My Twentieth Century
Feeëriek eerbetoon aan tcehniek
My Twentieth Century
Met film kun je ongestraft allerlei onwerkelijke trucs uithalen. In de eerste films rond de eeuwwisseling liet Georges Méliès zijn camera al liegen, met magisch resultaat. My Twentieth Century heeft eenzelfde kinderlijke sprookjesachtigheid. De Hongaarse cineaste Ildikó Enyedi vangt haar dromen en hallucinaties met het grootste gemak op in een historisch netje. Het openingsbeeld van de maan (ode aan de Franse filmpionier?) zet een fantasierijke caleidoscoop in beweging. Om de zoveel tijd draait de film een kwartslag. Niet alleen wordt op die manier het heelal bestreken, maar de hele wereld komt in zicht.
Twinkelende sterren kijken naar beneden. Als in een echt sprookje hebben ze een menselijke stem, want ze leveren vrolijk commentaar. Daar in 1880, onder de hemellichamen, wordt in een park in New Jersey een schitterende parade van musicerende lichtjes gehouden: ter meerdere glorie van Edisons kakelverse uitvinding.
De betovering zet zich kilometers verder in Europa voort. Hier in Boedapest wordt dezelfde avond een tweeling geboren. Dora en Lili zullen in het verdere verloop van de film als volwassen zwavelstokmeisjes de besneeuwde weg verlichten.
In hun twintigste levensjaar brengt een witte stoom afblazende Oriënt Express hen op de koude oudejaarsavond 1899 samen. Echter zonder dat zij het weten, want als weesjes zijn zij in hun jeugd gescheiden. Cameraman Tibor Máthé tovert de overstap naar de twintigste eeuw in zwart-wit beelden als een oud prentenboek tevoorschijn. Om het voortschrijden van de techniek en de wetenschap aan te geven worden de bladzijden wat kunstmatig omgedraaid: “tegelijkertijd in Birma… Parijs… Hamburg…Fiume…”
Dora is in het jaar 1900 intussen een verleidelijke vrouw die van geld houdt, dus haar charmes aanwendt als zij daar wijzer van wordt. Lili daarentegen is uitgegroeid tot een politiek bewuste anarchiste, die niet aarzelt geweld te gebruiken om haar doel te bereiken. De vage meneer Z. die in elk tafereeltje van ieder afzonderlijk zusje opduikt, zorgt voor de voortgang. Hoewel hij hen liefheeft, zet hij vraagtekens bij hun manier van leven. De puzzeltocht eindigt in een doolhof van spiegels, waar de stukjes in elkaar passen.
Betovering
De ontnuchterende hardheid die een sprookje doorgaans herbergt is in My Twentieth Century ook aanwezig. De rit in de tijd begon met de uitvinding van het licht weliswaar vol beloften. Maar wanneer diezelfde Edison een aantal jaren later voor het eerst zijn telegraaf in werking stelt om “woorden rond de aardbol laten vliegen” zuigt de cineaste een relativerend puntje aan de geboorte van de nieuwe media. Zij besprenkelt haar persoonlijke visie op de naïeve mens om wetenschappelijke ideeën naar zijn hand te zetten met surrealistische scènes en authentieke opnamen.
Voor het feeërieke eerbetoon aan gebruik (en misbruik) van technische verworvenheden kon de Hongaarse cineaste geen passender vorm kiezen. De associatieve trucs die zij uit haar goocheldoos haalt lukken niet altijd, soms duurt het lang, soms blijft het vaag, maar de betovering is onmiskenbaar.