die ik film – dat is voor mij inmiddels de kern.”

Fassaert rijdt in Tussen broers met zijn vader en oom richting het zuiden, op zoek naar hun familieverhaal. Ondertussen gaat de documentaire ook over de dynamiek tussen beide mannen. Rob brengt zijn teruggetrokken broer op gezette tijden een bezoek en helpt hem met praktische zaken. Fassaert: “Het is steeds de vraag welke zorg René nodig heeft. Rob voelt zich betrokken en verantwoordelijk, maar hoe ver moet je daarin gaan? Ik zie hoe complex die zorg is, maar ook hoe moeilijk het is om daarover te oordelen. Helpt hij hem, of verstikt hij René? Wanneer wordt het dwang en wanneer is het liefde? De ambiguïteit daarvan was überhaupt een van mijn belangrijkste drijfveren om hen te observeren.”

Maar dat leverde Fassaert ook ethische kwesties op: “Er waren legio ongemakkelijke, verdrietige momenten waarop ik dan toch even de maker moest zijn. Als mens zou ik de ruimte al lang hebben verlaten, hebben ingegrepen of iemand getroost. Die ethische dilemma’s ben ik als filmmaker inmiddels bijna als mijn core business gaan zien. Ondertussen is er geen standaardantwoord op waarmee ik het kan legitimeren. Het betekent dat ik me de hele tijd in situaties moet manoeuvreren die ik als mens misschien zou vermijden. Zeker omdat ik ben opgegroeid in een familie die de confrontatie juist uit de weg gaat en dingen niet benoemt. Wie of wat geeft mij het recht om al die laatjes te openen voor het oog van de hele wereld?”

Huilen
Dat blijkt later als Rob thuis gefilmd wordt door Tom, die hem confronteert met de vraag waarom hij, nadat hij jarenlang een idylle van zijn eigen jonge gezin filmde, daarmee stopte. Dat intieme moment was een doorbraak én een lastige scène voor de filmmaker: “Hij geeft daar toe dat alles in zijn leven kapot was gegaan met de scheiding. De filmmaker in mij vond dat dit hét moment was om die camera te laten draaien, maar ik was ondertussen al lang aan het huilen achter de camera.”

Waarna de filmmaker zijn draaiende camera laat staan en in beeld komt om zijn vader te troosten. “Dat voelde als het juiste om te doen. En mijn vader rondt natuurlijk wel weer heel mooi af met: ‘Nu heb je dit ook op film’. Dat vond ik impliciet wel een mooie verwijzing: waar hij de camera uitzet als het pijnlijk wordt, daar gaat voor mij de camera juist aan. Nu is het tijd om de pijn in de ogen te kijken en daarmee te dealen.”

Waar Tom andere kanten van zijn vader ontdekte tijdens het filmproces, verraste René hem ook: “Ik vind mensen labelen sowieso problematisch, maar mijn oom is niet makkelijk in een hokje te plaatsen. Daarmee ontdoe je een mens en een filmpersonage ook van zijn complexiteit. Je slaat het plat. Daarbij heb ik, vanaf de tijd dat ik hen begon te filmen, een enorme ontwikkeling gezien bij René. Terwijl je zou denken dat zoiets niet mogelijk is na je zestigste. In de woning, waar René zijn torens bouwt van spullen, kan ik nu bijvoorbeeld probleemloos naar de keuken lopen. Ik denk dat mijn vader heeft moeten inzien – en misschien door de film nog wel extra – dat René op zijn manier zelfstandig leeft en eigenlijk relatief gelukkig is.”

Inmiddels richt Fassaert de camera ook een lange periode op zijn eigen, jonge gezin, voor wat hij hoopt dat een derde film zal worden in een drieluik. “In die laatste film stel ik mezelf de vraag: kan ik het wél anders doen? Kan ik dat nest dat ik nu gecreëerd heb voor mijn eigen gezin in stand houden? Ben ik wel in staat een ‘normale’, liefdevolle relatie aan te gaan? Het wordt een film over hechting, geboorte, liefde en dood – want ook ik blijk sterfelijk. Ik ben niet meer die buitenstaander en observeerder die ik altijd dacht te zijn. Mijn oma had gelijk toen ze me in A Family Affair zo streng en direct confronteerde met de vraag: ‘Je vraagt van mij als jouw filmonderwerp kwetsbaarheid. Maar wie ben jij eigenlijk en waarom ben jij hier?’ Dat vond ik zo’n inzicht! Wij vrágen nogal wat van mensen, als documentairemakers.”