Tussen broers
Kanttekeningen bij een publieksfavoriet
Tussen broers
Na A Family Affair, over zijn oma, komt Tom Fassaert met een documentaire over haar twee zoons die als zeventigers informatie zoeken over hun verdwenen vader. Een crowdpleaser op IFFR, die lijdt onder een afzijdige maker en onduidelijke consent.
Toen ik tijdens IFFR Tussen broers besprak voor Business Doc Europe, voorspelde ik dat Tom Fassaerts documentaire het goed zou doen in de ranglijst voor de Publieksprijs. En inderdaad: Tussen broers werd de hoogste Nederlandse (co)productie, op een zevende plek, met een indrukwekkende score van 4,52 uit 5 – nipt achter Oliver Laxe’s Sirāt.
De documentaire heeft dan ook ontwapenende hoofdpersonen (twee broers in de zeventig), een bij vlagen zeer ontroerende queeste (hun zoektocht naar informatie over de vader die hen al vroeg verliet), prettige muziek, verdiepend archiefmateriaal en een heldere afronding van het verhaal. Ik sprak festivalbezoekers die er een traantje bij hadden weggepinkt, wat ik begrijp – ik moest zelf ook even slikken.
Toch heb ik een paar kanttekeningen.
De twee oudere broers zijn de vader, Rob, en de oom, René, van regisseur Tom Fassaert (ik noem hen verder bij hun voornamen). Net als Toms eerdere documentaire A Family Affair (2015) over zijn oma, gaat het dus om een zeer persoonlijk onderwerp.
Maar Tom ontmoet hen niet op gelijk speelveld – hij blijft bijna continu achter zijn camera (“Zo, Tommetje”, zegt zijn vader, “Daar is mijn zoon weer, die ik eigenlijk alleen nog maar met de camera voor zijn neus ken”) en doet zijn verhaal in (een uiteraard achteraf geschreven) voice-over. Hij toont zelf niet de kwetsbaarheid die hij van zijn vader en oom vraagt – wat vaak onprettig en onbevredigend uitpakt.
Onprettig, omdat Tom zich nauwelijks rekenschap lijkt te geven van de daardoor ontstane machtsonbalans in hun gedeelde verhaal, en onbevredigend, omdat Rob en René zo niet de kans krijgen te reageren op de ideeën en gevoelens die Tom voor zijn voice-over bewaart.
Ethisch wordt dit met name twijfelachtig bij de portrettering van René, die een psychiatrische geschiedenis heeft en teruggetrokken leeft in een overvol huis. “In zijn huis is niemand welkom, behalve zijn broer”, vertelt Toms voice-over, maar nooit wordt duidelijk wat René – die regelmatig laat merken door situaties overvraagd te worden – ervan vindt dat Tom er ook is en bovendien zijn privacy offert aan een bioscooppubliek.
In elk geval is er geen consent van Toms pasgeboren baby, met wie hij zijn documentaire afsluit. Wat illustratief is, maar daarmee niet minder pijnlijk, voor een documentaire over drie generaties mannen (ook Toms vader en grootvader waren fanatieke familiefilmers), die de filmcamera gebruikt hebben als onsuccesvolle vervanger van daadwerkelijk emotioneel contact.